De Japanse managementgoeroe Kenichi Ohmae over de economische crisis; De gesel van de laffe dollars

Ook Japan heeft zijn managementgoeroe: Kenichi Ohmae. Een man die de scherpe kritiek niet schuwt. De huidige crisis is volgens hem een echte crisis, en Europa zal er niet aan ontkomen. Hij kritiseert Japan, maar vindt de Westerse eisen aan zijn land evenzeer onzin - egoïstisch noemt hij ze. En hij kan het uitleggen ook.

Vergeet de oorzaken! Let niet op de rente! Waardeloze roebels? Rusland kapot? Heel Azië in de vernieling? Dondert niet. Alan Greenspan van de Fed heeft gezegd, nee, gesuggeréérd dat hij even niet meer zo erg bang is voor inflatie en hòp - schrijft The Wall Street Journal Europe woensdagmorgen 9 september spottend - de Dow Jones schiet weer als een raket omhoog.

Im Westen nichts Neues.

Maar praat dan met Kenichi Ohmae (55), de man die lang de baas was van McKinsey in Japan en die vijf jaar geleden voor zichzelf begon, Ohmae & Associates, adviseurs van ondernemingen en regeringen over de hele wereld. Dan gaat het alléén over oorzaken en gevolgen van de economische crisis die nu ook Europa begint te bereiken. En al is het vroeg in de morgen (zeven uur) en zit hij nog aan zijn ontbijt in het hotel waar hij logeert (Grosvenor House in Londen), hij vertelt alsof hij een hele zaal toespreekt. Wat ook wel een beetje zo is, aan de tafeltjes om hem heen zitten de dertig executives uit het Japanse bedrijfsleven met wie hij deze week door Engeland en Italië reist en ze luisteren allemaal mee - nèt niet eerbiedig.Bedenk dat Kenichi Ohmae ook de man is die tien jaar geleden al schreef over global village, over economieën die zich niets aantrekken van landsgrenzen en over het einde van de nation state. Dat klinkt door in alles wat hij zegt. En dat hij bovendien een echte believer is van Adam Smith's onzichtbare hand merk je aan de ironie waarmee hij zegt dat het “gewoon logica” is dat in de Verenigde Staten inflatie niet zo'n groot gevaar is, “niks slim werk van Alan Greenspan”.

Volgens hem blijft de inflatie in de Verenigde Staten gewoon door marktwerking binnen de perken. “De geldpersen draaien hard, maar de Amerikaanse economie is zo open, zodra lonen en prijzen omhoog gaan, komt er concurrentie uit landen met lage landen en dat drukt alles weer naar beneden.”

Wat in de Verenigde Staten, zegt hij, ook goed tegen inflatie helpt: al die mensen in Latijns-Amerika en Rusland en Azië die er niet meer op vertrouwen dat hun eigen munt straks nog wat waard is en hun spaargeld - als het ze lukt - ruilen tegen dollars. Die dollars gaan vervolgens onder het matras, wat een tamelijk dure manier van bewaren is (geen rente), maar toch minder duur dan de zeer waarschijnlijke kans dat ze morgen of overmorgen een miljoen peso of real moeten neertellen voor één brood. “Zo verdwijnen er een hoop dollars”, zegt Ohmae. En blijven ze relatief schaars.

Maar dan de aandelenkoersen in de Verenigde Staten. Die zijn natuurlijk wèl zo inflatoir als de pest, zegt Ohmae. Die stegen maar en stegen maar de laatste jaren, zonder dat er nog veel verband was met de werkelijke waarde van de ondernemingen waar ze een afspiegeling van zouden moeten zijn. Ohmae is typisch iemand van de school - waar ook een Greenspan of een Duisenberg bij horen - die vindt dat een Dow Jones van rond de 6000 punten heel keurig en realistisch zou zijn en niet de meer dan 8000 punten waar die, ondanks het gezwabber van de laatste weken, nog steeds op staat. “Er zijn analisten die zeggen: Amerikaanse ondernemingen doen het toch goed, kijk naar de jaarcijfers. Maar ik zeg: die mooie winstcijfers zijn vaak one time issues. Er is geherstructureerd, er is in de kosten gesneden. Maar er zijn geen nieuwe producten ontwikkeld of nieuwe, slimmere processen bedacht. Het zijn geen verbeteringen voor de lange termijn.”

No inflation in de reële economie, hyperinflation op de beurs. Ohmae vergelijkt de Amerikaanse economie met een zebra. Van een afstand lijkt die grijs, van dichtbij zie je zwart en wit. En die enorme inflatie op de beurs komt onder andere, zegt Ohmae, doordat er in Rusland, Latijns-Amerika en Azië ook mensen zijn die een meer sophisticated doel zoeken voor hun dollars: niet het matras, maar buitenlandse beleggingsfondsen. “Die dollars komen terug op Wall Street en drukken de markt omhoog. Maar het zijn laffe dollars. Zodra de markt naar beneden gaat, verdwijnen ze naar de landen waar de aandelen op dat moment het goedkoopst zijn.”

Je ziet het voor je, als hij over de geldstromen vertelt die over de wereld rondgaan, op zoek naar een bucket (put, emmer, maar ook: gokkast). Vanaf het moment dat beleggers vorig jaar zomer allemaal tegelijk hun investeringen begonnen terug te trekken uit Thailand, de Filipijnen, Maleisië, Indonesië enzovoort zijn die stromen, zegt Ohmae, alleen maar groter en beweeglijker geworden. “Is er een mooie opportunity in China, dan gaat alles naar China. Hoe het met de Chinese economie gaat, is totaal niet interessant. Men kijkt naar het computerscherm, men kijkt naar het nieuws op Reuters, en daar gaan de miljarden.”

Voor kleinere landen met kleinere economieën - Thailand, Maleisië - is dat gespeculeer en doelbewuste gemanipuleer een ramp, zegt Ohmae. “Als je snel rijk wilt worden, moet je daar zijn. Je koopt tot de koersen omhoog gaan. Dan dump je, je strijkt de winst op en je bent weg. Niemand weet ooit wie er wat gedaan heeft. Maar zo'n land gaat eraan kapot.”Kenichi Ohmae, zou je denken, vindt het dus vast heel verstandig van de Maleisische regering dat ze - op advies van onder anderen de MIT-econoom Paul Krugman - sinds twee weken de financiële markten streng controleert en de vrije in- en uitstroom van valuta heeft verboden. Maarr niets daarvan. Daar komt de man van het vrije spel der maatschappelijke krachten weer aan het woord: “Overheidsinterventie heeft altijd een verwoestende werking. De markten raken er alleen maar erger door uit balans. Speculanten zijn altijd handiger, sneller. Als ze weten wat een regering gaat doen, kunnen ze erop anticiperen en nog meer misbruik maken.”

De beste strategie voor overheden, zegt hij, is niets doen. “Laat maar gaan.” Zoals in Singapore en Taiwan. Hongkong zit ook fout. Daar probeert de regering de beurskoersen te beïnvloeden door zelf massaal in te kopen. “De hele wereld weet nu dus dat daar enorme pakketten aandelen boven de markt hangen.”

En hoe hou je de speculanten dan uit je land?

Antwoord: niet. Wat de wereld volgens Ohmae nodig heeft is een tribunaal voor dit soort financiële misdadigers. “In een oorlog is ook niet alles geoorloofd. Een gewapende soldaat mag alleen schieten op een andere gewapende soldaat, niet op burgers. Wie zich daar niet aan houdt, moet zich in Den Haag komen verantwoorden. Er moeten regels komen hoe je je hoort te gedragen op de financiële markten.”

En hij denkt dat speculanten zich daaraan zullen houden?

Ohmae: “Het is de enige manier om iets te verbeteren. Elke andere beïnvloeding van de markt doet meer kwaad dan goed.”

Te veel overheidsinvloed, dat is volgens Kenichi Ohmae ook het grootste probleem van Japan. Precies wat zijn land in vijfenveertig naoorlogse jaren tot enorme bloei bracht - door de staat gestuurde samenwerking van industrie en banken - brengt het, zegt hij, nu naar de afgrond. Change Japan, change heet z'n laatste boek. “Niemand begrijpt Japan en Japanners begrijpen het zelf ook niet. Ze praten elkaar na. Ze worden niet geïnformeerd. Ze lezen de kranten wel, maar die worden ook beïnvloed door de overheid.”

Wat we in Nederland kop boven het maaiveld noemen, wat je dus beter niet kunt doen als je een rustig leven wilt, heet in Japan: wees geen naald op de vloer, want ze stampen je de grond in. “Je wordt niet vermoord als je je mening geeft, anders was ik er allang niet meer geweest. Maar de mentaliteit is: luister naar je meerdere en val niet uit de toon. Dat is wat ouders hun kinderen leren.”

Japanners zijn te dociel, bedoelt hij. Ze kijken te veel naar Tokio, waar de macht zit. (Die dertig executives neemt hij mee naar Italië om ze te laten zien hoe hele dorpen zich daar niets van Rome aantrekken, maar gewoon met elkaar tassen produceren, of schoenen, of Maserati's. En hun markt is de wereld.)

Voor Ohmae is het verband duidelijk. Als een kleine groep te veel macht heeft en niet meer wordt gecontroleerd, krijg je vriendjespolitiek en corruptie. De crisis in Japan begon toen duidelijk werd dat de Japanse banken voor misschien wel duizend miljard dollar, misschien nog meer, aan oninbare vorderingen hebben uitstaan. In The Washington Post van 28 juni schreef Ohmae dat één van de grootste gevaren die Japan bedreigen - naast lage yen, lage koersen èn een lage rente - al de ongedekte bankgaranties zijn die ondernemingen aan hun dochters hebben verstrekt.

De grote industrielanden, de Verenigde Staten voorop, vinden dat Japanse overheid ter bestrijding van de crisis er vooral voor moet zorgen dat de mensen blijven consumeren. Japan moet ook, vinden de Verenigde Staten, geld steken in grote publieke werken. Kwaaier kun je Ohmae niet krijgen. Egoïsten zijn het, schreef hij in The Washington Post. In de Verenigde Staten en Europa denken ze alleen maar aan zichzelf. Ze willen snelle oplossingen in Japan om te voorkomen dat hun eigen economieën geraakt worden.

Ohmae is voor de harde aanpak. Banken en ondernemingen moeten gesaneerd worden, ook al leidt dat tot een reeks van faillissementen. En Japan, vindt hij, moet eindelijk eens gaan begrijpen dat de eenentwintigste eeuw al bijna is aangebroken: “We leven in een global system. We moeten ons openstellen.”

En het moet snel, zegt hij. Een ziek Japan is één van “de haarden van waaruit de crisis waarin we beland zijn nog dieper kan worden”. De andere haarden: China en Latijns-Amerika. “China kan een tweede Rusland worden. Er zit veel buitenlands geld in. Als het daar mis gaat, zijn de Verenigde Staten het eerste slachtoffer.”

Latijns-Amerika, waar de valuta- en aandelenkoersen volgens Ohmae met vijftig procent naar beneden zullen moeten om realistisch te zijn, is zo verstrengeld met de Verenigde Staten dat een decline in het zuiden wel móet leiden tot een decline in het noorden.

En wanneer gaan we in Europa de crisis echt voelen?

Ohmae: “Kan morgen beginnen.”

En heeft hij dan nog een advies, bijvoorbeeld voor de Europese Centrale Bank? Moet Duisenberg, zoals The Economist vorige week schreef, inderdaad bereid zijn om in geval van nood de rente te verlagen en de leden van de monetaire unie toestaan om hun begrotingstekorten weer wat te laten oplopen?

Ohmae lacht, voor het eerst in het gesprek. En hij springt van tafel, hij moet nu echt weg. Zijn dertig executives zitten al een kwartier in de bus op hem te wachten, straks raakt het hele programma nog in de war. “I wish him good luck”, roept hij, rennend door de hal van het hotel. Bij de draaideur zegt hij het nog een keer. “Good luck.”