Voorjaar 2002

“Wie is die Saskia Noorman helemaal?” vroeg begin deze week een kennis terwijl hij zijn armen in wanhoop ten hemel hief. Reden voor zijn wanhoop was de reactie van dit PvdA-Tweede Kamerlid op het voorstel van de Amsterdamse PvdA-wethouder J. van der Aa om Antilliaanse jongeren die hun moederland voor Amsterdam verruilen, te verplichten zich te laten registreren opdat zij niet, zoals nu veelal het geval is, in de anonimiteit (lees: criminaliteit) verdwijnen.

Volgens zijn partijgenote Noorman is het probleem echter helemaal niet zo groot en kan het best op een andere manier worden opgelost. Zij vormt het zoveelste bewijs voor de stelling dat het gros van de politici geen flauw benul heeft van de omvang van de (kleine) criminaliteit in het centrum van Amsterdam. En wedden dat het gros van de politici zich deze week niet stort op Elsevier of HP/De Tijd maar op Vrij Nederland waar een aantal parlementaire journalisten mag vertellen over hun werkzaamheden op het Binnenhof? Smullen - het gaat immers over het eigen wereldje. Maar het is het ergste wat er is: een journalist die journalisten interviewt. “Vroeger spraken we bij persconferenties van de minister-president onderling weleens af: vandaag drukken we hem tegen de muur”, mag VN-journalist Max van Weezel zijn VN-collega en interviewer Frans Oosterwijk vertellen. Tjonge, jonge, tegen de muur! Het is nu een stuk saaier, klinkt het regelmatig uit de monden van onze nationale newsgetters. Ach, de heren zijn zelf ook een jaartje ouder geworden.

“Wat bazelt die Saskia Noorman nou allemaal”, zal H.J. Schoo, hoofdredacteur van Elsevier, hebben gedacht toen hij haar reactie op het voorstel van Van der Aa vernam om vervolgens in een commentaar het Nederlandse (asiel)beleid genadeloos onder de loep te nemen. “Het patroon doet zich in vreemdelingenzaken telkens voor. Er bestaat of dreigt een ernstig probleem, iemand vraagt er ten einde raad aandacht voor, doet suggesties ter oplossing - en de goegemeente loeit van verontwaardiging.” De bevolking, die zich toch door de overheid beschermt moet weten, wordt voor de zoveelste keer in de steek gelaten. Ach, wat praatten de politici vaak over het probleem van de criminaliteit dit voorjaar - ja, toen waren er ook twee verkiezingen. Zou dat ook de reden zijn waarom de Amsterdamse hoofdcommissaris van politie, Jelle Kuiper, nu zo weinig (politieke) reacties krijgt op zijn noodkreet dat de politie machteloos staat tegenover een harde kern van notoire straatschenders die het centrum van Amsterdam onveilig maakt? Hij mag in Elsevier zijn hart luchten. Maar regelmatig overleg met de vaste Kamercommissie van Justitie, gevolgd door maatregelen om dit probleem aan te pakken, zou niet onwelkom zijn. Maar dat zal waarschijnlijk pas gebeuren in het voorjaar van 2002, met de gemeenteraads- en Kamerverkiezingen in aantocht. Er zijn plaatsen die Kuiper in Amsterdam zou mijden, zegt hij: het Vondelpark bij nacht, donkere steegjes in de binnenstad, delen van de Bijlmermeer. De Leidsestraat en het Rembrandtplein, bij nacht, kunnen gevoeglijk aan het rijtje worden toegevoegd.

Het gebrek aan politiek debat en politieke moed wreekt zich ook als het gaat om de vraag wat er moet gebeuren met de 200 miljard (gas)gulden die nog in de grond zit, aldus HP/De Tijd in een zeer informatief artikel over de geschiedenis van de aardgasvondst bij Slochteren in 1959 en hoe het verder ging. De conclusie stemt treurig: “Eigenlijk interesseert het parlement zich net zo weinig voor de aardgasopbrengsten als in de jaren zestig, toen de buit tussen staat en oliemaatschappijen moest worden verdeeld.” Het extra geld zou kunnen worden besteed aan bijvoorbeeld een 'vergrijzingsfonds' of een broeikasfonds of aan duurzame energie. “Zo zijn ongetwijfeld nog meer varianten te bedenken. Ze hebben allemaal één ding gemeen: ze vereisen een politiek debat en politieke moed, en aan beide ontbreekt het tot dusver.” Voorjaar 2002, wedden?