Het bestuur

Wachten duurt lang, zegt men, altijd en overal. Maar hier, in de stilte van de heuvels, duurt het nog langer. Yves heeft me nieuwsgierig gemaakt met zijn aankondiging van een brief die al mijn vragen zou beantwoorden. Zou daar dan in staan hoe het nieuwe bestuur is samengesteld? En hoe is dat bestuur dan gekozen of benoemd? En weer begon de twijfel aan me te knagen. Waar was ik eigenlijk aan begonnen? Had ik er niet verstandiger aan gedaan mijn mond te houden? Een vereniging van handel en ambacht, wat moest ik daarmee? Bovendien, met al dat lokaal patriottisme hier. Ik kwam niet eens uit de streek; ik was zelfs een vreemdeling, een buitenlander!

Ik werd door duizend nieuwe vragen bestormd. Had ik me niet voorgenomen om nu voor eens en voor altijd rust te nemen en alleen leuke dingen te doen? Nou dan. Zo bleven tegenstrijdige redeneringen in mij rondkaatsen, toen ineens de facteur een enveloppe bracht met het bekende wapen van Thenon: een bloeiende boom geflankeerd door twee lelies. Meestal bevatte deze enveloppe de aanzegging van de opheffing van de huisvuilinzameling of een plaatselijke heffing. Maar gelukkig, deze keer kwam er dan toch een brief uit met het briefhoofd van de ACAT.

'Monsieur', begon de brief beleefd. En verder luidde het: 'Naar aanleiding van onze algemene ledenvergadering op donderdagavond...in de zaal van het gemeentehuis, onder voorzitterschap van burgemeester Dominique Bousquet, heeft het nieuwe bestuur van onze vereniging zich als volgt samengesteld. Toen volgden de namen, functies en de privé-adressen:

Mr. Yves Pouyau, voorzitter, La Besse; Mr. Alain Crantelle, vice-voorzitter, La Garenne; Mlle Nathalie Martin, secretaris, 12 Avenue de la 4ème République; Mme Françoise Normand, 2de secretaris, Avenue de la 4ème République; Mme Marie-Jeanne Delpey, penningmeester, La Haute Besse; Mme Liliane Minos, 2de penningmeester, Les Brandes; Mr. Gilbert Van Stygeren, Relation publique, Les Babots.

Zo, dat was dus het nieuwe bestuur. De meesten kende ik wel, als winkelier of andere ondernemer. De privé-adressen waren meest buurtschappen, als mijn eigen Les Babots.

Yves was dus blijven zitten. Dat sprak wel vanzelf. Hij had veel om hem populair te maken: een jong ogende veertiger, een vlotte gesprekspartner, een van de laatst overgebleven boeren, fokker van eenden en ganzen, producent van het streekproduct bij uitstek, de 'foie gras' (eenden- en ganzenleverpaté), type ideale schoonzoon die vele meisjes en jonge vrouwen hun ouders gunnen, maar liever nog niet thuis komen voorstellen. Pragmaticus en practical joker. Pas later, veel later, zou ik begrijpen hoe hij het hem geleverd had dit gezelschap bijeen te krijgen.

Alain Crantelle, ook uit het departement Dordogne afkomstig, zij het van verder weg, is hovenier, arborist, tuinder. Zelfde leeftijd als Yves, zelfde grappen ook, een duidelijke keuze van Yves.

Nathalie Martin is veruit de jongste van het gezelschap. Zij is nog niet lang geleden een schoonheidsinstituut annex parfumerie begonnen in de hoofdstraat, meer een staaltje van jeugdige overmoed dan van gedegen marktanalyse. Zoals zij door de hoofdstraat loopt vormt zij een levende reclame voor haar eigen producten en diensten. Als voorbeeld van gedurfd ondernemerschap had zij zeker haar verdiende plaats in het team.

De extra toegevoegde functies van 2de secretaris en 2de penningmeester bleken door Yves spontaan te zijn bedacht, toen hij niet uitkwam met het aantal functies en de namen die hij erbij had gevonden. Hij heeft veel woorden nodig gehad mij dit later duidelijk te maken. Het kwam hierop neer. Hij had met mij in de maag gezeten. Een vreemdeling, die niet eens zelf een bedrijf uitoefent, buitenlander bovendien, dat kon wel eens lastige vragen opleveren. Toen was hem iets ingevallen dat hij ooit gehoord had op de Economische School die hij ooit gevolgd had in Angoulême, tien, vijftien jaar geleden. Daar was een term in de mode geraakt afkomstig, als zo vaak uit de Engelse taal: 'public relations'. Maar dat woord was zo, in deze vorm, niet geschikt voor ons dorp. Dus had hij het verfranst en teruggebracht tot enkelvoud: 'Relation publique'. Het betekende wel niets maar het leek hem een prima functie voor mij en er zouden zeker geen vragen over gesteld worden. 'Maar', voegde hij er aan toe: 'De vereniging verwacht dat ook deze functie ons ver vooruit zal brengen.' 'Daar zijn we het dan over eens', zei ik. 'Allons enfants...'