Regering Congo wil Tutsi's het land uitzetten

KINSHASA, 10 SEPT. De door rebellen belaagde regering van Congo heeft besloten “vreemdelingen van Tutsi-origine” die zich op haar grondgebied bevinden uit te wijzen. Dat heeft de Congolese minister van Humanitaire Aangelegenheden, Léonard Okitundu, vanmorgen bekendgemaakt.

“Wij zijn op zoek naar een land dat bereid is de vreemdelingen van Tutsi-origine die zich in ons land ophouden, op te vangen”, zei minister Okitundu vanmorgen voor de staatsradio van buurland Congo-Brazzaville, na een onderhoud met zijn ambtgenoot aldaar, Léon Alfred Opimba. Tijdens hun ontmoeting zouden beide bewindslieden zijn overeengekomen dat de door Congo uit te zetten Tutsi's “enkele uren doortocht” krijgen in Brazzaville, op weg naar het ontvangende land. Het land van bestemming zou moeten worden gezocht door humanitaire organisaties als het Hoge commissariaat voor vluchtelingen van de Verenigde Naties (UNHCR).

De Congolese minister maakte geen melding van het aantal Tutsi's dat zal worden uitgewezen en repte evenmin over hun plaats van herkomst of de datum van hun uitzetting. Zijn ambtgenoot Opimba uit Congo-Brazzaville zei desgevraagd dat het gaat om Congolese Tutsi's, die sinds het uitbreken van de rebellie onder Banyamulenge (Oost-Congolese Tutsi's van Rwandese afkomst) tegen de regering van president Kabila worden vastgehouden in het militaire kamp Kokolo, ten westen van de hoofdstad Kinshasa. Kabila heeft Tutsi-burgers beschuldigd van “spionage” voor en “heulen” met de rebellen.

Duizenden inwoners van Kinshasa gingen gisteren de straat op om president Kabila in te halen, die terugkeerde uit Zimbabwe, waar hij maandag en dinsdag de topconferentie bijwoonde van de vijf Afrikaanse staatshoofden wier legers zijn betrokken bij de strijd in Congo. De leiders van Angola, Zimbabwe en Namibië - die Kabila steunen - en die van Oeganda en Rwanda - die de rebellen bijstaan - riepen op tot een staakt-het-vuren, maar dat pleidooi werd door de rebellendelegatie, die niet mocht deelnemen aan het topberaad, van de hand gewezen.

Kabila zei bij zijn terugkeer in Kinshasa dat zijn landgenoten zich moeten voorbereiden op een “langdurige oorlog” tegen Rwanda en Oeganda, “wier doel het is om de regering van Congo omver te werpen en die ons land hun dictaat willen opleggen”. Hij riep de bevolking van het grotendeels door rebellen bezette Oost-Congo op “om dezelfde strijdbaarheid te tonen als de inwoners van Kinshasa”. In de hoofdstad geïnfiltreerde rebellen werden twee weken geleden op bloedige wijze verdreven uit de buitenwijken.

De ministers van Defensie van Congo en de vijf bij de strijd betrokken landen vergaderen vandaag in de Ethiopische hoofdstad Addis Abeba, de zetel van de Organisatie van Afrikaanse Eenheid, over “de details van een staakt-het-vuren in Congo”. (AFP, Reuters)