Toerisme redding voor berooid Cuba

Hoewel Fidel Castro op Cuba al bijna veertig jaar lang uitingen van kapitalisme op zijn eiland blijft verfoeien, is het toerisme een van de grootste en weldra dé grootste inkomensbron. Bovendien zijn de meeste toeristen kapitalisten met alle gevolgen en invloeden op Cuba van dien.

VARADERO, 10 SEPT. Niemand op Cuba kijkt neer op een hotelportier. Want de kans is groot dat hij dagelijks aan tips meer geld ontvangt dan een hersenchirurg of universiteitsprofesoor per maand verdient. Hetzelfde geldt voor het groeiende leger van parkeerwachten, overig hotelpersoneel, gidsen of anderen die het geluk hebben te werken in Cuba's expansieve toeristenindustrie. Zij zijn de nouveaux riches van het door communisten bestuurde eiland, een bevoorrechte elite met toegang tot dollars die de peso-inkomens van hun landgenoten ver overvleugelen.

Zij vormen in de recente woorden van president Fidel Castro de opkomende klasse van inheemse miljonairs die de egalitaire waarden van bijna vier decennia van communistisch bestuur op de tocht zetten. Het is waar dat Cuba's snel expanderende toeristenindustrie - 1,2 miljoen bezoekers en 1,5 miljard dollar aan inkomsten in 1997 - de redding betekent voor een wormstekige economie die na het verbreken van de banden met het voormalige Oostblok bijna tien jaar geleden in ernstige problemen raakte. Tegelijk heeft de ruimte die Castro de toeristensector bood ook geleid tot scherpe sociale veranderingen en een groeiende tweedeling van een in naam communistische maatschappij.

De effecten van de eens illegale dollar zijn nu alom zicht- en voelbaar. Een vrouw in het centrum van Havana is bereid de haren van een toerist te vlechten voor 8 dollar, ruim de helft van het maandsalaris dat een doorsnee werker in de nog altijd dominante staatssector pleegt te verdienen. Een man in de stad Trinidad verhuurt als enige in zijn straat een kamer aan toeristen voor 20 dollar per nacht. Daardoor kan hij ook als enige in zijn straat zeep, shampoo en elektronische goederen kopen in de luxe dollarwinkels.

Een schoonmaakster in een hotel in de fameuze badplaats Varadero vertelt dat de tip die zij ontvangt meer waard is dan de gecombineerde salarissen van haar echtgenoot en vier kinderen die allemaal in het bezit zijn van universitaire diploma's.

“De sociale pyramide is hier op z'n kop gezet”, zegt econoom Omar Everleny van het Centrum voor Studie van de Economie, een staatsinstelling in Havana. “Onze best opgeleide en meest capabele mensen maken zeker niet het meeste geld.” Hij knoopt daaraan vast: “Een oplossing zou zijn de salarissen van die mensen te verhogen maar als de sectoren waarin zij werken geen buitenlandse valuta binnenbrengen, is het moeilijk voor de staat om zoiets te realiseren.”

Omdat de overheidssalarissen relatief laag zijn en de dollar blijft heersen, zijn zulke inkomensverschillen een onvermijdelijk bijproduct van de explosieve groei van het toerisme. Toch probeert de Cubaanse overheid meer greep te krijgen op deze in haar ogen hoogst onwenselijke situatie. Daarom laat zij kleine zelfstandigen, zoals mensen die toeristen kamers en maaltijden bieden, tegenwoordig belasting betalen wat op Cuba een betrekkelijk nieuw verschijnsel is.

Castro zelf, gefrustreerd door de noodzaak vormen van kapitalisme te tolereren, waarschuwt de groeiende groep van meer vermogende Cubanen met regelmaat. “Het overmatige geld dat veel mensen in handen krijgen, bezorgt ons veel schade....Hoe meer contact wij hebben met het kapitalisme en hoe meer we ontdekken wat er plaats vindt, des te meer afkeer voel ik”, zei hij in een recente toespraak.

De inmiddels 72-jarige Fidel Castro, die januari aanstaande de veertigste verjaardag van zijn revolutie hoopt te vieren, blijft zich scherp verzetten tegen oproepen om het één-partijstelsel te hervormen en de economie meer uit staatshanden te trekken. Maar sommige analisten wijzen er op dat toerisme langzaamaan een stille maar krachtige stimulans voor verandering op het eiland is geworden.

“Het toeristische fenomeen werkt van onderaf als een stille revolutie in de Cubaanse samenleving, en dat heeft zowel positieve als negatieve kanten”, oordeelt een Caraïbische diplomaat in Havana. “Het helpt welvaart scheppen, het moedigt kapitalistische praktijken aan, het biedt Cubanen meer contacten met buitenlanders, het is een magneet voor buitenlands kapitaal, kortom het biedt de buitenwereld een goede blik op Cuba en andersom. Dat zijn hier allemaal nieuwe ontwikkelingen.”

Ondanks de sociale implicaties en speciaal de meer ongunstige aspecten zoals de explosie van prostitutie, die Cuba opnieuw zijn pre-revolutionaire reputatie van 'bordeel van de Caraïben' dreigt te bezorgen, bestaat er in Havana weinig twijfel dat Cuba's economische overleving in de toekomst sterk zal zijn verbonden met het toerisme.

“Toerisme is de motor van dit land geworden”, aldus topambtenaar Eulogio Rodriguez van het ministerie van toerisme op een recente conferentie in Havana.

Zijn ministerie schat dat het aantal buitenlandse toeristen in 2000 de 2 miljoen zal bereiken, vergeleken met 300.000 tien jaar geleden.

Het voorziet ook dat de inkomsten uit deze sector in 2000 zullen stijgen tot 3 miljard dollar, vijftien keer zoveel als in 1989. Verder zal het aantal hotelkamers naar verwachting toenemen van 28.000 nu naar 49.000 tegen de eeuwwisseling.

De netto-opbrengst van het toerisme beloopt nu eenderde van de totale overheidsinkomsten en rivaliseert met de revenuen van de suiker- en nikkelindustrie. Maar zo goed als zeker is dat het toerisme tijdens de eeuwwisseling de voornaamste inkomensbron zal zijn. Vooral nu de Cubaanse regering een campagne is begonnen om de efficiency in het toerisme te verbeteren.

Canada, dat zich niets aantrekt van het Amerikaanse economische embargo jegens Cuba, is nu voor het eiland de grootste bron van toeristen, gevolgd door Italië, Duitsland, Spanje en Frankrijk. Feit blijft dat Amerikanen, die voor de komst van Castro in 1959 90 procent van het toerisme op Cuba voor hun rekening namen, nog steeds niet van hun overheid naar Cuba mogen.

Als dat verandert zou het toerisme in een klap 's lands veruit dominante deviezenbron worden. Maar nu al - na een jaar van droogte, tegenvallende suikeropbrengsten en lage nikkelprijzen - is het belang van het toerisme voor Cuba duidelijker dan ooit. (Reuters)