Hervormers verdwijnen onder Primakov van toneel

In de regering van Jevgeni Primakov krijgen communisten economische sleutelposten. De hervormers zijn passé.

MOSKOU, 11 SEPT. “Op de schouders van de partijloze premier Primakov keren de communisten terug in het Witte Huis.” Zo interpreteert het ochtendblad Segodnja de voorlopige uitkomst van de slepende machtsstrijd tussen het Kremlin en de Doema.

De afgetakelde Jeltsin is na tweeëneenhalve week gevaarlijk pokeren gezwicht voor de communisten. Zijn kroonprins, Viktor Tsjernomyrdin, heeft het veld moeten ruimen voor de compromisfiguur Jevgeni Primakov. Deze islamoloog kan door één deur met Saddam Hussein en Madeleine Albright, krijgt schouderklopjes van zowel NAVO-chef Javier Solana als van de NAVO-fobe Wit-Russische president Aleksandr Loekasjenko, maar weet niets van economie. Hij is een dichter die van doorzakken houdt, geen kille rekenaar.

Heeft Jeltsin door Primakov naar voren te schuiven - in plaats van de halfslachtige hervormer Tsjernomyrdin - het Russische streven naar de vrije markt opgegeven? Segodnja weet het zeker: “Dit betekent de terugkeer naar Gosplan.” Gosplan was het Sovjet-planbureau, dat verantwoordelijk was voor een van de meest karakteristieke problemen van de USSR: het defitsiet oftewel het tekort aan alles. Is het toeval dat in het vroegere Gosplan-hoofdkwartier nu de Doema zetelt, met zijn meerderheid aan communisten en nationalisten?

Segodnja voorspelt dat er zeker twee communisten in de regering-Primakov komen, en de inkt was nog niet droog of de krant kreeg gelijk. Partijlid Joeri Masljoekov wordt eerste vice-premier, en Viktor Gerasjtsjenko wordt (weer) directeur van de Centrale Bank. Symbolisch gezien is dat de grootst denkbare breuk met het beleid van de vertrokken markthervormers als Boris Nemtsov en Anatoli Tsjoebais en de monetarist Sergej Doebinin, tot deze week hoofd van de Centrale Bank. Masljoekov was in de Sovjet-tijd niemand minder dan de baas van Gosplan; en Gerasjtsjenko was de man die de roebelpersen in het begin van de jaren negentig op volle toeren liet draaien. Beiden staan staan bekend als conservatieve planeconomen. De hervormers zijn passé.

Doema-voorzitter Gennadi Seleznjov, ook een communist, glom dan ook van tevredenheid toen hij vanmorgen zijn twee door Primakov goedgekeurde kandidaat-bewindslieden presenteerde. De kern van het communistische plan om Rusland uit het economische moeras te trekken is de fixatie van de roebelkoers op 7 per dollar. Niet door de overheidsfinanciën op orde te brengen en met het verdiende geld de munt te steunen, zoals de vorige regering probeerde, maar gewoon per decreet. De communisten willen een geleide economie, re-nationalisatie van strategische noodlijdende delen van de industrie, prijscontroles, protectionisme voor onrendabele bedrijven, gratis onderwijs en gezondheidszorg, gefinancierd door het bijdrukken van waardeloze roebels.

Het zakenblad Kommersant Daily vreest het ergste (“een herleving van de tijden van Gosplan”) maar schrijft dat de strijd nog niet beslist is. Van alle hervormers uit de vorige regering was er tot vanochtend nog een over: vice-premier Boris Fjodorov, die als een van de weinigen bereid was om voor Tsjernomyrdin te werken. Zijn macro-economische ideeën staan haaks op die van de communisten, en de Kommersant wees er vanochtend op dat de uitkomst van die machtsstrijd zal bepalen of Rusland zijn experiment met de vrije markt voortzet of niet. Inmiddels heeft Fjodorov de handdoek in de ring gegooid: hij bedankte vanchtend voor de eer.

Primakov zelf neigt naar reguleren, zeggen de experts, en op hulp van buiten hoeft “deze technocraat” niet te rekenen. Het IMF zal voorlopig geen nieuwe miljardenlening uitkeren. Het kan ook moeilijk anders, nu zelfs de in het Westen gerespecteerde Tsjoebais heeft onthuld dat hij deze zomer tegen het IMF heeft “gelogen” over Ruslands financiën om een krediet van 4,3 miljard dollar los te praten.

Anders dan Tsjernomyrdin, het boegbeeld van het 385.000 duizend werknemers tellende gasconcern Gazprom, mist Primakov in Rusland een economische basis waarop hij zou kunnen terugvallen. De 68-jarige ex-spion beschikt niet over de connecties en de financiële bronnen waarmee de intriges in en om het Kremlin doorgaans worden uitgevochten.

Primakov zelf heeft tot nog toe alleen gezegd dat hij een voorstander is van “een groot en verenigd Rusland'. Dat is niet alleen goedkope retoriek, want in reactie op de uitblijvende richtlijnen uit Moskou zijn de gouverneurs in de regio's alvast begonnen om naar eigen inzicht de economische crisis te bestrijden. Zij leggen eigen goud- en deviezenreserves aan - alsof zij zich voorbereiden op het moment dat de federatie uiteenvalt. Crisismanagement op alle fronten, mede om de macht van Moskou als centrum te herstellen, zal Primakovs hoogste prioriteit krijgen.