De mestweg

De overheid komt welhaast woorden te kort bij het aanpakken van de varkenshouderij. De Herstructureringswet, waarbij de varkenshouders worden verplicht hun veestapel terug te brengen met in totaal 20 tot 25 procent is nog maar nauwelijks aangenomen of er ligt al weer een Reconstructiewet op tafel. Daarmee wordt de varkenshouderij geclusterd in gebieden met een miljoen varkens, gescheiden door 'brandgangen'.

Het ontwerp van de Reconstructiewet ontmoet niet alleen forse kritiek van de Raad van State, maar bovendien lijken de plannen van de regering te zijn ingehaald door de techniek. Anderhalf jaar geleden presenteerde dr.ir. Dirk Kuiper, die een ingenieursbureau heeft in Leiden een installatie waarmee de milieuproblemen van de varkenshouderij (ammoniak en een teveel aan mineralen) tegelijkertijd worden aangepakt. Inmiddels heeft Kuiper het systeem verder ontwikkeld, zodat ook het welzijn van de varkens wordt bevorderd, verbetert en de kans op epidemieën vermindert.

“Als het systeem werkt, hebben inkrimpingen en verplaatsingen weinig zin”, meent G.J. Oplaat, woordvoerder landbouw van de VVD Tweede Kamerfractie. “Dat levert een aanzienlijke besparing op voor zowel de varkensboeren als de overheid.”

Of de installatie werkt is afwachten. Milieucoöperatie De Ommermarke en de Stichting Stimuland in Overijssel hebben samen met enkele varkenshouders de handen ineengeslagen en proberen een tweetal demonstratieprojecten van de grond te krijgen. Voor varkenshouders Wim van der Heide, secretaris van de Ommermarke, is de aanpak op bedrijfsniveau essentieel. “Als varkenshouder lever je twee producten”, stelt hij. “Het ene is varkensvlees, het andere is mest. Ons varkensvlees is van goede kwaliteit. Waar het nu om gaat is dat we ook een goede kwaliteit mest produceren, die aantrekkelijk is voor onze afnemers. Wat dat betreft biedt deze installatie perspectief.”

Voor het demonstratieproject is ruim vijf miljoen nodig, dus er wordt nog driftig geshopt bij potentiële subsidiegevers. De uiteindelijke installatie zal zo'n 900.000 gulden gaan kosten. De totale lasten komen uit op iets meer dan 40 gulden per kubieke meter mest. Daar staat volgens Kuiper een minstens even groot bedrag aan besparingen en opbrengsten tegenover. “Het zou me niet verbazen als de varkenshouder nog wat aan zijn mest kan verdienen. De compost die de installatie levert kan wedijveren met kunstmest.”

De 'Mestweg', zoals het systeem is gedoopt, begint met het tweemaal daags schoonspoelen van de mestkelder onder de stal. Omdat de schoonmaak zo frequent en zo grondig is, ontsnappen er nog maar heel weinig schadelijke gassen (waaronder ammoniak en blauwzuur) vanuit de mestkelder naar de stal. Dat bevordert de gezondheid van het varken.

Ondanks enorme ventilatoren is het huidige stalklimaat niet bijster gezond. Varkens hebben vaak te kampen met luchtweginfecties. Een beter stalklimaat vertaalt zich aan de ene kant in lagere kosten voor medicijnen en minder uitval (circa 1 a 2 procent van de varkens gaat naar de destructor in plaats van naar het slachthuis). Aan de andere kant zetten de varkens het voer efficiënter om in vlees, waardoor de varkenshouder bespaart op voerkosten.

Ammoniak levert niet alleen problemen op in de stal, maar ook daarbuiten. Het stinkt en is schadelijk voor bos en natuur. Op dit moment wordt de uitstoot beperkt, door de drijfmest te injecteren in de bodem; een aanpak die vergelijkbaar is met stof onder het tapijt vegen. Naarmate er meer mest wordt geïnjecteerd, spoelt er meer stikstof in de vorm van nitraat uit naar het grondwater. Een perfecte illustratie van de Wet van Behoud van Ellende. Bovendien blijkt het injecteren van mest funest voor het bodemleven en daarmee voor de vruchtbaarheid.

In Kuipers installatie wordt de mest gescheiden in een dikke en een dunne fractie. De dunne fractie bevat de meeste stikstof. Ammoniak- en nitraatproblemen worden voorkomen door die stikstof voor een groot deel om te zetten in onschadelijke luchtstikstof. Dat gebeurt door micro-organismen. De dunne fractie wordt vervolgens ingedampt door er warme stallucht doorheen te leiden. Dankzij de lichaamswarmte van de varkens verdwijnt 85 tot 90 procent van de vloeistof als zuivere waterdamp naar de buitenlucht. Als gevolg van het indampen wordt de stallucht tegelijkertijd ontdaan van stofdeeltjes, ziektekiemen en eventueel nog aanwezige ammoniak en andere gassen.

De ingedikte vloeistof wordt samen met de dikke fractie uit de mestscheider gecomposteerd. Dat gebeurt bij een relatief hoge temperatuur van 65 graden. In circa twee weken levert dat een compost op die vrij is van ziektekiemen en onkruidzaden. Door het hoge gehalte aan organisch materiaal draagt de compost zelfs meer bij aan de vruchtbaarheid dan kunstmest. De compost laat zich tenslotte goed verspreiden, ook met bestaande kunstmeststrooiers.

De mest wordt opgevangen in de mestkelder. Deze wordt tweemaal per dag gespoeld. De spoelvloeistof stroomt met de mest naar de mestscheider. De dunne fractie wordt belucht, waardoor de aanwezige stikstofverbindingen (ammoniak en nitraat) voor de helft worden omgezet in onschadelijke luchtstikstof. Een deel van de dunne fractie wordt gebruikt om de mestkelder te spoelen. Het resterende deel wordt ingedampt met warme lucht afkomstig uit de stal. Van het water verdwijnt daardoor 90 procent als waterdamp. Wat resteert is een dikke vloeistof, 'brijn', die samen met de dikke fractie uit de mestscheider bij hoge temperatuur (65 graden) wordt omgezet in compost. De hoeveelheden zijn gebaseerd op een stal met 3300 varkens.