'Massale vissersvloten plunderen de wereldzeeën'

Massale vissersvloten van rijke landen vangen zoveel vis op de wereldzeeën dat schaarste dreigt en de kleinschalige visserij van minder bedeelde landen in de knel raakt. Aldus rapporteren het Wereld- natuurfonds en andere milieu-organisaties.

ROTTERDAM, 10 SEPT. Grote vissersvloten plunderen de wereldzeeën leeg. Zij bedreigen daardoor de visstand en stoten lokale vissers, aangewezen op kleinschalige visserij, het brood uit de mond. Dat is de strekking van een nieuw rapport van het Wereldnatuurfonds (WNF), dat gisteren werd gepresenteerd. Eerder luidde het Amerikaanse Worldwatch Institute al de noodklok over een dramatische achteruitgang van de visstanden.

Hoewel er in 1997 een recordvangst werd geboekt van 121 miljoen ton aan vis en het product op verschillende markten uitstekend wordt verkocht, zijn in 11 van de 15 belangrijkste vangstplaatsen reducties waar te nemen. Zestig procent van de belangrijkste soorten worden ernstig bedreigd, zo stelde Worldwatch onlangs. Het instituut zegt dat door die ontwikkeling 200 miljoen mensen, die voor hun bestaan afhankelijk zijn van visvangst brodeloos dreigen te worden.

Volgens het WNF zijn sinds de Tweede Wereldoorlog grootte en capaciteit van de grote visserijvloten enorm toegenomen. Dat is uitgelokt door overheidssubsidies en nieuwe afzetmarkten voor bevroren vis.

De grote schepen zijn aangewezen op nieuwe visgronden op volle zee, omdat in de jaren zeventig de meeste landen een exclusieve economische zone van 200 mijl hebben ingesteld. De wateren voor de Westafrikaanse kust zijn daarvan een voorbeeld.

De grootste bedreigingen komen van de Russische, Chinese, Japanse vloten en die van de Europese Unie. Samen subsidiëren ze de visserij-industrie jaarlijks met 30 tot 60 miljard gulden, aldus WNF. De Unie spendeerde in 1996 alleen al ruim 600 miljoen gulden aan visserij-akkoorden voor de grote visserijvloten. Dat is de helft van het jaarlijkse visserijbudget.

“Het gaat om het voortbestaan van het leven in onze oceanen. Daarnaast staat de toekomst van miljoen mensen op het spel die afhankelijk zijn van een gezonde visindustrie,”, aldus WNF-medewerker Jikkie Jonkman. Het WNF wil grootte van schepen beperken, een stringenter subsidiebeleid en strikte controle van de naleving van quota.

Het zit het WNF hoog dat weinig bekend is over de omvang van de visstand op volle zee, maar er toch op losgevist wordt. “Met die grote schepen zijn de vangsten gigantisch, maar niemand weet of het teveel is,” aldus Kees Lankester, een consultant van de milieu-organisatie. De Nederlandse sector staat volgens Lankester niet al te slecht bekend. In de rijke viswateren van het West-Afrikaanse land Mauritanië is wel een grote Nederlandse combinatie - 'The Group' - actief. Dat conglomeraat bezit een aantal zeer grote trawlers die veelal maanden onder weg zijn. De deelnemende reders zijn onder andere Jaczon, Parlevliet en Cor Vrolijk. Volgens het WNF vangen die schepen in nog geen maand tijd gemiddeld 3.500 ton vis. Daarbij zit tonijn als bijvangst, een sterk bedreigde vissoort.

The Group doet niets illegaals, bezweert Lankester, want sinds 1996 is er een visserij-overeenkomst tussen de EU en Mauritanië. Het West-Afrikaanse land krijgt 270 miljoen ecu - 594 miljoen gulden - compensatie, uitgesmeerd over vijf jaar. Dat geld wordt echter nauwelijks besteed aan een verduurzaming van de visserij, stelt het WNF.