Tuerlings laat dansers poseren

Dans: La Porta e il vestibulo, Stanza del lebbroso door Raz. Choreografie: Hans Tuerlings. Gezien, 8/9 Schouwburg, Tilburg. Tournee t/m april 1998.

De Italiaanse dichter Gabriele d'Annunzio (1863-1938) had ongetwijfeld, wat ze tegenwoordig noemen, een persoonlijkheidsstoornis. Vroeger heette zo iemand eenvoudigweg gek en geniaal: gek omdat ie voortdurend verwikkeld raakte in allerlei ondeugdelijke politieke en perverse seksschandalen, geniaal omdat hij mooi en vol gevoel kon schrijven. Zeventien jaar voor zijn dood trok d'Annunzio zich terug in zijn droomhuis aan het Gardameer en stortte hij zich op de inrichting van de vele kamers van zijn paleis. Vier jaar en zestien voorstellingen lang zal choreograaf Hans Tuerlings van het Tilburgse gezelschap Raz zich laten inspireren door die kamers in zijn dansserie Casa del Sogno. Daarvan presenteert hij nu deel twee: La Porta e il vestibulo, Stanza del lebbroso ofwel 'de deur, de hal en de kamer van de melaatse'.

Van een Italiaanse sfeer is geen sprake in de voorstelling. Een laag hangende kroonluchter in een verder leeg decor is het enige dat er naar zou kunnen verwijzen. En de muziek van dj Eddy de Clercq is nationaliteitsloos. Hij wisselt een klassiek pianoconcert af met house. De dansers lijken zich nauwelijks wat van het lekkere muzikale tempo aan te trekken. In de lege ruimte staan ze voor hun eigen denkbeeldige spiegels en oefenen ze ijdel op uiteenlopende poses zoals Madonna dat jaren terug al vogue-end deed.

De drie dansers van Raz helpen elkaar bij wat ongemakkelijke standjes met als gevolg dat het, d'Annunzio's schandalen in het achterhoofd, verdacht veel gaat lijken op homo-erotische spielerei. De twee dames van het gezelschap spelen een marginale rol en verdwijnen snel door de gordijnen nadat ze wat om hun eigen as hebben gedraaid of zwaaiend met hun armen de ruimte hebben doorlopen. Pas aan het eind komt het gezelschap samen en begint het op een heus dansstuk te lijken. Ze bewegen met elkaar en soms zelfs synchroon. Hans Tuerlings laat zich graag inspireren door schrijvers. Eerder werd Louis Ferdinand Céline onderworpen aan een dansant onderzoek, maar net als toen is nu de verwijzing naar de bron vaag. Gerard Reve had evenzeer de muze van de voorstelling kunnen zijn. Je hoopt toch iets te zien te krijgen van de krochten van d'Annunzio's geest of van de (denkbeeldige) kamers in zijn villa, maar Tuerlings houdt het karig en abstract en trakteert op dansers die meer poseren dan bewegen. De voorstelling kent een aantal juwelen momenten maar de choreografie als geheel is wel wat te licht van gewicht.