Mode-ontwerper Walter van Beirendonck; Een Wilde Belg

Museum Boijmans van Beuningen in Rotterdam toont werk van een Bad Belgium Boy: mode-ontwerper Walter van Beirendonck. Feeëriek, strijdlustig, bizar, zinnelijk, futuristisch: wie de kleren van deze ontwerper wil beschrijven, komt woorden te kort. Een portret.

Kiss the Future! Walter van Beirendonck/W.&L.T. is een presentatie van de najaars-wintercollectie van het seizoen '98-'99. De expositie is vormgegeven door de Australische interieurontwerper Marc Newson. Meer informatie http://www.walt.de. Tentoonstelling duurt t/m 15 nov 1998. Museum Boijmans van Beuningen, Museumpark 18-20, Rotterdam. 010-4419400

“Ik heb kind willen blijven”, zegt Van Beirendonck. “De meeste volwassenen duwen het kind in zichzelf weg, jammer! Een kind heeft een open mentaliteit. Ik zie ze graag. Mijn neefjes en nichtjes vinden het zalig om bij Onkel Walt op bezoek te gaan en kinderen op straat zijn nieuwsgierig naar me, terwijl ik bij volwassenen nogal eens agressie oproep.”

“Er zijn veel mensen die door mijn kleding gefascineerd zijn, maar het niet durven dragen. Dat is precies die volwassen mentaliteit, het effect van onze opvoeding, regeltjes! Waarom mag een man geen rok aan? Waarom zijn er mannen-kleuren en vrouwen-kleuren? Dat doorbreek ik. Met humor en luchtigheid, al is dat soms ook een gevaar. Dat je wordt gezien als de ontwerper van alleen maar gekke, kleurige kleren. Maar mijn kleding is niet oppervlakkig; ik heb steeds met onderliggende thema's gewerkt: Avatar, dat ging over de invloed van Internet en identiteiten die niet meer reëel zijn. Aids en safe sex, milieuvervuiling.”

Van Beirendonck wil mode met een statement maken, om zich af te zetten “tegen de unanieme, neutrale mode van nu: marketingmode.” Veelbesproken was de 'ornamentale' make up die hij in de show van Believe toonde. De modellen verschenen met hoorntjes op jukbenen, gezwellen op voorhoofden, ribbels op wangen, verlengde kinnen en neuzen, verdikte arcadebogen. De huidkleurige protheses, die met chirurgische lijm werden aangebracht, deden denken aan traditionele littekenversieringen. “Ik heb altijd geëxperimenteerd met make up, met veel kleur en tekeningen op het gezicht”, zegt Van Beirendonck. “Maar dat werd mainstream en dan wil ik weer een stap naar voren. Toen zag ik een foto van Orlan en wist ik hoe de make up er uit zou zien. Ik ben gefascineerd door deze vrouw: waarom wil ze van haar lichaam een schildersdoek maken?”

De opvolger van piercing, zei Van Beirendonck in sommige interviews, maar hij ziet het niet als een suggestie om bij de plastisch chirurg een paar bulten op het voorhoofd te laten aanmeten. “Voor mij is het een commentaar. Er is iets aan het gebeuren met het vlees. Cloning, biochemie, het manipuleren van lichamen, dat al volop bezig is, maar dan alleen in clichévormen, door vrouwen die het Baywatch-ideaal nastreven. Ik wil die schoonheidsnormen op zijn kop zetten. Sommige mensen vinden die bulten in het gezicht schokkend, maar voor mij zijn ze esthetisch. Ik vind vrouwen met opgeblazen lippen afstotend.”

“Is het goed of slecht om je lichaam te veranderen? Ik neem daar geen stelling in. Het gebeurt, is niet meer te stoppen. Het boeit mij, ik wil erover nadenken en dat druk ik uit in mijn shows en collecties. Niet door T-shirts te maken met slogans als 'don't blow up your lips', dan ligt het er te dik bovenop. Iemand moet mijn kleren kunnen dragen louter omdat hij ze plezant vindt en niet per se omdat hij zich voelt aangesproken door mijn ideeën.”

Van Beirendonck's ideeën mogen dan soms extreem zijn, hij wil ook dat zijn kleren comfortabel zijn, praktisch - “dat je er mee de metro in kunt'- en bereikbaar, dus betaalbaar. “Want dat is zo'n contradictie in de huidige mode, die totaal is geënt op een ideaalbeeld van jonge mensen, en alleen betaald kan worden door dokters en directeuren.” Sinds vorig seizoen is de collectie uitgebreid naar onderen - Oilily uit Nederland produceert nu een aparte kinderlijn - en naar boven, met wat klassiekere stukken als kostuums en colberts in luxere materialen. “Dat werd gezien als een knieval voor de commercie”, zegt Van Beirendonck, “maar ik doe wat ik leuk vind, wat uit mijn onderbewuste voortkomt. Ze hebben me zo vaak etiketten opgeplakt, Walter is techno, Walter is Cyber, Walter is cartoon, en elke keer werp ik die etiketten af. Natuurlijk doe ik soms water bij de wijn om een collectie verkoopbaar te maken. Dat vind ik geen blaam. Het gaat er mij om mijn kleren te zien dragen. Maar ik heb me nooit aangepast en daar ben ik fier op. Mijn visie is eigen, altijd actueel, nooit retro. Ik wil niet terugkijken, zoals nu veel gedaan wordt.”

Van Beirendock is beroemd in Japan, waar bewonderaars hem om de hals vallen. “Japanners hebben mijn kleren direct door, die hoef ik niks uit te leggen. Ze zijn er gevoelig voor, misschien inderdaad gevoelig als kinderen. Westerlingen zijn veel meer ingehouden, zo serieus. Soms denk ik dat ik een Japanner ben in een Europees lichaam.”

Hij zegt te genieten van succes, maar “gaat er niet van zweven”. “Wat ik er leuk aan vind, is dat ik veel mensen uit de kunstwereld en popmuziek kan contacteren - fotografen als Jurgen Teller en Mondino, Marc Newson, Orlan. Dat zijn inspirerende mensen en door hen leer ik mijn eigen grenzen weer verleggen. Dat is veel meer waard dan geld; als ik rijk had willen worden, had ik beter een ander beroep kunnen kiezen.”

Een medewerker is al een paar keer komen vragen of Van Beirendonck mee gaat naar zijn volgende afspraak, maar hij talmt nog bij zijn speeltjesverzameling: honderden plastic en stoffen vogels, tijgers, eekhoorns, fantasiebeesten, speelgoed-robotten, knijpkoetjes, sleutelhangers, poppetjes. “Ik koop wat ik leuk vind, van heel goedkoop tot soms een oud stuk dat achteraf waardevol blijkt te zijn. De enige overeenkomst is dat ze allemaal twee ogen hebben. Nee, ik heb geen favoriet. Dan zouden de anderen jaloers worden.”