Iran steunt verzet Bamiyan; Talibaan geven doden Iraniërs toe

NEW DELHI, 11 SEPT. De spanningen tussen Iran en de Talibaan-beweging in Afghanistan zijn sterk opgelopen na de vondst van de lijken van negen vermoorde Iraanse diplomaten in de buurt van de Noord-Afghaanse stad Mazar-i Sharif.

De diplomaten, die al sinds 8 augustus werden vermist, werden door Talibaan-milities vermoord na de verovering van de stad, zo hebben de Talibaan gisteren toegegeven. Of de diplomaten opzettelijk zijn gedood of niet, kon de Talibaan-leiding niet zeggen.

De Talibaan zullen de verantwoordelijken straffen, zo maakte mullah Mohammed Omar, de hoogste leider, gisteren bekend. In een brief aan de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Kofi Annan, uitte hij zijn “bedroefheid” over de dood van de diplomaten.

Omar gaf toe dat de Iraniërs door zijn eigen mensen om het leven zijn gebracht, maar zei dat zij “uit zichzelf hebben gehandeld”. Omar riep de Talibaan op krijgsgevangen goed te behandelen “volgens de principes van de islam”.

De Talibaan-leider doelde onder meer op een nieuw offensief van de milities in de centraal-Afghaanse provincie Bamiyan, bewoond door zo'n 300.000 shi'itische moslims die door het eveneens shi'itische Iran worden gesteund. Iran vreest dat ook in deze regio vele burgers worden gedood door de Talibaan-milities. Amnesty International meldde onlangs dat na de verovering van Mazar-i-Sharif enkele duizenden burgers zijn vermoord door de Talibaan. Hulporganisaties melden dat veel burgers op de vlucht zijn geslagen. De afgelopen dag zijn verschillende militaire vliegtuigen uit Iran in het gebied geland. Aangenomen wordt dat zij wapens en hulpgoederen aanvoeren voor de shi'itische verdedigers van Bamiyan.

De Iraanse regering, die gistermiddag een nieuwe grootscheepse militaire oefening op touw zette langs de grens met Afghanistan, stelde gisteren dat de Talibaan en hun “helpers” (doelend op Pakistan) verantwoordelijk worden gehouden voor de moord op de diplomaten. Over het lot van twee andere vermiste diplomaten is nog niets bekend.

De Iraanse opperste leider ayatollah Ali Khamenei kondigde drie dagen van rouw af voor de diplomaten, die “martelaren” worden genoemd. Teheran eist de overdracht van de lichamen van de diplomaten en de onmiddellijke vrijlating van Iraniërs die nog door de Talibaan worden vastgehouden.

Aan de 70.000 Iraanse soldaten die de laatste weken naar het grensgebied met Afghanistan zijn gestuurd, worden enkele divisies toegevoegd voor nieuwe manoeuvres van zowel grondtroepen als de luchtmacht.

De Iraanse president Mohammed Khatami zei volgens de Iraanse televisie dat Teheran de “onrust en instabiliteit beschouwt als een bedreiging van onze eigen nationale veiligheid”. Khatami zei dat Iran zich het recht voorbehoudt “maatregelen te nemen ter bescherming van onze veiligheid”.

In New York veroordeelden de leden van de VN-Veiligheidsraad de moord op de Iraanse diplomaten en eisten een spoedonderzoek naar “deze misdaden”. “Leden van de Veiligheidsraad veroordelen deze afschuwelijke daden”, zei de Zweedse voorzitter Hans Dahlgren in een verklaring.