Financiële 'griep' in Zuid-Amerika treft beurs Madrid in het hart; Crisis in de Spaanse 'achtertuin'

De beurs van Madrid heeft het zwaar te verduren. Naast de bekende oorzaken als Rusland, Azië en Clin- ton kampt Spanje met een extra probleem: de Zuid- amerikaanse beursgriep.

MADRID, 11 SEPT. Het ineenstorten gisteren van de beurzen van São Paulo (min 16 procent) tot Buenos Aires (min 13 procent) is in Madrid, na jaren waarin Spaanse ondernemingen op grote schaal hebben geïnvesteerd in hun Latijns-Amerikaanse achterland, hard aangekomen. Na jarenlang het paradepaardje onder de stijgers te zijn geweest moest 'La Bolsa' de afgelopen weken flinke klappen incasseren. Met de daling van 6,28 procent van de index gisteren zijn de koersen inmiddels 28 procent gezakt ten opzichte van hun maximum.

Dezelfde ondernemers die tot augustus hoog opgaven over hun investeringen in Zuid-Amerika, zien nu de koersen van hun aandelen het snelst tuimelen. Tot de top tien van de verliezers behoorden gisteren de banken BBV en Santander en telecommunicatiegigant Telefónica. De banken hebben sinds half juli een koersval van 46 procent moeten incasseren, Telefónica is 37 procent in koers gedaald.

Het was de afgelopen jaren in Spanje uiterst bon-ton om op het Zuid-Amerikaanse continent een voet aan de grond te krijgen. Profiterend van de oude banden, dezelfde taal en cultuur en niet in de laatste plaats met een open oog voor de grote afzetmarkten die hier nog braakliggen, vloog de ene na de andere Spaanse ondernemer de Atlantische Oceaan over om zaken te doen. Alleen al in het eerste semester van dit jaar werd een bedrag van 500 miljard peseta's (6,7 miljard gulden) in Latijns-Amerika geïnvesteerd, waarbij de monsterovername van de geprivatiseerde Braziliaanse telefoonmaatschappij Telesp niet eens is meegerekend.

De laatste aanschaf kwam voor rekening van Telefónica, die zich de laatste jaren dan ook de koploper van investeringen in Zuid-Amerika mag noemen. Onder leiding van Juan Villalonga, die nu twee jaar geleden door zijn goede vriend premier Aznar tot bestuursvoorzitter werd gebombardeerd, investeerde Telefónica in rap tempo in Zuid-Amerikaanse telefoon- en communicatiebedrijven.

Hij zette daarmee de strategie voort die reeds vanaf eind jaren tachtig werd gevolgd. Een greep uit de overnames: een kwart van de aandelen van Telefónica de Argentina in 1990 voor 983 miljoen dollar, in hetzelfde jaar 44 procent van de aandelen van het Chileense CTC voor 468 miljoen dollar en bijna een derde van de aandelen van Telefónica del Peru in 1994 voor 1,8 miljard dollar en vorig jaar een derde van de aandelen van het Argentijnse Cablevisión. Totale investeringen in Zuid-Amerika: ongeveer 1,3 biljoen peseta's, omgerekend zo'n 17,5 miljard gulden.

“Vanaf heden is er maar een mondiale telefoonmaatschappij in de Latijnsamerikaanse telecommunicatiemarkt”, verklaarde bestuursvoorzitter Villalonga begin augustus naar aanleiding van de koop van Telesp uit de geprivatiseerde boedel van het Braziliaanse telefoonnetwerk. “En dat is Telefónica, met de rest op grote afstand.” Telebrás werd gekocht voor een bedrag van bijna 750 miljard peseta's (10 miljard gulden).

Telefónica staat, mede gezien zijn laatste monsteraankoop, inmiddels op de gevarenlijst van de beursanalisten. Niet zozeer waar het de financiering van de overname betreft: al eerder onderstreepte Villalonga dat deze geheel is afgedekt. Gevaarlijker is een mogelijke daling van de consumentenuitgaven in Brazilië: minder telefoontjes zouden de verwachte resultaten wel eens kunnen doorkruisen.

Zorgelijker lijkt de situatie evenwel bij de banken, die immers veel directer de gevolgen van een stagnerende economie zullen merken. Vooral bankier Emilio Botín, bestuursvoorzitter van Santander, had de afgelopen dagen genoeg reden voor een slecht humeur. Botín, tevens grootaandeelhouder in Santander, zag zijn fortuin al begin deze maand in een klap met 70 miljard peseta's (945 miljoen gulden) verminderen, zo becijferde de Spaanse financiële pers.

Banco Santander heeft voor een dikke vijf miljard gulden aan Latijnsamerikaanse investeringen in de boeken staan, terwijl dit bedrag bij BBV 7,6 miljard gulden bedraagt.

Beide banken tonen zich, met de moed der wanhoop, optimistisch over hun investeringen. De vooruitzichten voor de economische groei op langere termijn zijn volgens hun onverminderd goed. En de directe repercussie op de resultatenrekening is verwaarloosbaar omdat de investeringen al zijn afgeschreven, zo is de officiële lezing.

Alle geruststellingen ten spijt denkt menig analist minder optimistisch over de Zuidamerikaanse griep. Standard & Poor's heeft inmiddels zijn waardering voor de bank BBV van stabiel naar negatief aangepast vanwege de instabiliteit in Latijns-Amerika. En vorige week ontstond al enige opschudding naar aanleiding van een rapport van het analistenbureau Moody's waarin de banken Santander en BBV op de watchlist werden geplaatst.

Achillespees is de stagnerende kredietverstrekking als gevolg van de gestegen rente bij de Zuidamerikaanse banken waarin is geïnvesteerd. Het nachtmerriescenario bestaat daarbij uit de devaluatie van de Zuidamerikaanse munten, de Braziliaanse voorop, gevolgd door een verdere rentestijging. Een hoge medewerker van het IMF, zo gonsde het in Madrid, zou recentelijk hebben verklaard dat hij aan de devaluatie van de real “slechts” een kans van veertig procent zou toedichten. Dat zijn geruchten waar Madrid slecht op slaapt.