HISTORISCHE PARALLEL; Een dreigend verleden

Om de Russische crisis te verklaren, zijn vele historische parallellen getrokken. Waarom ze wel en geen hout snijden.

ZONDAG belde ik een vriend in Moskou. Hij klonk murw. Zijn vrouw ligt met kanker in het ziekenhuis en hij weet niet meer hoe hij de rekening moet betalen. Ze teren nu in op de resten van zijn laatste toernee. In oktober zou hij weer zingen. Als zijn contract niet wordt afgeblazen. En dan? Dan wordt het afzien, zegt hij onzeker. Wie de nieuwe premier van Rusland moet worden? Ik weet het niet meer, zegt Joelik, die zelf in augustus 1991 tijdens de pseudocoup tegen Michail Gorbatsjov in het toenmalige parlement, het Witte Huis, op de bres stond voor Boris Jeltsin en de ontluikende democratie.

Joelik is een democraat in hart en nieren. Hij is er een van de jaren-zestig-generatie, die kwijnde tijdens de verstikkende jaren van de Stagnatie onder Brezjnev, opbloeide door de perestrojka en euforisch was bij de val van het communisme. Joeliks vertrouwen in Jeltsin raakte beschadigd door zijn beschieting van het parlement in 1993, en kreeg een dodelijke knak door het barbaarse Russische optreden in Tsjetsjenië.

“Ik weet het niet”, zegt Joelik behoedzaam, “maar als burger denk ik dat het misschien toch maar het beste is als Loezjkov het wordt. De burgemeester heeft immers veel voor Moskou gedaan.” De burgemeester heeft inmiddels voor de eer van het premierschap bedankt. Hij heeft een lucratievere baan.

Het is tekenend voor de totale verwarring waaraan ook de democratische intelligentsia ten prooi is. Inderdaad, Joeri Loezjkov heeft veel voor Moskou gedaan. De stad is totaal van aanblik veranderd. Dat komt doordat al het zwarte geld dat de laatste tien jaar naar de stad is gestroomd door zijn zakken is gegaan. Een fors deel daarvan investeert hij in publieke werken. Moskou is de meest corrupte stad van Rusland. Met democratie heeft het allemaal niets te maken.

Rusland is geïmplodeerd. De macht ligt weer eens op straat. Wat volgt? De opstand der hongerigen, de dictatuur, het uiteenvallen van het land? Er worden driftig historische parallellen getrokken. En voorbeelden van anarchie zijn in de geschiedenis makkelijk te vinden. De Tijd der Troebelen na de dood van tsaar Boris Godoenov (1605), toen verschillende pretendenten de troon opeisten en de Polen naar Moskou oprukten. De boerenopstanden tegen de lijfeigenschap van Stenka Razin (zeventiende eeuw) en Jemeljan Poegatsjov (achttiende eeuw), de Februari-revolutie en de Oktober-revolutie van 1917, de daarop volgende burgeroorlog en de hongersnood van begin jaren dertig.

De geschiedenis herhaalt zich nooit, maar de mechanismen lijken vaak zo op elkaar. Dit schreef de dichteres Zinaida Hippius op donderdag 2 november 1917 in haar dagboek: “Dit is het einde. Over hoe het is begonnen - met Nicolaas II - verschilt niemand van mening. Over degenen die zijn politiek voortzetten en ondersteunden - de constitutioneel-democraten, de rechtse coalitie in de Doema, enzovoort - heb ik hier al genoeg geschreven. Ik beschuldig hen nergens van. Zij waren blind en handelden als blinden. Iedereen zag dat de steen zou vallen, iedereen behalve zij. Toen de steen eindelijk was gevallen, hadden ze ook nog nauwelijks iets in de gaten, ze begrepen het niet en wilden het niet zien. Vol toewijding heeft Kerenski (premier van de kortstondige Voorlopige Regering, die van februari tot oktober aan de macht was, red.) die steen toen op zijn zwakke schouders genomen. En hij heeft hem gedragen en hem gehouden (alleen!) totdat hij gek werd van het gewicht dat zijn krachten te boven ging en de steen - en niet zonder zijn medewerking - met zijn volle gewicht van een miljoen pond boven op Rusland neerstortte.”

Maar Kerenski is geen Kirijenko, en Jeltsin is Nicolaas II niet. Er zijn zeker parallellen: net als nu had Rusland aan het einde van de Eerste Wereldoorlog een totaal gedemoraliseerd, verpauperd en deserterend leger. Ook de toenmalige Doema was een gebrekkig functionerend parlement, met partijen die nauwelijks meer politieke ervaring hadden dan de partijen van nu als Jabloko (Appel) of Ons Huis is Rusland (met uitzondering natuurlijk van de communisten, die op een kleine eeuw politieke en bestuurservaring kunnen bogen). Ook de ruggengraatloze tsaar liet zich destijds omringen door een kuipende, mystieke en decadente hofhouding en raakte het contact met de werkelijkheid steeds verder kwijt. Ook toen had Rusland een intellectuele elite die verdeeld was in twee elkaar verketterende stromingen - westerlingen en slavofielen. Rusland was een autoritaire staat met een paar democratische kiemen.

Maar talrijk zijn de verschillen. Rusland had aan het begin van de eeuw een kleine industriële klasse, die snel in opmars was. Het huidige Rusland kampt met de mutanten van een communistische ondernemersklasse, die kapitalisme identificeert met uitverkoop van het nationale bezit. Het tsaristische Rusland werd geplaagd door politiek terrorisme, het moderne Rusland door de mafia. De criminaliteit is wereldomspannend geworden. Het oude Rusland was een land van keuterboeren. Nadat de boerenstand door Stalin was uitgeroeid, is inmiddels ook het collectieve boerenbedrijf ter ziele, zodat alle Russen nu noodgedwongen hun eigen keuterboer zijn geworden. Het oude Rusland had geen kernraketten. Het oude Rusland had geen milieuprobleem. Het oude Rusland had geen last van flitskapitaal en globalisering. Het oude Rusland was niet afhankelijk van het IMF of Westerse investeerders. Het oude Rusland kampte niet met een stalinistische erfenis. Het oude Rusland had een primitief, door mensen als Solzjenitsyn verheerlijkt bestuurssysteem, het huidige Rusland worstelt met de rudimenten van een communistisch bestuurssysteem, en met ambtenaren die met de feilen van dat commandosysteem zijn behept.

De identificatie van de Russen met de staat is altijd zwak geweest, maar de corruptie heeft inmiddels zulke proporties aangenomen dat elke gemeenschapszin is uitgeroeid. De uitwassen van het kapitalisme - de kapitaalvlucht, de plundering en verrijking, het gebrek aan verantwoordelijkheidsgevoel - zijn voor de meeste Russen zo pijnlijk voelbaar dat het oorspronkelijke geloof in het redmiddel uit het Westen is verdwenen. Sinds het aantreden van Gorbatsjov is Rusland overstroomd met al dan niet goedbedoelde adviezen van Westerse economen, die in de loop der jaren vaak volstrekt tegenstrijdig waren. Nu eens kreeg men te horen dat de hervormingen niet snel genoeg gingen, dan weer gingen ze juist te snel. Modellen vlogen over en weer, wisselende panacees werden geboden. Nu eens werd de broekriem aangehaald, dan weer liet men alle teugels vieren. Dat heeft de chaos alleen maar groter gemaakt. Het land is bezaaid met wetten, maar niemand voert ze uit, en dus worden er ook geen belastingen geïnd. Nu is de schatkist leeg en de samenleving opnieuw niet maakbaar gebleken.

Zal oktober 1998 net als oktober 1917 de geschiedenis ingaan? De mijnwerkers staken - tien jaar geleden deden ze dat voor het eerst. Dat werd toen als een democratische doorbraak beschouwd. Sindsdien is hun positie alleen maar verslechterd. De mensen staan opnieuw in de rij voor lege schappen en ook dat deden ze tien jaar geleden. En de Lebed-achtigen voorspellen de volksopstand en ook die wordt al jaren aangekondigd.

Wie het weet, mag het zeggen.

In vroeger tijden, toen er nog gelachen werd in Rusland, zei de komiek Michail Zjvanetski: “Soms denk ik weleens dat ze ons land expres in stand houden, als voorbeeld van Zo kun je niet leven”. De komiek is inmiddels dood, maar de Russen moeten verder.