Het GVD-woord

Eind december stond op deze plaats een stukje over de geschiedenis van het woord godverdomme. Tot grofweg 1900 dacht men dat het uitspreken van die vloek een doodzonde was, want daarmee verdoemde je God. Maar na een uitvoerige moraaltheologische en filologische discussie in Nederland en Belgi¨e kwam men tot het inzicht dat godverdomme een verbastering is van God verdoem me. Godverdomme is dus een zelfverwensing: je vervloekt niet God maar jezelf. Men zei ooit: “God verdoem me als ik niet de waarheid spreek”. Vergelijkbare oude eedformules zijn “God verwurg me”, “bloed van Christus verderf me” en “God vermoord me”.

Voor ons lijkt dit alles niet zo relevant, maar indertijd was het een belangrijk item. Het was natuurlijk niet netjes om godverdomme te zeggen, maar het was geen doodzonde en de katholieke kerk rekende het tot haar taak om de gelovigen bij te scholen. Het Belgische episcopaat gaf in 1903 een verklaring uit (“Vele menschen meenen ten onrechte, dat zij door zeker Nederlandsch gezegde de verdoemenis wenschen aan God, terwijl de woorden G.v.d. niets anders bevatten dan een verwensching”) en Nederlandse katholieken werden in de biechtstoel bijgepraat. Dat ging allemaal zo goed dat De Katholieke Encyclopaedie in 1935 kon melden dat dit misverstand algemeen was uitgeroeid.

Althans, onder de katholieken. Aan de Nederlandse protestanten bleek de discussie helemaal voorbij te zijn gegaan. Sterker nog: een telefoontje eind vorig jaar naar de 'Bond tegen het vloeken', opgericht in 1917, leerde dat ze nog nooit van de hele kwestie hadden gehoord. Dat leverde even een pijnlijk moment op. Natuurlijk is de bond tegen het 'gvd-woord', zoals ze daar zeggen, maar hoe zat het nu met de theologische kant van de zaak? Na het nodige ge¨improviseer kwam medewerker Wim Eikelboom tot een bijna jezu¨itisch standpunt: godverdomme kan zowel 'een godslastering' zijn als een verwensing, want dat hangt af van de intentie van degene die het zegt en van de achtergrond van degene die het hoort. “Een SGP'er zal het anders opvatten dan iemand van de RPF”, zei Eikelboom, die overigens benadrukte dat de bond steeds oecumenischer wordt.

Het pleit voor de bond dat men het hier niet bij liet zitten. Het archief werd doorgespit (niets over die discussie te vinden), men nam contact op met verschillende protestantse theologen (bleken van niets te weten) en vervolgens vroeg men om kopie¨en van de bronnen voor dat Achterpagina-stukje.

Nu, deze week, is een nieuwe stap gezet: de bond looft een premie van 2500 gulden uit voor een scriptie over 'De ontwikkeling van de verdoemenis-vloek'. In een oproep aan “alle studenten aan universiteiten en hbo-instellingen” schrijft de bond: “Over de geschiedenis van de meest beruchte vloek in ons taalgebied is relatief weinig bekend. Is het een zelfvervloeking, een verwensing of godslastering? Protestantse en roomskatholieke theologen gaven in de loop van de tijd uiteenlopende interpretaties op de g...-vloek.”

Het is best aardig dat de bond dit doet, maar de vraagstelling is wonderlijk: over de geschiedenis van de meest beruchte vloek in ons taalgebied is juist erg veel bekend, meer dan over enige andere Nederlandse vloek. Er zijn honderden pagina's over volgeschreven. En de vraag “Is het een zelfvervloeking, een verwensing of godslastering” deugt ook niet, maar dit terzijde.

Belangrijker is dat de bond nog verschillende andere suggesties voor onderzoek doet. Zo stelt men de vraag: “Klopt het gezegde: Vloeken als een Hollander?” Nederlanders hebben volgens de bond de reputatie uitzonderlijk veel te vloeken en men wil weten hoe dat zo gekomen is.

Vloeken als een Hollander?! Is dat dan een bekend gezegde? Wim Eikelboom: “In het Engels wel: cursing like a Dutchman. In de bond is dat een gevleugeld woord.” Voor de zekerheid toch nog maar even gekeken in de Oxford English Dictionary, het grootste Engelse woordenboek. Staat het niet in. Gebeld met een Ierse, een Amerikaanse, een Canadese en een Britse collega. Nooit van gehoord. Gezocht in Nederlandse woordenboeken en spreekwoordenverzamelingen: niet te vinden. Nagegaan in de digitale bestanden van Lexis Nexis, waarin vele jaargangen van honderden Engelstalige kranten zijn opgenomen: komt het niet in voor, ook niet als to curse, to swear of swearing like a Dutchman.

Tja. Algemeen bekend lijkt die uitdrukking dus niet te zijn. Klopt het eigenlijk wel dat wij meer vloeken dan anderen? En hebben wij echt internationaal die reputatie? En nog veel belangrijker: de bond telt bijna dertigduizend leden, heeft drie fulltime krachten in dienst en spendeert jaarlijks zo'n acht ton. Is er nu niet eens een student die de diepgang van die stichting wil peilen? De hoofdprijs: een eigen poster op het station.