'Smits moet eerst bankier worden en dan Europa in'; De toekomst van de Rabo

Quo vadis, Rabobank? De coöperatieve bank en verzekeraar is een gigant achter de dijken, maar vrijwel onbekend in het verenigde Europa. Wat zijn de opties voor de bank, en voor toekomstig topman Smits?

ROTTERDAM, 10 SEPT. Herman Wijffels heeft voor de coöperatieve Rabobank het achterland veiliggesteld, opvolger Hans Smits moet een strategie voor Europa vinden en uitvoeren. “Op haar belangrijkste markten heeft de Rabobank in Nederland aandelen tusen 30 en 40 procent”, zegt een Rabo-watcher in de financiële wereld. “Maar twee keer blazen in Europa en de Rabobank is niet meer.”

Op 15 maart 1999 neemt Smits, voormalig president-directeur van de luchthaven Schiphol, het roer bij de Rabobank over van Wijffels, die voorzitter wordt van de Sociaal-Economische Raad. Smits krijgt de leiding van een instelling, met merknamen als Robeco en Interpolis, die wil samengaan met de kleinere coöperatieve bank en verzekeraar Achmea (9.750 werknemers; Centraal Beheer, ziekenfondsen). Achmea wil op haar beurt graag fuseren met uitvoerder Gak, marktleider in sociale verzekeringen.

Kenmerkend voor de Rabobank zijn grote getallen. Zij bestaat dit jaar honderd jaar, heeft meer dan 400 miljard gulden balanstotaal, is met bijna 45.000 werknemers de op een na grootste particuliere werkgever in Nederland (achter TNT Post Groep). En Rabobank is de laatste particuliere bank ter wereld die van de drie toonaangevende 'keuringsbureaus' de allerbeste financiële status (triple A rating) krijgt.

“Smits moet eerst bankier worden”, zegt eerder genoemde Rabo-watcher. “Hij is in feite een politicus, heeft een ambtelijke carrière achter de rug en is in staat zich in een hoop getouwtrek overeind te houden.”

Een andere financieel analist: “De hamvraag voor hem wordt: hoe kun je van deze bank een partij maken als Europese zakenbank en op de Europese consumentenmarkt.” In Nederland is de marktpositie veiliggesteld, maar in Europa is Rabobank, zoals veel van haar concurrenten, nog zoekende. Met coöperatieve zusterinstellingen wordt sinds jaar en dag gepraat, zoals dat nu eenmaal gaat in deze kringen. Acties komen echter niet van de grond. De meeste bekendheid genieten gesprekken met de Belgische fusiebank KBC over een vorm van krachtenbundeling in het zakenbankbedrjf (zogeheten investment banking, zoals effectenhandel), maar snel uitzicht op concrete resultaten is er niet.

Volgens sommige bankiers is dat maar goed ook. “Don't fuck around in investment banking”, zegt een financier in de Londense City. De Rabobank werft met name in Londen agressief hoog betaalde bankiers, analisten en handelaren. Sommige concurrenten slaan dit met verbazing gade.

Rabobank moet zichzelf in Europa op de kaart zetten, vindt hij, als bankverzekeraar. Doordat de bank geen notering op een effectenbeurs heeft en een miljardenovername niet met eigen aandelen kan betalen, zoals concurrenten ABN Amro en ING, moet zij in contanten afrekenen. Dat zou de bank haar triple A status kunnen kosten, maar noch de financiële wereld noch de Rabobank zelf lijkt daar onrustig over te worden. Dat verlies was tot voor kort een gevoelig punt, maar Wijffels en hoofddirecteur H. Visser hebben eerder dit jaar duidelijk gemaakt dat de rating niet heilig is als de prijs daarvoor een werkelijk betere positie in Europa is.

Moet de Rabobank anders naar de effectenbeurs om Europese expansie te financieren? “Ik denk het niet”, zegt de Londens financier. “De coöperatieve structuur heeft tot nu toe geen problemen opgeleverd bij haar strategische bewegingen.” Geld kan de Rabobank op de kapitaalmarkt genoeg aantrekken, bijvoorbeeld door leningen uit te geven met een iets hogere risicograad die tot het garantievermogen gerekend mogen worden. Een bedrag van tien miljard gulden zou daarmee tot de mogelijkheden behoren.

Kan de Rabobank haar Europese ambities bereiken binnen haar huidige coöperatieve structuur? Twijfel daarover bestaat. Wijffels kon met het nodige charisma in Nederland de organisatie in beweging krijgen. “Je gooit mensen bij elkaar, het gaat gisten en borrelen en er komt wel iets uit”, zo beschrijft eerder genoemde financieel analist de coöperatieve bestuursstijl. Tegelijk is de bank een lappendeken, waarin formeel niet de hoofddirectie beslist, maar de aangesloten banken en hun leden. Materieel liggen de verhoudingen wel anders, weten analisten, maar in dat spanningsveld tussen formele en werkelijke invloed de slagvaardigheid verhogen - daar draait het om.