E-DAY

Het Nationaal Forum voor de introductie van de euro breekt zich het hoofd over het overgangsscenario dat gevolgd moet worden na E-day, de dag dat de euromunten en bankbiljetten ingevoerd worden. Het forum, dat onder meer bestaat uit banken, verzekeraars, pensioenfondsen, consumenten, sociale partners, detailhandel, de Nederlandsche Bank en het ministerie van Financiën, had in zijn vergadering van gisteren een beslissing moeten nemen over het overgangsscenario, maar al voor aanvang stond vast dat de detailhandel, gesteund door het midden- en kleinbedrijf, dwars zou liggen. De beslissing is nu zes weken uitgesteld.

Europese richtlijnen schrijven voor dat de overgangsperiode, waarin guldens en euro's naast elkaar in omloop zullen zijn, maximaal een half jaar mag duren: van 1 januari tot 1 juli 2002. Het Nationaal Forum wilde dat aanvankelijk terugbrengen tot zo'n zes à acht weken, maar minister Zalm van Financiën benadrukte eerder deze week dat hij niet wil dat de overgangsperiode langer duurt dan een maand.

De detailhandel, de supermarkten voorop, voelen echter niets voor wat voor een overgangsperiode dan ook. Zij vrezen een chaos als klanten guldens en euro's door elkaar gaan gebruiken. Dubbel geprijsde artikelen (verwarrend voor de consument), lange rijen voor de kassa's (ergernis nummer één onder winkelpubliek) en hoge kosten. De winkeliers pleiten daarom voor een zogeheten 'legal big bang', één dag waarop de gulden de euro vervangt als wettig betaalmiddel (vandaar de term 'legal').

Alternatieve scenario's wijst de detailhandel stuk voor stuk van de hand. Zo opperden consumentenorganisaties het scenario waarbij zowel guldens als euro's gedurende enkele weken als wettig betaalmiddel gelden, maar dat winkeliers alleen nog euro's teruggeven als wisselgeld. Dat zou echter betekenen dat de detailhandelaren moeten fungeren als wisselkantoor, en daar hebben ze geen trek in.

Bovendien werkt een dergelijk scenario in de praktijk niet volgens de detailhandelaren. Grootwinkelbedrijven en supermarkten zouden hun cassières nog wel kunnen opleggen geen guldens meer als wisselgeld terug te geven, maar wie weerhoudt kleine middenstanders, taxi-chauffeurs en horecabedrijven ervan dat wel te doen? De gulden blijft immers wettig betaalmiddel.

Bovendien brengt de inzameling van guldens door detailhandelaren behalve een enorm logistiek probleen - waar laat ik al mijn overtollige guldens? - ook een veiligheidsprobleem met zich mee. Winkels hebben namelijk gedurende een aantal weken een veelvoud aan munten en papiergeld in kas: een buitenkansje voor overvallers en inbrekers.

Het alternatief dat de detailhandel voorstaat, de 'legal big bang', behelst een splitsing van twee geldstromen. Tot 1 januari 2002 worden consumenten en winkeliers bevoorraad met euro's, zodat ze vanaf de eerste dag met de nieuwe munt kunnen betalen en euro's als wisselgeld terugkrijgen. De gulden verdwijnt vanaf die dag uit de winkels. Na 1 januari, als de euro in omloop is gebracht, komt de tweede geldstroom op gang: die van guldens, bij de bank in te wisselen tegen euro's.

Op die manier ziet de detaIlhandel een enorm logistiek probleem inkrimpen tot een bescheiden operatie, namelijk het bevoorraden van alle winkels met euro-wisselgeld. En dat hoeft natuurlijk niet in één dag, daar kunnen ze alle tijd voor nemen.

Maar hoe komen consumenten al voor e-day aan euro's? Via pinautomaten kan niet, die moeten tot 1 januari guldens blijven verschaffen. De detailhandel ziet daarom wel wat in een 'euro-kit' voor consumenten, een setje nieuwe munten en biljetten, te verspreiden door de banken.

De banken voelen hier echter niet zo veel voor. In dit scenario zouden zij zowel verantwoordelijk zijn voor het in omloop brengen van euro's als voor het uit omloop halen van guldens. Bovendien zijn consumenten gedwongen twee keer de gang naar de bank te maken, terwijl één van de doelstellingen van het Nationaal Forum juist is om de consument zo weinig mogelijk te belasten met de euro-introductie.

Dat laatste argument weegt eveneens zwaar voor minister Zalm, die uiteindelijk de knoop moet doorhakken. Het Nationaal Forum poogt over zes weken opnieuw tot een eensluidend advies te komen, een werkgroep gaat twee scenario's daarom nog eens nader bekijken: de legal big bang, die de detailhandel voorstaat, en het overgangsscenario van ten hoogste vier weken, zoals de banken willen.

Als er overigens een duale fase komt, dan is vier weken behalve het maximum ook wel zo ongeveer het minimum. Een nog kortere overgangsperiode zou nog steeds te veel logistieke problemen veroorzaken.

De detailhandel is overigens hoe dan ook niet van plan als wisselkantoor te gaan fungeren, welk overgangsscenario er ook uit de bus komt. Voor het geval er geen 'legal big bang' komt, is een noodscenario opgesteld. Als euro en gulden naast elkaar in omloop zijn, komen er in die periode aparte guldens- en eurokassa's. Wie met guldens betaalt, krijgt guldens terug en wie euro's wil ontvangen, moet daar ook in afrekenen. Wie wil wisselen van gulden naar euro, die gaat maar naar de bank.