Het panorama van de Zaan

Nieuw Zaans Museum bevat veel technische noviteiten

Het nieuwe Zaans Museum in Zaandijk ziet eruit als een moderne fabriekshal; de toeschouwer kan er in de weer met computers, babbelboxen en barcodes. De bulk van de voorwerpen, van ploegen tot bruiloftsklompen, werd echter ingebracht door de locale bevolking. ZAANDIJK, 11 SEPT. Een met vet besmeurde molenaarsoverall, een houten tandrad en de eerste kassa van Albert Heijn, een plank met vier uitgeslepen kommetjes, sieren de drie publiciteitsposters voor het nieuwe Zaans Museum. Zelfs de medewerkers van de drukkerij, die wel gewend zijn aan opdrachten, fronsten hun wenkbrauwen bij het zien van de contactafdrukken. Verbaasd waren ook veel Zaankanters toen zij op de posters die de opening morgen door premier Kok aankondigen, de afbeelding van het museum zagen. De lokale bevolking, die van mening is dat musea pittoreske panden zijn en dat dat vooral zo moet blijven, doopte de nieuwbouw naast de idyllische groene huisjes en molens van de Zaanse Schans al snel om tot 'het monster van de Kalverpolder'.

Toen Koos de Jong in 1994 aantrad als directeur van het nieuwe museum stond voor hem al vast dat het 'absoluut geen museum in pannenkoekenhuisstijl' mocht worden. Architect Cor van Hillo, bekend van onder andere het Museonder bij Otterlo en het stadion van voetbalclub FC Den Bosch, gebruikte de door de Europese Unie en gemeente Zaanstad beschikbaar gestelde tien miljoen gulden voor de bouw van een sobere fabriekshal. Het ongeschilderd beton, blanke hout, glas, staal en koper steken scherp af tegen de achtergelegen weilanden met houten windmolens, maar sluiten direct aan bij het onafgebroken front van fabriekshallen, silo's en schoorstenen, die al sinds de zeventiende eeuw het gezicht van de Zaanoever bepalen.

De glazen pui aan de achterzijde van het museum biedt prachtig uitzicht op deze omgeving. Vanaf het uitkijkpunt op de bovenste verdieping, 'Z-watch' (Z staat voor Zaan) genaamd, kan met een als periscoop te hanteren camera op het dak, die is aangesloten op een groot computerscherm, een Mesdag-achtig panorama worden gecreëerd. Behalve een 360 graden bestrijkend geografisch overzicht bieden de computermonitors informatie over de fabrieken, molens en waterlopen die men in het vizier heeft. Op een 25 meter lange fotocollage van de gehele Zaanoever uit 1982 is te zien hoezeer het uitzicht in de afgelopen anderhalf decennium al is veranderd.

Z-watch is slechts één van de in het museum toegepaste technische foefjes. Een andere museale innovatie is het gebruik van barcodes. De barcodes, die nu alleen nog toegepast in de 'kindersupermarkt' waar jeugdige bezoekers aan een educatieve speurtocht langs historische kruidenierswaren en vergeelde affiches kunnen deelnemen, zullen in de toekomst in het hele museum te vinden zijn. De bezoeker kan dan gericht informatie verzamelen en die desgewenst laten uitprinten.

Het museuminterieur kent geen afzonderlijke zalen. De door kale muren, stalen balken en ongecamoufleerde verwarmingsbuizen begrensde ruimte wordt verdeeld door hoogteverschillen. Vanaf de levensgrote maquette van de streek aan het begin van de tentoonstelling loopt een schuin oplopend houten pad langs zeven 'pleinen', die ieder aan een apart thema zijn gewijd. Op deze pleinen wordt door middel van dia's, filmpjes en belichting van sleutelobjecten uit de collectie de sociaal-economische geschiedenis van de Zaankanters uit de doeken gedaan.

Toelichtende tekstbordjes ontbreken hier. Een individueel audiosysteem in vorm van een conventionele koptelefoon, die bij binnenkomst wordt uitgereikt, wordt via sensoren geactiveerd zodra men in de buurt komt van één van de pleinen. Een collage van feitelijke informatie, achtergrondverhalen, lyrische teksten en illustratieve geluiden, zoals het gekabbel van water en het klapperen van molenzeilen, moeten de regionale historie tot leven wekken. Bezoekers die aan de hand van de audio-visuele gids het museum doorlopen, worden in één uur tijd door het museum geloodst. Deze 'museale snelweg' is vooral bedoeld om (buitenlandse) toeristen te trekken, waarvan er jaarlijks 900.000 per tourbus de tegenover gelegen Zaanse Schans bezoeken.

Bezoekers met meer tijd kunnen over de 'B-wegen' tussen de pleinen dwalen. In hoge aluminium kasten staat hier in het schijnsel van industriële lampen een breed scala aan alledaagse voorwerpen, schilderijen en prenten uitgestald. Half vergane ploegen, uithangborden, een immense zakkenseul, Aap-Noot-Mies leesplankjes en andere oude gebruiksvoorwerpen vullen het historische magazijn van de Zaanse geschiedenis. Het belang van de brandweer in deze met licht ontvlambare, houten huisjes volgebouwde streek wordt geïllustreerd door middel van leren brandemmers, hoosscheppen en een enorme collectie ceremoniële brandweerstaven. De houtindustrie wordt in beeld gebracht door middel van een collectie zagen, half bewerkte boomstammen en prachtig bewerkt paar wilgenhouten bruiloftsklompen.

Hoewel sommige tentoongestelde voorwerpen afkomstig zijn uit het voor herinrichting gesloten Zaans Historisch Museum, is de bulk van de collectie bijeen gebracht door de lokale bevolking zelf. Door middel van advertenties in lokale bladen werden Zaankanters opgeroepen erfstukken van zolder te halen en grootouders over te halen afstand te doen van in onbruik geraakte meubels, gereedschappen en prullaria. Op deze wijze heeft het museum een authentiek uniform van een Verkademeisje achterhaald en de Fasto-geizer, die nog ontbrak bij de al aanwezige Bruynzeelkeuken, in handen gekregen.

Lege plekken in de opstelling zijn niet het gevolg van uitleen aan andere musea maar zijn een direkte oproep aan de bezoekers een gat in de collectie op te vullen. Via 'babbelboxen' in computerzuilen kunnen bezoekers tips over ontbrekende voorwerpen geven of hun specifieke kennis en verhalen over museumstukken delen met andere bezoekers en museummedewerkers. Op deze wijze hoopt het museum ook de identiteit en het gebruik van voorwerpen te achterhalen, waarvan niet duidelijk is wat ze nu eigenlijk voorstellen.