JAT vliegt ondanks verbod EU op Londen

BRUSSEL, 10 SEPT. De Joegoslavische luchtvaartmaatschappij JAT mag nog een jaar lang landen in Groot-Brittannië, ondanks het landingsverbod dat de landen van de Europese Unie afspraken en dat dinsdag van kracht had moeten worden. Groot-Brittannië, dat zegt gebonden te zijn door een bilateraal verdrag uit de jaren vijftig, laat de reguliere JAT-vluchten doorgaan en weigert enkel chartervluchten.

Het landingsverbod is bedoeld als sanctie wegens het optreden in Kosovo. “De lidstaten moeten de sanctie toepassen”, aldus een ambtenaar van de Europese Commissie. “Ze moeten zelf zien hoe ze het uitvoeren en daarna rapporteren aan de Commissie en aan de raad van ministers.” In Nederland, Duitsland, Zweden, Oostenrijk, Italië en Denemarken is het verbod inmiddels van kracht. De luchtvaartdienst in Athene had vandaag nog geen officiële opdracht gekregen JAT-vluchten te weigeren. De Joegoslavische president Miloševic zegde gisteren een ontmoeting af met de Belgische minister van Buitenlandse Zaken Derycke, uit onvrede over het landingsverbod.

De ministers van Buitenlandse Zaken van de EU besloten in juni tot het landingsverbod, maar Londen en Athene verzetten zich wegens hun overeenkomsten met Belgrado, die een opzegtermijn van een jaar hebben. De ministers van Buitenlandse Zaken bereikten afgelopen weekeinde in Salzburg toch overeenstemming over het landingsverbod. Griekenland onthield zich van stemming.

De NAVO heeft alle plannen afgerond voor eventueel optreden in en rond Kosovo. Het gaat volgens een functionaris om “een scala opties” die vallen in drie categorieën: een preventieve troepenmacht in Albanië, het inzetten van luchtmacht en het inzetten van grondtroepen. Tot zover onze correspondent.

De commandant van de NAVO-troepen in Zuid-Europa, admiraal Lopez, zei gisteren in Washington dat de NAVO na een akkoord over een bestand in Kosovo een vredesmacht van mogelijk zelfs 50.000 manschappen zou kunnen legeren. De internationale gezant voor Bosnië, Westendorp, reageerde ontsteld. “Het is heel moeilijk nog eens 50.000 man te sturen naast de 30.000 die we [in Bosnië] hebben. 80.000 man is een beetje te veel. Het wordt dus heel, heel moeilijk, zo niet onmogelijk.” Hij sloot uit dat troepen van de vredesmacht SFOR uit Bosnië naar Kosovo worden gestuurd, omdat SFOR in 1999 en 2000 nog moet toezien op verkiezingen in Bosnië. (Reuters, AP)