Een zee van typetjes

Peter van Straaten: Een jongen en zijn boom. De Harmonie, 162 blz. ƒ 37,50

Het is niet moeilijk een fan van Peter van Straaten te zijn. Zijn nonchalante arceringen, zijn trefzekere streepjes, zijn humoristische, losweg neergezette details - er is bijna altijd veel te genieten. En de zinnetjes onder zijn tekeningen plaatsen alles nog eens in een ander daglicht, ze zijn onverwacht en vaak treurig-geestig. Nu is er zijn eerste kinderboek Een jongen en zijn boom, een verhaal met veel tekeningen. Dat stemt verwachtingsvol.

De jongen in kwestie is Jan, en Jan is zojuist vanuit de grote stad naar een dorp verhuisd met alleen zijn moeder. Zijn ouders zijn net gescheiden. Uit zijn raam ziet Jan in de verte een reusachtige boom. Jan en de boom hebben meteen contact, eerst op afstand, later van dichtbij. De boom staat een flink eind weg aan een meer, maar Jan bezoekt hem alle zaterdagen.

Behalve met de boom heeft Jan met niemand contact. Op school wordt hij gepest want 'we moeten hier geen stadsen'. Het enige meisje uit de klas dat wel aardig is, doet niet aardig als er anderen bij zijn. En de enige dorpeling met wie hij kan praten, is een oude man die al spoedig doodgaat. Zijn moeder is eigenlijk wel lief maar die wil hij beslist niet in vertrouwen nemen, noch over het pesten, wat ze op een gegeven moment toch ontdekt, noch over de boom want die is vreselijk geheim om een of andere reden.

Waarom is dit eenzame jongetje toch niet zo erg overtuigend? Dat zal hem wel in de stijl zitten. Zo subtiel als de jongen bedoeld lijkt, zo onsubtiel is hij beschreven. Er staat heel vaak net iets te veel. 'Wat moet dat?' denkt hij ongerust.' 'Ik huil niet,' zegt Jan. Zijn ogen staan vol tranen, maar dat komt van die harde klap op zijn neus. Niet van het huilen.' Dat laatste, het zich flink houden, is trouwens, zeker op deze manier, ook wel een erg kinderboekencliché. Clichés vind je steeds. Neem deze natuur beschrijving: 'Het is mei. De bomen staan vol in blad, de weiden zijn een golvende zee van bloemen, hoog in de lucht tiereliert een leeuwerik, uren achtereen.' Een zee van bloemen. Uren achtereen.

Ook het verhaalverloop zelf zit vol grove effecten. De meester op school wrijft Jans ellende nog eens in door te zeggen 'Je drukt je een beetje. Voel je je te goed voor ons?' De oude vriend is plotseling dood, de kinderen in de klas zijn zonder onderbreking aan het propjes gooien en het tenen trappen, het meisje Marjolein dat Jan nog wel eens helpt, negeert hem niet alleen als de pestjongens in de buurt zij maar zegt zelfs: 'Wat moet je? Stom jong.'

Jammer is dat allemaal, want Van Straaten kan soms wel intiem en subtiel zijn. Maar dat is hij vooral als het gaat om de ouder-kind verhouding. Als moeder heeft gemerkt dat Jan gepest wordt zegt ze lief: 'God jochie, waarom vertel je me zo helemaal niks?' Dat klinkt echt.

De tekeningen redden dit boek niet. Integendeel eerlijk gezegd, die zijn al net zo weinig intiem en aandachtig als de tekst. Jan wordt geen herkenbare figuur, Marjolein lijkt soms wel een vamp van achttien in plaats van een lagere-schoolmeisje. Ineens wreekt zich wat bij losse platen zo goed werkt: dat iedereen eigenlijk altijd een type is, een vertegenwoordiger van een soort maar geen individu, zoals de situaties ook nooit individueel zijn maar tekenend voor een bepaald soort mensen of een bepaalde levensfase. In een kinderboek is dat niet geschikt, in een lopend verhaal is dat sowieso neit de bedoeling. Daar komt nog bij, maar dat is een detail, dat deze kinderen allemaal gekleed zijn alsof we in de jaren vijftig leven, korte broeken en sportkousen, terwijl de volwassenen en de situatie van nu zijn.

Jan is verliefd op zijn boom en die liefde is sterk en echt. Als uiteindelijk ook nog die boom hem afgenomen dreigt te worden neemt hij een radicale beslissing: hij hakt hem om en vaart erop weg het boek uit. Dat is een mooi plaatje.