Jezus is God niet: Gesprek met H.M. Kuitert

Over zijn boeken onstaat al twee decennia tumult in behoudende kring. De theoloog Kuitert werkt aan een herziening van de christelijke leer die dogma's vermijdt, maar de kern in tact laat. Vandaag verschijnt zijn boek over Jezus. Hij was geen Tweede God. H.M. Kuitert: Jezus: nalatenschap van het christendom. Schets voor een christologie. Ten Have, 320 blz. ƒ 39,90

Zijn vader wilde erom uit de kerk stappen, en wel meteen. De gereformeerde synode had de veroordeling van homoseksualiteit geschrapt. Bijbelverkrachting, vond vader. Maar nadat zijn zoon had gezegd: “Maar vader, zo worden de homoseksuele mensen de dupe van uw schriftgetrouwheid”, bleef het stil. Vader verliet de kerk niet. Jaren later werd hij voorgesteld aan een homoseksuele kennis. “Dat viel hem alles mee.” Kuitert junior glimlacht: “Daar had hij dan 95 jaar over gedaan.”

Hij wil maar zeggen: zou het niet goed zijn als gelovigen zich wat minder de wet lieten voorschrijven door de traditie, en wat meer zelf hun plaats zouden bepalen in deze tijd?

Harminus Martinus Kuitert (73), oud-predikant en emeritus-hoogleraar theologie aan de Vrije Universiteit, is al twee decennia lang de meest spraakmakende Nederlandse theoloog. Sinds Wat heet geloven? (1977) is hij bezig met een herziening van de christelijke leer, die zowel recht probeert te doen aan het contemporaine levensgevoel en de stand van de wetenschap, als aan de religieuze kern van de christelijke boodschap. Het is hem niet door iedereen in dank afgenomen. In de behoudende kerk werd zijn 'populaire' theologie verketterd als vrijzinnig.

Kuiterts nieuwe boek zal ongetwijfeld weer voor opschudding zorgen in christelijke kring. In Jezus: nalatenschap van het christendom zet hij zich af tegen de orthodoxe leer die van Jezus een 'God op aarde' heeft gemaakt, maar ook tegen eigentijdse 'vrije producties' die in Jezus een New Age-leermeester, een gnostische verlichte ziel of een sociaal revolutionair willen zien.

Op basis van historisch onderzoek komt Kuitert tot een minimale maatstaf. Jezus heeft geleefd, en hij hing de joodse godsdienst aan. Dat betekent dat hij zichzelf onmogelijk kan hebben gezien als 'God op aarde'. Die status werd Jezus pas in de hellenistische wereld toegekend, zegt Kuitert de moderne godsdienstwetenschap na. Daarin bestaat inmiddels, in allerlei nuances, consensus over het joodse karakter van de prediking van Jezus, de cruciale rol van Paulus als stichter van het 'christendom', en de Grieks-Romeinse invloeden op de vergoddelijking van Jezus Christus.

Jezus heeft dezelfde open, ontspannen en prikkelende stijl die eerdere boeken van Kuitert tot theologische bestsellers maakte - en voor veel behoudende christenen tot een provocatie. Het 'wemelt van Jezus', schrijft hij over de hausse aan Jezus-boeken. Hij spreekt over de oudste dogma's als 'Jezus in de grondverf' en over 'het omturnen van de Kruisdood' door de apostelen: van misdaad tot overwinning.

Met zijn boek wil Kuitert een middenkoers varen tussen ouderwetse dogmatiek en een postmodern free for all. Bij Kuitert is Jezus weer God af. God-op-aarde was 'een dwaalspoor'. De functie van Jezus was - achteraf - dat via hem het joodse 'zoekontwerp' van God bereikbaar werd voor niet-joden. Kuitert, in Jezus: 'Er is niets in het christendom dat ook niet in het jodendom is'. Het christendom verschilt alleen van het jodendom 'in reikwijdte'. En Jezus kwàm niet voor het kruis maar 'liep het op'. Een andere sleutelzin: 'Achter de waarheid over God komen is een zaak van ervaring (...) Maar de waarheid over Jezus is van historische aard.'

Dit boek zal weer een steen in de vijver zijn.

“Tot mijn verdriet, mag ik wel zeggen. Ik heb de publicatie van dit boek een poos vertraagd, omdat ik er eerst zelf mee in het reine moest komen. Je stoot toch weer een hele hoop mensen voor het hoofd. Aan de andere kant denk je: het moet gezegd. Ik wil geen voedsel geven aan het bezwaar dat al zo vaak tegen de christenheid wordt ingebracht: dat ze onwaarachtig is over de waarheden van onze cultuur, van onze wetenschap. Dat men die wel kent, maar ze niet ter sprake brengt, om maar vooral niemand in de war te maken.”

Hij heeft al een doos klaarstaan. Daar gaan alle recensies in, een touw erom en dan naar zolder. “Daar staan al tien dozen.” Aan de andere kant, Kuitert heeft ook goede ervaringen met het gewone kerkvolk. Hij sprak een keer in Hoogeveen. Een kerk vol “heel gewone Drenthen”. “Ik vertelde mijn verhaal daar net als ik het u vertel, zonder blad voor de mond. En dan blijkt: niemand stenigt je. Mensen komen je een hand geven na afloop. Ik denk dat de mensen al veel verder zijn dan de kerk beseft.”

Waarom zouden we Jezus dan moeten 'terugschroeven tot passende proporties'?

“De christologieën dwarrelen tegenwoordig als sneeuwvlokken door elkaar. Het is bijna een soort wedstrijdje geworden: wie kan het meeste Jezus in zijn christendom stoppen? Dat is als verschijnsel natuurlijk wel begrijpelijk. Over Jezus praten sluit gauw aan bij eenvoudige vroomheid. Je valt er niet mee door de mand, het is veilig. Je zit altijd goed.

“Maar ik geloof dat dus niet. Het ís niet altijd goed. Dat hangt samen met mijn klassieke gereformeerde opvoeding. Ik ontleen daaraan het gevoel dat die hele Jezus-verering op grenzen stuit. De klassieke gereformeerden wisten veel van Jezus, maar ze wisten ook een hoop van het Oude Testament. Zij hebben zodoende de neiging Jezus vooral instrumenteel te zien, in het gehéél van de christelijke geloofsvoorstelling. Zij geven hem niet zo'n verschrikkelijk eenzijdige aandacht.”

Maar moet u als predikant niet blij zijn met die aandacht? Het is kennelijk een succesformule.

“Het loopt als een trein, ja. Maar ik verzet me er toch tegen. Het is soms zozeer in strijd met wat het christendom beoogt, en met het ontwerp van God waar het christendom zich mee identificeert, dat het bijna bijgeloof en afgoderij wordt. De vermenging met voodoo laat dat zien in Zuid-Amerika. Maar het geldt ook voor veel Jezus-vroomheid in Europa. Ook een succesformule kan de kerk en onze cultuur naar beneden helpen. Geen enkele cultuur is gebaat bij bijgeloof. Dus in die zin recht ik wel even mijn rug.”

U heeft een open oog voor toevalligheden, voor de loop van de geschiedenis. We kennen Jezus niet, we weten alleen wat we van hem gemaakt hebben. Dan kun je ook zeggen: ja, en nu maken we iets anders van hem. Zo gaat dat.

“Nou, ik probeer ook heel royaal te zijn voor al die stromingen die van Jezus maken wat ze willen. Ook de officiële kerkleer was tenslotte ooit zo'n 'vrije productie'. Maar mijn kritische vraag is: hebben ze nog iets te maken met ene J. van N. waarmee oorspronkelijk alles begonnen is? Er moet één legitimatie zijn in al die christologieën, namelijk dat die historische figuur er op zijn minst in past. We weten dat hij een jood was, de joodse godsdienst aanhing en in de joodse God geloofde. Daar moet elke christologie mee in het reine komen. Het is allemaal niet alléén maar 'een mooi verhaal'. Er komt een moment dat ook een Nico ter Linden moet zeggen: hier gaat het om iets dat een historisch feit is. Dat is onontkoombaar.”

Wie dat doet, kan volgens Kuitert nooit aanvaarden dat er een God op aarde is verschenen, genaamd Jezus Christus. “Dat kan niet. Daar gaat de hele zaak over de kop. Zo gaat het christendom ten onder aan wat het destijds in het zadel hielp: Jezus als een Tweede God.”

Is dat dan in strijd met het oorspronkelijke christendom?

“Ja. Die interpretatie van Jezus als een Tweede God heeft het christendom, als het terugdenkt aan waar het vandaan gekomen is, eigenlijk nooit goed kunnen maken. Jezus geloofde het zelf niet. De vergoddelijking van Jezus is begonnen in de tweede en derde eeuw. De vroegste kerkvaders hebben al erg hun best gedaan er een theologie voor te leveren. En later krijg je natuurlijk die ongelooflijk ingewikkelde leer van de Drieëenheid die het allemaal in rechte dogmatische termen moest gieten.”

“Ik leg dat uit als een bijna wetmatige religieuze behoefte van mensen: de behoefte aan een God op aarde. Een eye-opener was mijn bezoek aan de Kirchentage in München, waar de Dalai Lama zou spreken. Overal waar die man sprak, donderden de zalen vol met jonge mensen. Een Duitse moeder zei toen tegen me: Da sieht man wass die Jugend sich wunscht: einen Gott auf Erden. Dat ben ik nooit vergeten.”

Dus we hebben ons tweeduizend jaar vergist?

“Nee, dat zou mij veel te ver gaan. Dat wil ik niet zeggen. Elke tijd heeft nu eenmaal zijn eigen aspiraties en behoeften. Dat is ook tot op grote hoogte legitiem. Alleen, wij kunnen het steeds minder meemaken in die oude termen. In mijn boek heb ik het bekende woord van Jezus geciteerd: 'ziet ge deze heilige gebouwen, er zal geen steen op de andere blijven'. Ik bedoel daar natuurlijk de klassieke christologie mee, zoals de kerk die heeft opgebouwd en met harde hand eeuwenlang heeft verdedigd.”

U volgt het zelfbeeld van Jezus. Hij zag zichzelf niet als God. Maar hij had evenmin het idee een nieuwe wereldgodsdienst te stichten. Hij wilde het joodse volk tot de orde roepen.

“Hij kwam voor iets anders maar hij werd Wereldheiland. Dat is zonneklaar: in het beroemde verhaal van de Palestijnse vrouw wordt Jezus tegen zijn zin over de streep getrokken om zijn boodschap ook aan een niet-jood te verkondigen. En het blijft een ontzettende brutale greep van de apostel Paulus om te zeggen: de God van de joden is er ook voor de niet-joden. Maar ja, het is zo gelopen. Iets anders kun je niet zeggen. Christenen mogen in hun handen wrijven dat zij in plaats van Wodan nu ook de god van de joden mogen aanroepen. Het is een factum.”

Het is ook een factum dat ze van Jezus daarna een Godmens hebben gemaakt. Dat hoort er dan ook bij.

“Daarna hebben de christenen inderdaad uit pure, joyeuze ontdekkingsvreugde Jezus zo opgehemeld - dat vind ik een goeie term - dat ze een Tweede God van hem hebben gemaakt. Omdat ze natuurlijk van die hele God van de joden niks afwisten en dat allemaal door het kanaal van Jezus ging. Dat paste in de religieuze aspiraties van de antieke cultuur. Maar níet bij de joodse religie die Jezus zelf aanhing.”

Nu dan maar de winkel sluiten, want het was helemaal niet voor ons bedoeld?

“Nee. Want ook al was het niet voor mij bedoeld, het is goddank zo gelopen dat ik niet meer Wodan-aanhanger ben, en van het allerzwartste heidendom ben bevrijd. Daar ben ik diep dankbaar voor.”

Maakt u van Jezus niet teveel een 'instrument', een global manager van een wereldwijd jodendom?

“Jezus had een brugfunctie. Maar dat is niet zomaar iets logistieks. Mét Jezus komt het hele joodse geloof mee. Neem het ritueel van de verzoening, het typisch joodse idee dat je geen entree hebt bij God als je zonden niet eerst zijn weggedragen 'van voor zijn heilige ogen'. Dat keert in het christendom terug met de Kruisdood van Jezus. Dat vind ik essentieel. Het idee van verzoening betekent dat je wéét dat je verantwoordelijk bent, en ook weet aan wíe, namelijk aan God de Schepper. Wat doe je met zijn wereld? Hoe houd je huis in zijn huis? Dat vind ik het enige grote ritueel dat je binnen het christendom zou moeten vasthouden.”

Maar Jezus stierf aan het kruis, de joodse zondebok wordt weggestuurd.

“Daar zit wel een kronkel. Maar het maakt me eigenlijk niet zoveel uit welk model je hanteert, dat van het offer of dat van de zondebok. Als je maar ziet dat al die rituelen erop uit zijn om iets goed te maken. Wíj moeten iets goed maken, dat is ons kwade geweten. Bij de apostel Paulus, en ook in het jodendom,vind je dan vervolgens het verbluffende idee dat God dat ritueel van ons overneemt. Zodat je eigenlijk helemaal niks meer hoeft goed te maken.”

Wat blijft er in uw christologie over van de opstanding?

“Het is in elk geval niet: het weer levend worden van een lijk. Dat schreef ik al in Het algemeen betwijfeld christelijk geloof. Dat kan het niet wezen. De verhalen over de opstanding zijn eerder illustraties van de betekenis van Jezus dan de basis voor die betekenis. De dood is niet het laatste woord. Dat is de betekenis van hun uitspraak 'Jezus leeft'. Zijn belang wordt door die verhalen onderstreept, of ze nou echt gebeurd zijn of niet. Het hóeft niet eens, dat zie je bij Maria. Die is toch ook niet opgestaan? Maar ze verschijnt wel, bij de katholieken.”

Wordt de opstanding dan niet weer een illustratie van een universele waarheid, zoals de Verlichting wilde, in plaats van een unieke gebeurtenis?

“Uniek is het niet, nee. Maar dat besef is niet van vandaag. De apostel Paulus zei al: 'hij eerst, en dan wij'. De opstanding is de uitdrukking van een hoop die mensen al eeuwenlang koesterden en die ze hechtten aan Jezus, die op zo'n smadelijke manier ter ziele ging. Er zijn trouwens genoeg verhalen van andere mensen die uit het graf opstaan en die kun je zien als illustratie van dezelfde menselijke hoop. Dat vind ik ook billijk gezien de stand van onze cultuur en wetenschap. Je kunt er geen christelijk geloof op nahouden dat zich daar volstrekt buiten plaatst.”

Het christendom is dus 'de God van de joden voor de niet-joden'. Maar waarom kreeg Paulus dan bij Damascus een visioen van Jezus en niet van de joodse God?

“Daar zit wel iets achter. Paulus streed juist tegen de verspreiding van het joodse geloof door de Jezus-aanhangers over de grenzen naar Syrië, Libanon, en Klein-Azië. Hij jakkert achter ze aan om ze uit de synagoges te plukken en voor het gerecht te brengen. Nou, dan lijkt het mij vrij duidelijk dat, wil de man bekeerd worden, hij juist door die Jezus in de kraag gegrepen moet worden. Ik vind dat visioen dus wel adequaat.”

Zoiets als de moordenaars in El Salvador die bisschop Romero voor zich zien.

“Precies. Dat lijkt mij een goede vergelijking. Die zou ik graag willen bijvallen.”

De grote kracht van het christendom is volgens Kuitert het multi-etnische karakter van de boodschap. Het jodendom moest nog worden voorbehouden aan de joden, maar het christendom erkent dankzij de brugfunctie van Jezus de gehele mensheid als 'volk Gods'.

“Dat vind ik wel een vondst van mezelf als het gaat om de uitdrukking 'Christus is koning', waar ook zo ontzettend veel rotzooi mee bedreven is. Je kunt die ook zo uitleggen dat Jezus etnische pluraliteit een kans geeft. De 'God voor niet-joden' betekent dat er geen etnische beperkingen meer aan het geloof zitten. Waarom zou je dat niet zien als 'het Koninkrijk Gods'? Je mag er van mij ook wel allerlei sociale en politieke invullingen aan geven, maar die sterven op den duur allemaal weer af. Wat niet sterft is het idee dat er aan dit geloof geen etnische grenzen meer zitten.”

Met Jezus doet Kuitert zelf ook mee aan 'de Jezus-markt', of hij wil of niet. Maar daar zit hij niet mee. “Op een bepaalde manier is het natuurlijk wel meegenomen wat er nu met Jezus gebeurt. Het is tenslotte beter een Jezus-boek te lezen of te schrijven dan naar de hoeren te gaan, zal ik maar zeggen. Waarom zou je dat niet positief waarderen, zonder uit het oog te verliezen dat veel van die watertjes nergens naar toe lopen?”

Wat moet er met uw voorstel voor een nieuwe christologie gebeuren?

“Ik verwacht dat veel christenen die het interesseert en die graag bij de les blijven, eraan overhouden dat het anders kan dan je altijd hebt geleerd. Dat je de zon mag zien schijnen bij zoveel andere opvattingen over Jezus, zonder dat je daarbij je kritische vermogen hoeft in te leveren.”

Strijdt u tegen de tijdgeest?

“Ik heb eerder het idee dat ik de tijdgeest een stapje voor probeer te zijn. Er zijn heel veel mensen die nu net zo'n beetje toe zijn aan al die sjeuiige New Age-achtige Jezusbeelden. Ik wil laten zien dat daar grenzen aan zijn.”

Dus men geniet eindelijk van de nieuwe vrijheid en dan komt u de zaak weer bij de les roepen?

“Dat kan ik natuurlijk niet laten. Ik ben de zoon van een schoolmeester.”