Een hondsdolle kermisgast: Gebundeld werk van Steadman

Ralph Steadman: Gonzo. The Art. Weidenfeld & Nicholson, 208 blz. ƒ 100,95

De wereld van Ralph Steadman is een kruising tussen een hondsdolle kermis en de hel. De hemel is bloedrood, de steden staan op instorten, de honden gedragen zich als wolven - de mensen als honden. Alles is in paniek.

Steadman zelf, intussen, giet aan de rand van een niervormig zwembad het ene glas whisky na het andere naar binnen, koortsachtig schetsend en geschokt 'teddible, teddible' mompelend.

Zo beschrijft Hunter Thompson hem, de Amerikaanse 'gonzo-journalist' die sinds de jaren zeventig met de Engelse kunstenaar werkt. Maar zijn imago van wereldvreemd slachtoffer van male hysteria wordt door Steadman zelf gecultiveerd, en geparodieerd. Een cartoon van zijn introductie bij Rolling Stone voor een eerste opdracht met Thompson in 1970 spreekt boekdelen. Thompson staat in sportjack en op sneakers aan het bureau van een giechelende hoofdredacteur Jann Wenner en zegt: 'We hebben iemand nodig die al hersenbeschadiging heeft opgelopen, paranoïde is, en niet goed beseft waar hij aan begint.' In de deuropening kucht een verwilderde Steadman, een portfolio onder zijn arm geklemd: 'Ahum..'

Steadman (1936), zoon van een mijnwerkersdochter uit Wales en een Engelse handelsreiziger, heeft zich vanaf de jaren zestig ontwikkeld tot een van de invloedrijkste tekenaars van de afgelopen decennia, eerst met zijn brute 'Gonzo'-illustraties bij het werk van Hunter Thompson en daarna met een allengs aanzwellende stroom eigen boeken. Sporen van zijn werk zijn te vinden van Britse en Amerikaanse politieke cartoons tot underground-strips en het graffiti-werk van Herman Brood.

De combinatie met Thompson, destijds een rijzende ster aan het firmament van 'New Journalism', was een gouden greep voor de relatief onbekende Steadman. In Thompsons Fear and Loathing in Las Vegas en Fear and Loathing on the Campaign Trail wist Steadman zijn Europese expressionisme met de psychedelische furore van de flower power cultuur te mengen tot een explosieve cocktail. Nixon, hippies, rednecks en Las Vegas werden de vaste ingrediënten in een boze koortsdroom over Amerika als een natie die zijn ziel heeft verloren, volgens de ouderwets vrijgevochten individualist Thompson, of er nooit één heeft gehad, volgens de americanofobe Brit Steadman.

Steadmans illustraties voor Thompsons lanceerden hem op de route naar roem, aanvankelijk nog binnen de subcultuur van Rolling Stone maar gaandeweg ook in de gevestigde uitgeverswereld. Hij bleef Thompsons werk illustreren, ook toen het stof van de jaren zestig was opgetrokken en Rolling Stone tot zijn spijt een yuppie-blad was geworden. Maar zijn beste werk deed Steadman daarna toch vooral in zijn eigen monografieën I Leonardo, Sigmund Freud en The Big I Am: The Story of God, en als illustrator voor talloze boeken waaronder de klassiekers Treasure Island en Alice in Wonderland.

De bundel Gonzo. The Art biedt een selectie uit Steadmans werk voor Thompson en uit ander materiaal dat hij aanduidt als 'gonzo', een adjectief dat zoveel wil zeggen als bizar, excentriek, idioot. De kwalificatie werd door schrijver Bill Cardoso in 1970 geïntroduceerd voor Thompson's wanhopige reportage over de Kentucky Derby - naar de redactie gefaxt vanuit het kladblok - en groeide daarna uit tot diens persoonlijke, zeer lucratieve handelsmerk. Thompson zelf, die in de loop der jaren steeds meer een karikatuur is geworden van zijn eigen grofgebekte en gedrogeerde imago, heeft het werk uit zijn glorietijd inmiddels al vele malen gerecyceld, doorverkocht en laten verfilmen, en is nu bezig aan een complete uitgave van zijn correspondentie.

Dat Steadman zijn werk nu ook weer eens heeft laten bundelen, is niet meer dan terecht. Zijn commerciële timing (binnenkort gaat de film Fear and Loathing in Las Vegas in première en verschijnt The Rum Diary, een jeugdwerk van Thompson) zij hem vergeven. Gonzo. The Art is prachtig uitgegeven en er valt opnieuw veel te huiveren en te lachen om Steadans manische maar toch gracieuze stijl. Maar in weerwil van de titel is het boek niet de eerste bundeling van zijn gonzo-werk. Al in 1974 verscheen America, waarin in zwart/wit een groot deel was opgenomen van zijn werk voor Fear and Loathing in Las Vegas. In 1987 volgde The Scar Strangled Banger, een bundeling van Steadmans werk over Amerika, in kleur en uitgebreider. Gonzo. The Art omvat vergeleken met de eerdere bundels minder oud Gonzo-materiaal, meer John Heartfield-achtige collages en veel werk uit de jaren negentig over honden, Berlijn na de val van de Muur, de Golf-oorlog en Bosnië.

Veel van dat latere werk is prachtig, zoals Steadmans surrealistische schetsen uit Berlijn, zijn visioen van een stedelijke apocalyps of zijn illustraties van polo-paarden voor een nooit verschenen boek van Thompson. Maar Steadmans explosies van woede krijgen zonder Thompson soms iets ongerichts. Hij klaagt dan geen afzichtelijke individuen meer aan, maar de afzichtelijkheid van de wereld, van de oorlog of het leven zelf. Dat leidt soms tot uitspattingen van verf en woede die je wel midden in het gezicht raken, maar niet meer tot achter de oogballen doordringen.