Lerarentekort is wraak van verliezers

Het schooljaar is al begonnen en nog krijg ik vrijwel dagelijks een telefoontje van een wanhopige schoolleider: of ik hem toch nog aan een docent klassieken kan helpen? Heus, het hoeft echt niet iemand met de leraarsbevoegdheid te zijn. Zelfs afgestudeerd zijn is geen vereiste meer. Een student zou al mooi zijn. Als hij of zij maar een beetje Latijn of Grieks kent, is de school al uit de brand. Van het zetten van een advertentie verwacht men niets meer. Dat is al vóór de zomervakantie geprobeerd. Toen hadden de classici riante aanbiedingen voor het uitzoeken. De sollicitant kon meteen rekenen op een 12-functie, de hoogste schaal voor een docerend docent. Eén school stelde zelfs woonruimte in het vooruitzicht. Het is alsof de jaren van Cals (1952-63) zijn teruggekeerd. Toen werden mensen het onderwijs in gelokt met de leuzen 'Uw toekomst voor hun toekomst' en 'Achter ieder geslaagd mens staat een leraar'. In de jaren vijftig en zestig werd het lerarentekort veroorzaakt door de explosieve groei van het middelbaar onderwijs. Nu zijn er heel andere factoren in het spel.

Zij die indertijd aan een onderwijsloopbaan begonnen, konden ook zonder Cals' campagne rekenen op maatschappelijke erkenning. En toen Toxopeus hen tijdens zijn ministerschap van Binnenlandse Zaken (1959-65) inschaalde in ambtenarenrangen, was het leraarschap niet langer een vorm van fatsoenlijke armoede. Maar daarna, vooral in de jaren tachtig, is de status van docenten gaan kelderen. Er is een tijd geweest dat leraren niet meer op verjaardagsfeestjes durfden te komen omdat ze werden gesard met meewarige vragen: het viel zeker niet mee om leraar te zijn bij die jeugd van tegenwoordig? 4 havo was wel een lastige klas, hè? En de salarissen stelden ook al niet veel meer voor in vergelijking met het bedrijfsleven. Op de universiteiten werden de studenten die voor de leraarsopleiding kozen, beschouwd als de zachte eitjes, de verliezers die het werkelijke (bedrijfs)leven niet aandurfden. In dit klimaat begon de aanvoer van nieuwe leerkrachten bedenkelijk te stagneren. Daarop werden goed bedoelde maatregelen genomen om plaatsen vrij te maken onder het motto dat de vergrijzing moest worden tegengegaan. Op een bepaald moment voelde een leraar van in de vijftig zich gewoon asociaal als hij zijn arbeidzaamheid moest rechtvaardigen tegenover de vraag: Werk jij nog? Genereuze VUT-regelingen verzoetten de exodus. Toen de intocht van jonge leraren uitbleef, zijn de aanvangssalarissen flink verhoogd, maar de effecten van jarenlange verachting laten zich niet snel ongedaan maken.

Het heeft ervaren docenten diep gestoken te worden uitgemaakt voor ouderwetse lesboeren door staatssecretarissen van onderwijs die werden gesouffleerd door de studiehuisprofeet Wijnen.

In het studiehuis moest immers alles anders worden. Is het een wonder dat ervaren docenten zich gekleineerd voelen en bij de eerste gelegenheid afhaken? Het is niet zozeer de weerzin tegen verandering: leraren zijn flexibeler dan wordt aangenomen. Het is veeleer de angst dat er geen lol meer aan is om straks alleen nog jeugdleider in het studiehuis te zijn. Juist de artiesten in het vak, de inspirerende docenten, vrezen dat zij worden gedegradeerd tot administrateurs en procesbeheerders. Moeten ze thuis studiewijzers gaan schrijven en op school gaan zitten afwachten of een leerling zich met een vraag bij hem vervoegt? Dat is een spookbeeld dat velen beangstigt. Nog maar enkele jaren geleden zouden ze in lijdelijk verzet zijn gegaan, mompelend: 'Het zal mijn tijd wel duren.' Maar nu doen zich opeens reële ontsnappingsmogelijkheden voor buiten het onderwijs. Het zijn allang niet meer de leraren economie en exacte vakken die profiteren van de mogelijkheden van de welvaart. Ook classici, een soort academici die tot het onderwijs veroordeeld leek, verruilen nu hun onderwijsbaan voor functies die meer intellectuele en persoonlijke voldoening beloven. Met de voeten nemen ze stille wraak voor jarenlange vernedering.

De nood is zo hoog gestegen dat het Stedelijk Gymnasium van Nijmegen al in Duitsland een leraar Grieks zoekt. De enige raad die ik nog kan geven aan een vertwijfelde rector is: zoek maar een gepensioneerde of probeer een vutter. Tenzij de economie instort en leraren weer terug naar de school jaagt, is de uittocht van kostbaar doceertalent een reëel gevaar voor de bestaande kwaliteit van het Nederlandse onderwijs.

Het is voor het moment wel vleiend voor classici om zo gevraagd te zijn. Maar de schaarste bergt ook gevaren in zich. De onbevoegde die een school bij gebrek aan beter aanstelt, kan de zwakke leraar zijn die een vak als klassieken, dat het moet hebben van bevlogen leraren, veel kwaad doet. En wat doet een scholengemeenschap die net wil beginnen met een gymnasiumafdeling, maar die niemand vindt? Waarschijnlijk het plan maar opgeven en pogen op een andere manier de school profiel te geven. Dat is extra jammer, want scholengemeenschappen zijn van vitaal belang voor de toekomst van de klassieken. Uit de categoriale gymnasia gaat maar een enkeling klassieken studeren, terwijl ze gemeten naar hun aandeel eindexamenkandidaten voor Grieks en Latijn meer dan de helft van de studenten 'Griekse en Latijnse Talen en Cultuur' zouden moeten aanleveren. Dit jaar zijn er bijvoorbeeld onder de zestien Nijmeegse eerstejaars classici slechts twee die van een zelfstandig gymnasium komen. Dergelijke verhoudingen doen zich sedert jaar en dag bij alle opleidingen klassieken voor.

Nu Netelenbos haar ambitie mag botvieren op het verkeer, moeten Hermans en Adelmund de kans grijpen om leraren weer zelfvertrouwen te geven. Zij moeten spoorslags docenten gerust stellen en hen overtuigen dat hun ervaring alles waard is, desnoods een matiging of temporisering van de studiehuisrevolutie. Zelfvertrouwen teruggeven is een eerste voorwaarde om een halt toe te roepen aan het teloorgaan van onvervangbare onderwijservaring. Het lerarentekort dat zich nu toevallig scherp bij classici aandient, moet een teken aan de wand zijn voor de nieuwe bewindslieden.