Gids met wandelingen langs moord-locaties in Amsterdam; Een decor van dode mensen

Wandelingen door moorddadig Amsterdam. Eric Slot. Uitg. Arbeiders Pers. ƒ 34,90. ISBN 90 295 3729 9

Reisgidsen voor slagvelden wekken geen bevreemding. Voor Verdun, de Somme of Ieper zijn legio gidsen voorhanden. Daarmee kan de oorlogstoerist zijn tocht uitstippelen langs kerkhoven, bunkers en loopgraven. Massamoorden worden herdacht, maar individuele moorden mogen worden vergeten, lijkt het. Daaraan heeft Eric Slot, naar een idee van Martin Ros, een eind gemaakt met Wandelingen door Moorddadig Amsterdam, een gids langs huis-, tuin- en keukenmoorden.

Eric Slot las voor zijn 'moordgids' politiedossiers, bezocht het gemeente-archief en sprak met rechercheurs. Hij legde een databank aan van moorden, persoonsgegevens en adressen. Strikt formeel haalt hij moord en doodslag door elkaar, maar zegt hij, 'zo heet dat in de volksmond ook'. Dus staan moorden met voorbedachte rade, criminele liquidaties, uit de hand gelopen dronkemans ruzies, crimes passionnels en noodweer-excessen broederlijk naast elkaar.

Op zes plattegronden, waarvan vijf een NS-station als uitvalsbasis hebben en één van oud-west, staan routes uitgestippeld. De wandelaar wordt geleid langs nondescripte panden, onschuldig ogende pleinen en rustieke grachten. Maar bij elke hoek die de 'moordtoerist' omslaat, weet hij: hier heeft bloed gevloeid.

Natuurlijk zoek je meteen de plekken op waar je hebt gewoond en bingo, 'onze' moord in de Marcantilaan wordt genoemd. Op een nacht in 1990 klom de vleesgeworden nachtmerrie Ondrej R. op het balcon van eenhoog en sloeg de invalide Marie van der Werf met een halve trottoirtegel dood, waarna hij zich aan haar vergreep. Even haalde de buurt opgelucht adem toen de politie een 37-jarige buurman arresteerde. Maar hij had niets met het misdrijf van doen. R., een Slowaak, pleegde in totaal negen moorden voordat hij werd gearresteerd.

Sommige zaken zijn oud, maar intrigeren nog steeds. Zoals de moord op Walter Oettinger in mei 1943. Voor deze moord, cq doodslag, werd de toenmalige 21-jarige elektricien Louis van Gasteren tot vier jaar veroordeeld. Van Gasteren, nu bekend als cineast, zegt dat hij Oettinger 'liquideerde' omdat deze een gevaar zou vormen voor een federatie van illegale verzetsgroepen, de zogeheten Vrije Groepen. Maar, zegt Slot, die federatie ontstond pas september 1944. Slot wijst op nog een paar tegenstrijdigheden in het verhaal van de cineast. Van Gasteren zal dan ook niet echt blij zijn met het hoofdstukje 'Roofmoord, verzetsdaad of roofmoord die verzetsdaad werd'.

Hoeveel moorden er in 'Moorddadig Amsterdam' ook staan, door de keuze van de routes ontbreken er allerlei moorden. Die op crimineel Bennie 'de Pukkel' in 1985 voor de Bijlmer-bajes bijvoorbeeld, of de dubbele moord in de jaren tachtig in de Spuistraat, waarbij een jong stel door Hell's Angels werd vermoord, het meisje na te zijn misbruikt. “Een kwestie van ruimte”, zegt Eric. Hij heeft naar zijn idee voldoende materiaal voor een hele serie boeken over moorden in Amsterdam. Sommige moorden rechtvaardigen een groter verhaal. Misschien dat hij in een later boek alle opzienbarende details zal openbaren over het opsporingswerk in de Hell's Angels-zaak.

Treurig stemt overigens de regelmatig weerkerende constatering dat de moordenaar nooit is veroordeeld. Soms, zoals in het geval van de moord op Karin Maarleveld (1995) door een onbegrijpelijke vrijspraak. Vaak omdat de politie geen enkel spoor wist te vinden.

Na lezing van dit boek is de stad een dierentuin geworden, vol roofdieren en zonder tralies.