Geen bewijs doorvoer drugs justitie Limburg

MAASTRICHT, 10 SEPT. Justitie in Limburg heeft geen ongeoorloofde opsporingsmethoden toegepast om samen met de Duitse autoriteiten een internationale drugsbende op te kunnen rollen. Dit heeft de rechtbank in Maastricht gisteren beslist na beschuldigingen van advocaat Th. Hiddema. Volgens de rechtbank is er onvoldoende bewijs om te kunnen spreken van illegale opsporingsmethoden.

Hiddema, die in deze zaak één van de vier verdachten vertegenwoordigt, stelde in de zitting van drie weken geleden dat politie en justitie in Limburg zich schuldig hebben gemaakt aan de gecontroleerde doorvoer van bijna duizend kilo hasj en 70.000 XTC-pillen. Dat is in strijd met de richtlijnen die zijn opgesteld door de commissie-Van Traa na de parlementaire enquête opsporingsmethodes. De doorlevering gebeurde onder regie van de Duitse autoriteiten, maar de raadsman houdt het er op dat de Nederlandse justitie er van af wist. Hij wees op het wederzijds rechtshulpverzoek. Hiddema overhandigde tijdens de zitting het volledige dossier van de Duitse justitie waaruit onder meer blijkt dat zij op Nederlands grondgebied een van de verdachten afluisterde op een manier zoals die in Nederland niet is toegestaan.

Officier van justitie J. Kolkert wees op het Schengenverdrag, dat uitwisseling van opsporingsinformatie tussen landen toestaat. Onduidelijk is echter of dat ook mag als een methode in het ene land legaal is en in het andere niet. Kolkert vindt dat de Nederlandse justitie geen blaam trof. (ANP)