Jeltsin-clan

Ze worden schaarser, maar bestaan nog wel: de Jeltsin-getrouwen. De adviseurs van de president hangen in diens kielzog aan de macht.

INVLOEDRIJK

Djatsjenko, Tatjana. Dochter van Jeltsin, met grote invloed op de president. 'De enige insider in het Kremlin die Jeltsin niet kan ontslaan.' Wiskundige. Klein en schuw, maar achter de schermen invloedrijk sinds de campagne voor het presidentschap in 1996. Samen met Valentin Joemasjev slaagde zij als campagne-manager erin de vrijwel tot het nulpunt gedaalde populariteit van de president op te krikken. Heeft zich verbonden met de hervormingsgezinde vleugel in de politiek, beschermelinge van Anatoli Tsjoebais met wie ze volgens geruchten relatie had of heeft. Volgens sommige waarnemers de drijvende kracht achter het ontslag van Tsjernomyrdin als premier in maart van dit jaar. Officieel op de loonlijst van het Kremlin als verantwoordelijke voor het imago van president, bestempelt zichzelf als 'gezond-verstand-adviseur' van haar vader. Speelt rol van beschermelinge die Jeltsin afschermt van de buitenwereld.

VERTROUWELING

Joemasjev, Valentin. Chef van Jeltsins staf. Dient als oren en ogen van de president. Macht op de achtergrond: blijft zo onzichtbaar mogelijk, in een milieu waarin iedereen juist dringt om in kielzog van de president in de schijnwerpers te komen. Beslist wat Jeltsin te horen krijgt en wat niet, wie de president te spreken krijgt en wie niet. Benoemd in maart 1997 als opvolger van Anatoli Tsjoebais. Leerde als journalist Jeltsin kennen in de tijd waarin deze door Michail Gorbatsjov uit de partijtop was gegooid. Sindsdien vertrouweling van Jeltsin. Ghostwriter van diens memoires. Geslepen bemiddelaar, die het midden weet te houden tussen ruziënde politici. Verzorgde met Jeltsins dochter de televisiecampagne tijdens de aanloop tot de presidentsverkiezingen van 1996.

GEHAAT

Tsjoebais, Anatoli. Ruslands meest impopulaire politicus, met bijnamen als 'Jeltsins Raspoetin', 'Terminator' en (wegens rode haar) 'Rode Kardinaal'. Econoom en groot organisatorisch talent. Van 1982 tot 1991 hoogleraar, op voorstel van premier Gajdar door Jeltsin in november 1991 benoemd tot minister, belast met de privatisering. In juni 1993 vice-premier, een jaar later zelfs eerste vice-premier, als chef privatisering evenwel weinig succesvol. Werd verweten verantwoordelijk te zijn voor het 'gangster-kapitalisme' dat de oude managers en directeurs van staatsbedrijven in staat stelde zich schaamteloos te verrijken. In 1995 belast met onderhandelingen met het IMF. Door Jeltsin verantwoordelijk gesteld voor slechte uitslag van de regeringspartij Ons Huis is Rusland bij de verkiezingen in december 1995. Trad in januari 1996 af. Werd een maand later al weer door Jeltsin binnengehaald als leider van de herverkiezingscampagne. Oefende steeds meer invloed uit op de president, onder andere via diens dochter Tatjana. In juni 1996 chef van Jeltsins presidentiële staf, bouwde machtspositie uit en werd, zeker toen Jeltsin ziek werd, de grote macht achter de schermen van het Kremlin, met controle over de toegang tot de president. Won confrontatie met Jeltsins toenmalige veiligheidsadviseur Lebed. In maart 1997 eerste vice-premier, belast met financiële zaken. In november 1997 in moeilijkheden door onthulling over een reusachtig honorarium voor een boek. Werd in maart van dit jaar met de hele regering ontslagen. Werd chef van energiegigant EES Rossii en in zomer weer vice-premier, nu onder Kirijenko, tot ontslag van hele regering in augustus. Internationaal geroemd om zijn kwaliteiten, in Rusland gehaat wegens gevoelsarmoe, kilte, pedanterie en intrigeren.