Timman staat na stroomstoring al na dertien zetten verloren

PRAAG, 10 SEPT. Na drie partijen staat Jan Timman in zijn match tegen wereldkampioen Gari Kasparov met 2,5-0,5 achter. De helft van de tweekamp zit er op. Timman zou ware reuzenkrachten moeten ontwikkelen om nog gelijk te maken, maar zijn spel in de laatste twee partijen geeft weinig aanleiding om dat te verwachten. Kasparov is natuurlijk een geweldenaar, maar hij heeft nog niets bijzonders laten zien. Het was ook niet nodig, zijn twee overwinningen kreeg hij op een presenteerblaadje aangereikt. Gisteren stond Timman al na dertien zetten verloren. Zoiets is hem nog nooit gebeurd.

De eerste zeven zetten lieten iets goeds verwachten. Er werd een variant van het Nimzo-Indisch gespeeld waarvan zowel Kasparov als Timman een grote kenner is. Een derde expert op dit gebied is ook in Praag aanwezig, Timmans secondant Ivan Sokolov. Dat beloofde een strijd op hoog niveau.

Toen viel het licht uit in het Archa-theater. Er was eerder op de dag ook al een elektriciteitsstoornis in Praag geweest, waardoor de trams ongeveer een uur hadden stilgestaan. Na Kasparovs zevende zet werkten in de speelzaal alleen nog de lichtjes die naar de uitgangen wezen.

Het is natuurlijk vaker gebeurd tijdens schaakpartijen. Het beroemdste geval was bij de kandidatenmatch in Buenos Aires tussen Fischer en Petrosian in 1971. Het licht viel uit, de klokken werden stilgezet. Fischer bleef achter zijn bord zitten, waarop Petrosian protesteerde dat Fischer bleef nadenken terwijl zijn klok niet liep. Hoe kan je iemand verbieden te denken? Zet de klok maar weer aan, zei Fischer. Hij kon ook wel in het donker nadenken.

Tegen Kasparov en Timman zei de wedstrijdleider dat ze naar hun hotel mochten gaan. Als het licht weer aanging, zouden ze opgeroepen worden. Het was een humane, maar dubieuze beslissing. Stel je voor dat Kasparov net een venijnig openingsnieuwtje had gebracht, dan zou Timman dat op zijn hotelkamer samen met zijn secondanten grondig kunnen onderzoeken. Zo was het niet, er stond een door en door bekende stelling op het bord, maar onder alle omstandigheden horen de spelers tijdens zo'n onderbreking van de partij onder streng toezicht te worden opgesloten, voorzien van spijs en drank, maar in strikte afzondering. Het is hard, maar het kan niet anders.

Kasparov en Timman werden vrijgelaten en na ongeveer drie kwartier konden ze hun partij hervatten. Over hun volgende zetten dachten ze heel lang na en je kreeg de indruk dat Timman zich in zijn eigen gedachten verstrikte. Hij wist heel goed wat de gewone zetten waren, maar hij deed het ongewoon. Zijn tiende zet was zwak, zijn elfde te optimistisch en na zijn dertiende was zijn stelling hopeloos. Geen propaganda voor het Nederlandse schaak. In de commentaarzaal legt de Tsjechische grootmeester Jan Smejkal de partijen aan het publiek uit. Het zou vreemd zijn als niet eens een toeschouwer hem vroeg: “Grootmeester, waarom moest er eigenlijk een Nederlander naar Praag worden gehaald om tegen Kasparov te spelen, zou uzelf het niet minstens even goed doen?“ En bescheiden als hij is, bij deze derde matchpartij zou Smejkal het onmogelijk kunnen ontkennen.

Wit Kasparov-zwart Timman, derde partij 1. d2-d4 Pg8-f6 2. c2-c4 e7-e6 3. Pb1-c3 Lf8-b4 4. Dd1-c2 0-0 5. a2-a3 Lb4xc3+ 6. Dc2xc3 b7-b6 7. Lc1-g5 c7-c5 8. e2-e3 d7-d6 9. Lf1-d3 c5xd4 10. e3xd4 d6-d5 11. c4xd5 Dd8xd5 12. Lg5xf6 g7xf6 13. Pg1-e2 Tf8-d8 14. Pe2-g3 Dd5xd4 15. Ld3-e4 Dd4xc3+ 16. b2xc3 Td8-d5 17. Ta1-d1 Lc8-b7 18. Le4xd5 Lb7xd5 19. Pg3-h5 Pb8-d7 20. c3-c4 Ld5-c6 21. Td1xd7 Lc6xd7 22. Ph5xf6+ Kg8-g7 23. Pf6xd7 f7-f6 24. Ke1-e2 Ta8-c8 25. Th1-c1 Tc8-c7 26. Pd7-b8 Zwart gaf op.