Pie, onze huistiran

Elk najaar als ik het geschetter van troepen eksters hoor en zie hoe de populieren zwiepen in de wind, moet ik denken aan Pie.

Op een lenteochtend zat hij op het pad naar de boerderij. Hij was erg lelijk: een zwart-wit bolletje op hoge poten met een kleine vierkante staart. Zo te zien aan de gele kleur van de binnenkant van zijn snavel was hij pas een paar weken oud. Het eksternest hoog bovenin de populier was voorgoed buiten zijn bereik.

Pie bleef. De eerste week gaf ik hem om het kwartier een hapje universeelvoer. Ik zette een wekker om hem ook 's nachts te voeren.

Hij groeide voorspoedig op. Het universeelvoer maakte plaats voor meelwurmen.

Toen hij kon vliegen hoefde hij niet meer in een hok. Hij bleef steeds in de buurt en kwam uit zichzelf tegen donker binnen. Hij sliep op de kapstok in de bijkeuken. Onder zijn slaapplaats stond een stoel waarop vier poezen lagen. Een beter bewijs van erfvrede was er niet.

Als je hem riep antwoordde Pie met het krijsen van zijn naam. Wilde hij niet komen, dan moest je iets geels aantrekken. Van die kleur raakte hij zo in vervoering dat hij binnen een mum van tijd een landing op je hoofd maakte.

Aan het eind van de zomer werd Pie veeleisend en vandalistisch bovendien. Als iedereen binnen was, tikte hij net zolang tegen het raam tot hij ook naar binnen mocht. Tegen de tijd dat je hem weer naar buiten had gewerkt, was het overal een ravage.

Hij was ook een pestkop. Bezoek dat hem niet aanstond werd belaagd met duikvluchten. Hij pikte de poezen in de staart als ze uit hun bak aten. Als je buiten je band plakte, ging hij er met het ventieldopje vandoor.

Op een herfstdag toen de wolken langs de hemel joegen zat er een hele kolonie eksters in de populier. Ze maakten een enorm kabaal. Een paar uur later was alles stil. De wind was gaan liggen en de kolonie was vertrokken. Die avond kwam Pie niet thuis. Na een week gooiden we het restant meelwurmen weg. Ik hield mij hart vast. Een tamme vogel op zwerftocht is een makkelijk doelwit.

Het volgende voorjaar kwam een ekster de bijkeuken binnenhippen. Eerst pikte hij de restjes vlees uit de poezenbakjes. Daarna ging hij de tuin in. In een van de bomen zat nog een ekster. Die keek van veilige hoogte toe hoe haar maatje rustig op het erf rondscharrelde.