Goede naam

Dat Peter Struycken not amused was, dat er tijdelijk wat Zuid-Afrikaans schilderwerk op de pilaren onder het Nederlands Architectuurinstituut in Rotterdam was aangebracht, zodat zijn 'lichtkunstwerk' in de zuilengalerij 's nachts niet helemaal honderd procent zoals het ooit eens bedoeld was, te zien zou zijn - dat kan ik me voorstellen.

Het is een leuk kunstwerk, met steeds andere zuurtjeskleuren die 's nachts de zuilengalerij verlichten. Iedereen die langs de Rochussenstraat loopt of rijdt kan ze zien, en er vrolijk van worden. Het is kunstwerk dat bij een speelse, vrije geest hoort, zou je zeggen.

Dat beeld moet grondig herzien worden na de afgelopen weken. Peter Struycken is op hoge benen naar de rechter gelopen, om in kort geding te eisen dat de paar Zuidafrikaanse schilderijen, verbonden met een manifestatie in het NAi, verwijderd worden, omdat ze zijn kunstwerk aantasten. Dat het licht er 's nachts iets anders door weerkaatst wordt, daar zal iedereen het over eens zijn. Je zou het kunnen zien als een verrijking van het kunstwerk. Wie een kunstwerk van licht maakt, en dat buiten in de openbare ruimte plaatst, maakt per definitie een kunstwerk dat er steeds anders uitziet door omgevingsinvloeden. Er is om te beginnen al een verschil van dag en nacht, als het regent ziet het er anders uit dan als er herfstbladeren langswaaien, als de plaatselijke Rotterdamse jeugd wat vrolijke graffiti op de muren spuit, wordt het weer anders. Tijdelijk. Binnen het tijdelijke lichtkunstwerk is die verandering interessant. En het kunstwerk van Struycken is nu juist zo sterk, dat het al die veranderingen moeiteloos kan hebben - het werk wordt er spannender van. Het is geen steriel laboratoriumkunstwerk. Geen kasplant.

Maar dan. Komt de kunstenaar zelf. Loopt naar de rechter. Laat een raadsvrouwe zeggen dat zijn goede naam als kunstenaar wordt aangetast, omdat er tijdelijk een paar schilderijen van Zuid-Afrikanen de weerkaatsing van zijn kunstwerk aantasten. Omdat hij volgens zijn raadsvrouwe wordt geassocieerd 'met het rommelig allegaartje' (citaat uit het verslag van het kort geding ter plaatse, in de zuilengalerij, in deze krant van 2 september).

Je voelt allerlei beweegredenen achter deze ten diepste gekwetste redeneringen omhoogkolken, maar bovenal stijgt er een vorm van kleinzieligheid uit op. Het kunstwerk is sterker, speelser en meer op vrijheid belust dan de kunstenaar. De rechter heeft gisteren die benepenheid ook nog gehonoreerd, door Struycken in het gelijk te stellen. Het is dat het onmogelijk is, anders zou ik Struycken een kort geding tegen hemzelf laten aanspannen. Hij tast zelf zijn goede naam aan, niet die paar tijdelijke schilderijen op zijn lichtkunstwerk.