WERELDMACHT; Uitgeteld en toch gevaarlijk

Rusland is een staat in verval, die desondanks nog altijd als wereldmacht wordt behandeld. Voornamelijk wegens de kernwapens die het land bezit. De huidige crisis kan tot nieuwe internationale spanningen leiden.

HET IS EEN PROCES dat geen einde lijkt te hebben. Al twintig jaar lang is, eerst in de Sovjet-Unie, later in Rusland, een desintegratieproces aan de gang. Vanaf 1985 werd dankzij Michail Gorbatsjovs beleid van glasnost duidelijk hoe zeer de economische, politieke, ideologische en morele desintegratie de samenleving toen al had aangevreten.

Gorbatsjov slaagde er niet in het tij te keren. In 1989 liep Oost-Europa weg, de prijs van Stalins imperialisme. In 1991 stortte Lenins schepping, de Sovjet-Unie, in en zag Rusland de veertien andere Sovjet-republieken weglopen. Het leger van de militaire supermacht kon in de jaren negentig een handvol Kaukasische vechtjassen niet de baas: ook Tsjetsjenië liep weg. En sindsdien heeft de desintegratie alleen maar verder doorgezet.

Wat we dezer dagen in Moskou zien is een economische crisis, een machtsstrijd en een richtingenstrijd, maar is ook een illustratie van het verval van wat ooit in elk opzicht een wereldmacht was. Jeltsin en de Doema kunnen ruziën - de vraag is om wát ze ruziën. Rusland wordt nauwelijks nog geregeerd. Dat er nog orde heerst, ligt vooral aan de vermoeidheid van een door jarenlange misère lamgeslagen en gedesillusioneerde bevolking en haar afkeer van de complete chaos.

Rusland paart extreme rijkdom van weinigen aan even extreme verpaupering van miljoenen. Lonen en pensioenen worden niet uitbetaald, de overheid is corrupt en machteloos, het leger is gedemoraliseerd, de politie en het ambtenarenapparaat zijn corrupt, mafiosi en gangsters hebben het voor het zeggen, 80 procent van de belastingen wordt betaald door één enkel bedrijf (en dat betaalt nog te weinig). Het is een opsomming van ellende, die nog heel lang kan worden voortgezet. Het lijkt er op dat Rusland niet afstevent op de 21ste eeuw, maar met zijn ruileconomie - ontstaan door gebrek aan contant geld - en zijn oligarchen en mafiosi - de struikrovers van vandaag - terugkeert in de geschiedenis, de Middeleeuwen tegemoet.

Het heeft iets vreemds dat dit Rusland internationaal nog altijd met dezelfde égards wordt behandeld als de wereldmacht van vroeger. Rusland heeft eenpermanente zetel in de Veiligheidsraad. Het zit in de Contactgroep voor ex-Joegoslavië. Het wordt geraadpleegd en beluisterd over alles wat in de internationale diplomatie ook maar enigszins een rol speelt. Maar economisch is Rusland een dwerg, waarmee een blok als de EU nog maar een luttele vier procent van haar externe handel afwikkelt. Toch nodigen vriend Bill en vriend Helmut hun vriend Boris aan tafel als de G7 het over de wereldeconomie heeft.

Zeker, Rusland krijgt niet in alles zijn zin. De uitbreiding van de NAVO gaat door ondanks het verzet van Moskou. Maar die NAVO heeft wel met speciale handvesten en partnerschappen voor de vrede het onderste uit de kan gehaald om dat verzet te bezweren. Er wordt ook aandachtig geluisterd als Moskou bromt over NAVO-besluiten en NAVO-manoeuvres - zelfs als het daar zelf aan meedoet, zoals recentelijk met de oefeningen in Albanië. En Rusland mag ook onverminderd meepraten en meebeslissen als het gaat om zaken als Irak, waarmee het weinig te maken heeft, afgezien van de warme banden van de al lang verdwenen Sovjet-Unie met dat land. Of Kosovo en Bosnië, waarbij Moskou zich beroept op de façade van de Slavische broederschap tussen Russen en Serviërs. Een onzinnige voorstelling van zaken, want sinds de Russisch-Turkse oorlog van 1878 heeft die Slavische broederschap alleen in de zomer van 1914 en in de jaren 1944-1948 even een rol gespeeld. Voor de rest van deze eeuw hebben noch de Serviërs, noch de Russen er blijk van gegeven wat voor broederband dan ook te voelen.

Rusland is traditioneel een wereldmacht met imperiale ambities. “Territoriale uitbreiding is altijd de dominante eigenschap in de Russische geschiedenis geweest”, schreef de historicus Joeri Poljakov. “De geschiedenis van Rusland is de geschiedenis van een land dat koloniën verwerft”, schreef zijn collega Vasili Kljoetsjevski. Maar dat is een notie die al een jaar of twintig irrelevant is.

Al die égards voor de zwaargewicht die politiek en economisch allang geen zwaargewicht meer is, hebben voornamelijk te maken met de kernwapens die Rusland bezit. Zolang Rusland militair als een supermacht wordt beschouwd, wordt het - de politieke, economische en sociale desintegratie ten spijt - als zodanig behandeld en krijgt het inspraak, ook daar waar het nauwelijks directe belangen heeft.

In hoeverre Rusland nog een militaire supermacht ís, is een open vraag. Het Russische leger was niet in staat de Tsjetsjenen te bedwingen. Het biedt bovendien een treurige aanblik. Officieren krijgen al maanden geen geld meer en nog maar een op de vijf leeft van zijn salaris, de rest van bijbaantjes, van hun familie of dankzij de lommerd. Soldaten verkopen hun wapens (soms, zoals in Tsjetsjenië, aan de vijand). Bij een inspectie in een legervoedseldepot in Moskou vond men in juli wat de generaals hun soldaten te eten geven: duizend ton hondenvoer en grote hoeveelheden voedsel waarvan de geldigheidsdatum was verstreken. In dezelfde maand werd een zakenman aangehouden die drie miljoen dollar, bestemd voor de aankoop van voedsel voor militairen, in eigen zak had gestoken. Honderden soldaten plegen elk jaar zelfmoord, duizenden deserteren en rapporten over het leger maken onveranderd melding van desillusie, desinteresse en demoralisatie. Ruslands soldaten worden steeds dunner en de generaals steeds dikker.

Natuurlijk heeft Rusland een rijk arsenaal kernwapens. Maar volgens mensen als ex-generaal Aleksandr Lebed zijn die eerder een gevaar voor de Russische bevolking zelf dan voor het buitenland. Als we Lebed mogen geloven, liggen talrijke kernwapens zonder afdoende toezicht en beveiliging weg te rotten en weg te roesten, met alle risico's van een tien- of honderdvoudig 'Tsjernobyl' vandien.

Het geheel van diplomatieke beleefdheden jegens Rusland is dus enerzijds een laat twintigste-eeuwse vorm van appeasement van een rivaal die down maar niet out is, die op zijn knieën nog gevaarlijk kan zijn en die ook ooit weer kan opstaan. Anderzijds is het een poging Rusland 'erbij te trekken' - een mislukte poging, want niemand in Rusland meent dat het land deel uitmaakt van welke Europese veiligheidsstructuur dan ook. Integendeel.

Die diplomatieke égards en de ruime Russische invloed in de internationale diplomatie zijn aldus gebaseerd op dat deel van het kernarsenaal dat nog wél kan worden afgevuurd. En op politieke overwegingen: met tientallen miljarden dollars en met diplomatieke concessies heeft het Westen sinds 1991 gepoogd vriend Boris in het zadel te houden, met het simpele argument dat hij althans een vorm van democratisch fatsoen vertegenwoordigt en dat er in de politieke elite van Rusland nauwelijks een overtuigend democratisch alternatief voor hem bestaat. Achter hem staan de communisten te dringen, de kampioenen van de nostalgie naar het Sovjet-verleden dat we niet terug willen. Wat er verder dringt, is onaantrekkelijk (de ultra-nationalisten van Zjirinovski), goeddeels onbekend of onberekenbaar (ex-generaal Lebed, Moskous burgemeester Loezjkov), politiek machteloos (de hervormer Javlinski) of weinig overtuigend (interim-premier Tsjernomyrdin).

Die overweging - reken op en steun de goede tsaar Boris - is in snel tempo bezig haar geldigheid te verliezen, want de goede tsaar staat op het punt te verdwijnen. Misschien struikelt Jeltsin in de huidige crisis. Als hij aanblijft, dan zal het met aanzienlijk minder macht zijn dan tot nu toe. En hij verdwijnt hoe dan ook binnen twee jaar van het toneel.

Wat we na hem krijgen, weet niemand. “Alleen een idioot doet in deze dagen voorspellingen”, zei Javlinski onlangs. Maar de veronderstelling lijkt gewettigd dat de politieke dooi tussen Rusland en het Westen na Jeltsin (of onder een machteloze Jeltsin, dus in elk geval binnen afzienbare tijd) plaats zal maken voor meer assertiviteit en meer agressiviteit van de kant van Moskou, hooguit getemperd door het gegeven dat Rusland het Westen nodig zal hebben om de economische, financiële, sociale en morele crisis te bezweren en de complete chaos te voorkomen. De meerderheid van de Doema - die, hoe de crisis ook afloopt, meer te zeggen krijgt - is met haar communistische en ultra-nationalistische meerderheid al jaren uitgesproken anti-Westers.

Het Rusland van straks zal de planeconomie tot op zekere hoogte herstellen en vrijwel zeker nieuwe prioriteit geven aan twee sectoren. De eerste is de defensie, de modernisering van de wapenindustrie en de vergroting van de wapenexport (die prioriteit krijgt nu al veel gewicht in beleidstoespraken van minister Primakov). De tweede is het buitenland, te beginnen met het 'nabije buitenland', het gretige Wit-Rusland en de minder gretige Oekraïne voorop.

Beide prioriteiten zouden zo'n nieuw regime legitimiteit en populariteit opleveren, want een krachtig leger en een 'Slavische unie' liggen goed bij de gewone Rus. Een van de belangrijkste troonpretendenten achter Jeltsin, Moskous burgemeester Joeri Loezjkov, hengelt al maanden naar de gunst van de Russen door zijn luidkeels gepropageerde inspanningen voor de 'gediscrimineerde' Russen in de Oekraïne en de Baltische landen en zijn financiële steun voor de Russen op de Krim. De Wit-Russische president Loekasjenko, de enige GOS-leider die een herstel van de Sovjet-Unie bepleit, ziet zijn kansen al en reageert dezer dagen met een onmiskenbare ondertoon van 'I told you so' op de Russische crisis.

Een verplaatsing van de aandacht van Moskou naar de defensie en het 'nabije buitenland' en een grotere Russische agressiviteit in de internationale arena dwingen de Westerse kanselarijen tot bezinning op de internationale inspraak die Rusland als erfenis van het Sovjet-verleden en als concessie aan Jeltsin heeft behouden, en tot bezinning op de consequenties die een koerswijziging in Moskou met zich meebrengt. Een gevaar voor een nieuwe Koude Oorlog lijkt vooralsnog niet te bestaan: daarvoor is de desintegratie van de Russische samenleving te diepgaand en de economische crisis te groot. Maar het gevaar van een toename van de internationale spanningen is allerminst denkbeeldig.