Op een zijspoor

De financiële en politieke crisis in Rusland heeft al diverse staatsdienaren hun positie gekost. De drie belangrijkste slachtoffers zijn:

PRINCIPIEEL

Doebinin, Sergej. Tot afgelopen maandag directeur van de Russische Centrale Bank, 'bewaker' van de roebel en een van de zondebokken van Jeltsins critici. Econoom, hoogleraar, na ontbinding van de Sovjet-Unie actief bij regeling van economische relaties met andere GOS-republieken. In maart 1993 onderminister van Financiën, in januari 1994 voorlopig minister van Financiën na aftreden van voorganger Boris Fjodorov uit protest tegen handhaving (en subsidiëring) van landbouwcoöperaties. Verloor zijn functie na 'zwarte dinsdag' (11 oktober 1994), waarop de roebel 21 procent van waarde verloor. Nam zitting in bestuur van grote bank en van gasgigant Gazprom. Werd een jaar later, in oktober 1995, teruggehaald als directeur van Centrale Bank en als zodanig door de Doema in recordtijd bevestigd. Was sinds februari 1996 tevens Ruslands vertegenwoordiger in de Oost-Europabank EBRD. Geprezen als intelligent, deskundig, principieel en vasthoudend. Is er tot voor kort bovendien in geslaagd conflicten met zowel hervormers als communisten te voorkomen. Slaagde erin de roebel stabiel te houden tot afgelopen zomer. Door communistische oppositie verantwoordelijk gehouden voor de val van roebel sinds mei en vooral voor de inflatie van vorige maand.

HERVORMER

Kirijenko, Sergej. Was van maart tot eind augustus 154 dagen lang premier van Rusland. Werd op zijn 35ste door Jeltsin naar voren geschoven na het ontslag van Tsjernomyrdin. Radicale hervormer. Begon als zakenman in Nizjni Novgorod, werd voorzitter van de Raad van Bestuur van een zelf opgerichte bank, was twee jaar later leider van een eigen oliebedrijf en werd door vriend en stadgenoot Boris Nemtsov naar Moskou gehaald als onderminister van Energie. Werd een halfjaar later, in november 1997, minister van Energie en nog een halfjaar later premier. In de overtuiging dat radicale hervormingen de enige kuur voor de problemen van Rusland zijn, ging hij ten onder in de permanente confrontatie met de Doema. Is na zijn afzetting 'verdwenen' voor een vakantiereis door Australië en Nieuw Zeeland. Heeft daar slechts laten weten dat hij in zijn 150 dagen als premier niet te hard is geweest, maar dat zijn enige fout juist was dat hij niet hard genoeg heeft opgetreden om de economische instorting van Rusland te voorkomen.

PIONIER

Nemtsov, Boris. Radicaal hervormer, geboren in 1959, opgeleid tot radiofysicus. Raakte bekend als milieu-activist tegen een kerncentrale in woonplaats Nizjni Novgorod, toen nog Gorki geheten. In 1990 als enige niet-communist in de Opperste Sovjet van Russische Federatie gekozen. Door Russische parlementsvoorzitter Boris Jeltsin na het opbreken van de Sovjet-Unie, eind 1991, benoemd tot gouverneur van de regio Nizjni Novgorod en lid van de Federatieraad (Ruslands 'Eerste Kamer'). Kreeg brede bekendheid en grote populariteit. Pionier van geleidelijke maar radicale privatisering (voornaamste doel: schepping van een middenklasse) en andere hervormingen in Nizjni Novgorod, opgesteld in samenwerking met Javlinski. Hekelde ondanks goede banden met Jeltsin diens hervormingen en Tsjetsjenië-beleid. In maart als 'wonderkind' naar Moskou gehaald als vice-premier, belast met hervorming energiesector, en als minister van Energie. Werd midden 1997 lid van de Veiligheidsraad. Had doorslaggevende invloed bij ontslag van zakengigant Berezovski als vice-secretaris van de Veiligheidsraad en bij het aantrekken van Kirijenko, eerst als zijn opvolger als minister van Energie en in maart van dit jaar als premier. Bleef vice-premier tot augustus.