Parlement

Enkele prominente leden van de Doema ('Tweede Kamer') en de Federatieraad ('Eerste Kamer'):

OPPOSANT

Javlinski, Grigori. Leider van de partij Jabloko en van democratische oppositie in de Doema. Kwam al als economisch onderzoeker ten tijde van Brezjnev in de problemen met de autoriteiten wegens kritiek op het staatssocialisme en pleidooien voor hervormingen. Werd in juli 1990 dankzij Boris Jeltsin voorzitter van de staatscommissie voor economische hervormingen, maar de aanbevelingen werden niet door het bewind van Michail Gorbatsjov overgenomen. Is een van de opstellers van het '500-dagenplan', dat voorzag in radicale hervormingen, dat wél Gorbatsjovs instemming verkreeg, maar niet dat van het Sovjet-parlement. Trad vervolgens uit de regering. In augustus 1991 teruggehaald als supervisor van de hervormingen. Distantieerde zich van het hervormingsbeleid van premier Jegor Gajdar (Tsjernomyrdins voorganger) wegens diens weigering de staatsmonopolies te ontbinden. Veroordeelde Tsjernomyrdins hervormingen consequent als halfslachtig. Een van de weinige prominente critici van de oorlog in Tsjetsjenië. Richtte in 1993 de partij Jabloko op, die doorgaans kan rekenen op tussen 6 en 8 procent van de stemmen, eindigde in de eerste ronde van de presidentsverkiezingen in 1996 op de vierde plaats met 7,45 procent van de stemmen. Was de eerste die begin dit jaar de huidige crisis 'onafwendbaar' noemde.

GENERAAL

Lebed, Aleksandr. Generaal buiten dienst, is de stem van de Russische militairen en het archetype van wat in Engels militair jargon de fighting general wordt genoemd: een no-nonsense-generaal, onverschrokken, charismatisch en openhartig. Geboren in Novotsjerkassk in 1950. Afghanistan-veteraan. Werd in 1991 plaatsvervangend commandant van de luchtlandingstroepen. Viel na 1992 op als bevelhebber van het Veertiende Leger in Moldavië, waar hij de oorlog in Transnistrië beëindigde en zich steeds nadrukkelijker met de nationale Russische politiek ging bemoeien. Stapte uit het leger en in de politiek, kreeg al snel nationale bekendheid en - zowel bij de soldaten als bij de burgerij - een enorme populariteit door zijn scherpe kritiek op 's lands politieke klasse. Wierp zich op als kandidaat bij de presidentsverkiezingen in 1996, werd derde in de eerste ronde en een dag daarna door president Jeltsin 'ingelijfd' bij diens campagne voor de tweede ronde: hij werd secretaris van Jeltsins Veiligheidsraad. Beëindigde als speciaal gezant van de president de rampzalige oorlog in Tsjetsjenië, maar brak daarna met Jeltsin. Werd eerder dit jaar gekozen tot gouverneur van de Siberische regio Krasnojarsk. Heeft sinds kort een eigen partij. Kanshebber bij de presidentsverkiezingen van 2000.

PRO-REGIO

Rossel, Edvard. Gouverneur van regio Jekaterinburg en als zodanig lid van de Federatieraad ('Eerste Kamer'). 'Vader van de Oeral Republiek'. Won met bijna zestig procent van de stemmen in 1995 de verkiezingen om het gouverneurschap van een kandidaat van de regeringspartij Ons Huis is Rusland. Was eerder voorzitter van het regionaal parlement. Krachtig voorstander van ontwikkeling van de eigen regio en dus van decentralisatie, onder leuze dat regio's “politieke en economische vrijheid” moeten krijgen. Beloofde bij zijn aantreden: “Ik zal een provincie achterlaten die een monument voor de onafhankelijkheid is.” Draagt slechts 30 procent van in de provincie opgehaalde belastingen aan Moskou af, wordt daar vaak als 'separatist' gehekeld, maar zet wel het pad uit dat steeds meer regionale leiders volgen.

XENOFOOB

Zjirinovski, Vladimir. Leider van de extreem-nationalistische Liberaal-Democraten, als de Russische Le Pen kampioen van 'bruin' in Rusland. Staat bekend om zijn aan de lopende band geproduceerde xenofobe en anti-semitische uitspraken: 'Alle Tsjetsjeense bases moeten met napalm worden bestookt'; 'Polen is een hoer wegens de aansluiting bij de NAVO'; 'Rusland vecht de derde-wereldoorlog in Oost-Europa uit als de NAVO zich uitbreidt'; 'Joden vormen een kleine, maar lastige stam die ergens ver weg moet worden gehuisvest'; 'Alle verdragen met de Baltische landen gaan de vuilnisbak in, Letland wordt geannexeerd en Estland en Litouwen worden dwergstaatjes als Liechtenstein of Andorra'. Keert zich echter in de praktijk zelden of nooit tegen het regeringsbeleid en heeft de afgelopen jaren in de Doema Jeltsins beleid gesteund. Kan traditioneel op 10 à 11 procent van de stemmen rekenen.