Fraaie watertorens zijn geliefde monumenten

In Nederland staan nog 255 watertorens. Volgens de Nederlandse Watertoren Stichting staan de waardevolste daarvan in Vianen, Aalsmeer, Groningen en Eindhoven.

ROTTERDAM, 11 SEPT. Er worden al enige tijd geen watertorens meer gebouwd en vermoedelijk zullen ze ook niet meer gebouwd worden. Maar kenmerkend voor het landschap en van grote cultuurhistorische en architectonische waarde zijn en blijven ze. Hoog tijd voor een inventarisatie, vonden de torenminnende ingenieurs van de Nederlandse Watertoren Stichting.

Sinds juni dit jaar ligt er een onderzoeksrapport van de stichting, waarin van de 255 watertorens in Nederland een selectie van de tachtig waardevolste is gemaakt. Deze tachtig komen eigenlijk allemaal in aanmerking voor de status van monument, zo houdt de stichting de rijksoverheid voor. Binnenkort krijgen ook gemeenten en eigenaren van de tachtig verkozen watertorens een brief over de waarde van hun bezit.

De mooiste watertorens staan in Vianen en Aalsmeer, die in de ranglijst van de watertorenkenners evenveel punten krijgen. Daarna volgen, ook met een gelijke waardering, de torens in Groningen en Eindhoven. Tot de tien mooiste torens behoren verder achtereenvolgens die in Barendrecht, Emmeloord, Wormerveer, Boskoop, Hilversum en Schimmert.

Waarom juist deze torens zo bijzonder zijn, is de leek niet onmiddellijk duidelijk. Onderzoeker H. van der Veen legt er in zijn rapport de nadruk op dat objectiviteit in deze niet bestaat. Toch is een uitgekiend waarderingssysteem uitgewerkt waarin rekening is gehouden met de cultuurhistorische en architectonische waarden, de betekenis van de torens als onderdeel van hun omgeving, de gaafheid en herkenbaarheid, en de zeldzaamheid van het bouwwerk.

Een selectie van de waardevolste watertorens was nodig, meent secretaris H. Rienks van de watertorenstichting, omdat langzamerhand veel watertorens door gemeenten, provincies en rijk als monument worden beschermd zonder dat er een algeheel overzicht bestaat. Rienks: “Gemeenten kunnen niet bepalen hoe waardevol hun toren is, omdat ze geen vergelijkingsmateriaal hebben. Er dreigen in het wilde weg monumenten te worden beschermd. Straks zijn alle plaatsen op monumentenlijsten vergeven en staan de mooiste er niet op.”

In België, Zweden en de Verenigde Staten worden nog watertorens gebouwd, meestal volgens gestandaardiseerde bouwplannen. In Nederland lijkt het watertorentijdperk ten einde. Het aantal watertorens dat nog in bedrijf is, daalt snel. Van de 255 watertorens werden er 191 gebouwd voor het drinkwaterleidingnet. Daarvan werken er naar schatting 75 tot 100 nog steeds, maar jaarlijks vallen er vijf torens af, overbodig geworden door de verbeterde pomptechnieken. Andere zijn opnieuw in gebruik als kantoor, zoals sinds kort die in Schoonhoven.

Watertorens zijn vanouds bedoeld om het waterleidingnet onder constante druk te houden, zodat met name verder weg gelegen gebieden of hoog gelegen woningen van water uit de kraan waren verzekerd. Bij treinstations werden watertorens gebouwd om stoomtreinen van water te voorzien. Ook fabrieken zoals zeepziederij De Adelaar in Wormerveer en ziekenhuizen zoals Zonnestraal in Hilversum beschikten over eigen watertorens. De oudste watertoren dateert van 1680 en diende om fonteinen in de tuin van paleis Soestdijk van water te voorzien. Maar sinds de komst van met name hydrofoorinstallaties hebben watertorens hun onmiddellijke noodzakelijkheid verloren. In sommige gevallen handig om erbij te hebben voor de bedrijfszekerheid of als reserve, meer niet.

Een watertoren is eigenlijk een simpel bouwsel, bestaande uit een of meerdere waterreservoirs en een draagconstructie. Maar Nederland kent een rijke traditie bij de architectuur van de torens. Twee bouwmeesters hebben zich volgens torenkenner Van der Veen bijzonder onderscheiden: Hendrik Sangster en in iets mindere mate Roelof Kuipers. Beide architecten hebben begin van deze eeuw een typische watertorenarchitectuur ontwikkeld, dat wil zeggen een bouwkunst die zowel rekening hield met de functionaliteit van de toren als met de inpassing in de omgeving.

Sangster, bouwer van onder meer de toren op het schiereilandje in de Westeinderplas in Aalsmeer, maakte gebruik van ornamenten om de plaats van reservoir en entree aan te duiden. Ook deed hij zijn best om het destijds als armelijk beschouwde beton aantrekkelijk aan te kleden. Kuipers bouwde onder meer de zeer functioneel ogende toren in Vianen, maar schrok kennelijk zo van de kritiek dat hij enkele jaren later in Barendrecht een toren liet neerzetten die wel het tegendeel lijkt.

Aparte vermelding verdient de watertoren die nog in 1970 werd gebouwd door Wim Quist in Eindhoven: een zeer functioneel ogend bouwwerk met drie bollen dat nog steeds dienst doet.

Beschermers van watertorens hebben het relatief gemakkelijk, constateert Rienks. “Mensen staan er meestal sympathiek tegenover. Ze hebben er geen slechte herinneringen aan. Dat is bij sommige andere industriële monumenten wel anders.”