Regering

Sinds drie weken heeft Rusland een interim-regering. Ministers van de diverse 'machtsministeries', zoals Defensie en Binnenlandse Zaken, vervullen daarin een sleutelrol, zoals ook de chef van de geheime dienst in Rusland, FSB (voorheen KGB), een vooraanstaande positie bekleedt in de uitoefening van de formele macht.

'KARDINAAL'

Poetin, Vladimir. Sinds eind juli chef van de geheime dienst, de FSB (de opvolger van de KGB), na het onverwachte ontslag van Nikolaj Kovaljov. Bijgenaamd 'de grijze kardinaal' wegens de discrete wijze waarop in de jaren tachtig alle beslissingen in St. Petersburg via zijn bureau liepen. Jurist. In de jaren zeventig werkzaam bij de buitenlandse inlichtingendienst van de Sovjet-Unie, onder andere in Duitsland. Vervolgens in de jaren tachtig bij de Leningradse KGB. Onderburgemeester van St. Petersburg van 1994 tot 1996. Werd in mei plaatsvervangend chef van Jeltsins presidentiële staf, tevens belast met de supervisie op relaties tussen het Kremlin en de regio's. Voorzitter van de afdeling St. Petersburg van Tsjernomyrdins partij Ons Huis is Rusland. Is volgens Kirijenko, premier van Rusland bij zijn benoeming tot FSB-chef, in eerste instantie verantwoordelijk voor 'economische veiligheid' van Rusland, een nieuw zwaartepunt bij de hervorming van de FSB.

APPARATSJIK

Tsjernomyrdin, Viktor. Afgelopen maart als premier door Jeltsin naar huis gestuurd, de afgelopen weken weer even op het toneel verschenen als interim-premier en vanmorgen toch weer verwijderd van het regeringspluche. Tot tweemaal toe, op 31 augustus en 7 september, sprak de Doema zich uit tegen de kandidatuur van Tsjernomyrdin, die door Jeltsin was voorgedragen. Vandaag heeft hij de eer aanzichzelf gehouden en besloten niet langer kandidaat te zijn. Was de 'gasbaas' van Rusland. Begonnen als ingenieur was hij al ten tijde van Leonid Brezjnev onderminister van de gasproductie. Werd in de jaren tachtig minister en na de omzetting van het ministerie in het bedrijf Gazprom chef van dit bedrijf, 's wereld grootste gasproducent. Tot Jeltsin hem eind 1992 als premier naar voren schoof, als opvolger van de radicale hervormer Jegor Gajdar. Kundig apparatsjik, maar weinig charismatische politicus, die Rusland in vijf jaar heeft 'hervormd' tot de samenleving waarin grote zakenlieden en grote bankiers het grotendeels voor het zeggen hebben en waarin andere economische hervormingen grotendeels op ijs zijn gelegd. Bijgenaamd 'de onzinkbare' wegens zijn talent zich te handhaven. Werd eerder dit jaar door Jeltsin - aan wie hij steeds loyaal is geweest - aan de kant gezet wegens onvermogen iets te doen aan de loon- en pensioenachterstand.

CAPABEL

Sergejev, Igor. Generaal en minister van Defensie. Een van de weinige capabele technocraten in de leiding van de strijdkrachten. Maakte carrière bij de raketeenheden van het Sovjet-leger. In 1992 benoemd tot chef en reorganisator van de strategische rakettroepen en hun bewapening - 756 intercontinentale raketten met 3.500 kernkoppen. Heeft nooit aan gewapende acties deelgenomen. In brede kring onbekend tot zijn benoeming tot minister in mei 1997 als opvolger van Igor Rodionov en stafchef Samsonov, die door Jeltsin bij hun ontslag werden uitgemaakt voor 'luilakken' die 'krijgen wat ze verdienden'. De nieuwe minister had tevoren Tsjernomyrdin bij een inspectiereis ervan overtuigd dat het wel meeviel met de door Rodionov aan de kaak gestelde lamentabele staat van de kernbewapening. Poogt sinds zijn benoeming de strijdkrachten te stroomlijnen door het aantal manschappen te verminderen. Stuit daarbij op passief verzet van de legerleiding. Slaagt er evenmin in de permanente financiële crisis van de strijdkrachten te bezweren. Voorstander van ratificatie van het verdrag START II en voor afsluiting van START III voor verdere vermindering kernarsenaal, op voorwaarde dat kernwapens ruggengraat van de defensie blijven. Neemt genoegen met jaarlijkse begroting van 18 miljard dollar, waar voorganger 30 miljard had geëist.

SLAAFS

Stepasjin, Sergej. Minister van Binnenlandse Zaken. Generaal, klom op in de strijdmacht van ministerie van Binnenlandse Zaken. In 1990 parlementslid. Ging in 1991 werken voor de nieuwe geheime dienst, FSB. In 1994 chef van FSB. Speelde een prominente rol in de oorlog in Tsjetsjenië. Leidde voor de oorlog ondergrondse operaties tegen het bewind van de toenmalige Tsjetsjeense president Doedajev. Na mislukking daarvan gaf Jeltsin het bevel tot aanval. Viel in ongenade na een gijzelingsdrama in Boedjonnovsk, waar het Tsjetsjeens commando duizenden Russen in gijzeling nam. Werd niettemin chef van het regeringsdepartement dat toezicht houdt op de coördinatie tussen de 'machtsministeries' (Defensie, veiligheid en politie). Trouw aan Jeltsin, werd in juli 1997 beloond met de benoeming tot minister van Justitie, tot woede van activisten voor mensenrechten en van prominente juristen. Bracht verantwoordelijkheid over gevangenissysteem over van Binnenlandse Zaken naar Justitie, reden waarom zijn benoeming tot minister van Binnenlandse Zaken in maart 1998 bij dat departement slecht viel. Doet volgens waarnemers slaafs wat hem wordt opgedragen.