ECONOMIE; Steenrijk en straatarm tegelijk

Volop goud, volop olie, en toch platzak. De façade van het Russische kapitalisme is volledig afgebrokkeld. Het land zit te springen om geld.

OOSTWAARTS, niet eens zo heel ver hier vandaan, ligt een paradijs. 145 miljoen goed opgeleide inwoners leven er op 17 miljoen vierkante kilometer grond, die zich over twee werelddelen uitstrekt. De kusten grenzen aan een oceaan, een zee, een binnenzee. Goud is er te vinden, zilver, diamanten. Nikkel, koper, aluminium en tal van andere waardevolle metalen. Oerbossen, rijk aan hout voor bouw en export, strekken zich over het noorden, en meer naar het zuiden vinden graan en groenten er de eindeloze en ideale grond. Machtige rivieren slingeren zich door dit landschap, door subtropische, aride, milde en polaire klimaatzones.

En nog is de rijkdom niet beschreven: 48,6 miljard vaten olie moeten er in de grond zitten, zo is al aangetoond. En nog eens 48.140 miljard kubieke meter gas - een derde van de wereldvoorraad. De straatwaarde van alleen al de energievoorraden is, zelfs tegen de lage olieprijzen van nu, rond de 4.400 miljard Amerikaanse dollars - circa 30.000 dollar per inwoner.

De straten zouden geplaveid moeten zijn met goud, de inwoners welvarend. Maar Rusland is platzak. De roebel, die de laatste drie jaar stabiliteit gaf aan de prijzen en een fundament legde onder de economie, is bezweken onder het gewicht van het begrotingstekort, de opgebouwde schuldenlast, de ingestorte banksector, zeven jaar van roofkapitalisme en een algemeen vertrouwensverlies van buitenlandse financiers.

Nu de catastrofale omvang van de crisis langzaam tot het Westen doordringt, dringt zich de vraag op: heeft Rusland nog wel een economie in de moderne zin van het woord, of is sinds de zeven jaar na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie een façade opgebouwd die slechts leek op een markteconomie?

De façade was overtuigend. Rusland toonde de wereld een functionerende staat, een centrale bank, een stabiele munt, een florerende private banksector, geprivatiseerde ondernemingen, een bruisende dienstensector en handelsgeest, een geldmarkt, obligatiemarkt en aandelenbeurs. Het toonde moderne statistieken over zaken als de geldhoeveelheid, het bruto binnenlands product, winst- en verliesrekeningen en balansen van bedrijven.

Met het instorten van de roebel is ook de façade bezweken. Mocht de 'staat' klassiek worden gedefinieerd door zijn vermogen om belastingen te heffen, dan is er op zijn minst sprake van een constitutionele crisis. De centrale bank functioneert nog nauwelijks, en heeft sinds maandag geen president meer. De roebel heeft tweederde van zijn waarde verloren en raakt zijn functie als wettig betaalmiddel in snel tempo kwijt aan harde dollars en ruilhandel. Het gros van de banken bleek meer karakteristieken te vertonen van een beleggingsfonds in staatsschulden dan van een instelling die kredieten verstrekt aan de private sector. En Russische rekeninghouders lijken op de onfortuinlijke Albanezen die twee jaar geleden massaal door piramidefondsen werden opgelicht.

Grote ondernemingen zijn in naam geprivatiseerd, maar in werkelijkheid voor een appel en een ei verkocht, waarna de bij privatisering gebruikelijke herstructurering uitbleef. De dienstensector heeft nauwelijks een productieve basis en bestaat goeddeels uit invoer, groothandel, straathandel, ruilhandel.

De geldmarkt is gesloten, de obligatiemarkt samen met de betalingen op de staatsschuld bevroren. De Russische schuld wordt op dit moment verhandeld tegen een tiende van zijn nominale waarde. De aandelenbeurs is ten opzichte van vorig jaar met 85 procent ingestort. In roebels gerekend - want in dollars is er op dit moment nog maar 3 procent van over.

De façade blijkt ook te gelden voor economische gegevens. Vorig jaar waarschuwde de OESO al voor de ruime foutenmarges waarmee statistieken over Rusland zijn bekleed. De gegevens kunnen daarom niet meer zijn dan een ruwe indicatie. De omvang van de Russische economie, het officiële bruto binnenlands product (bbp), wordt geschat op tussen de 320 miljard en 350 miljard dollar, op basis van 6 roebel per dollar. Daarmee is de Russische economie kleiner dan die van Nederland. Maar nu de roebel is gekelderd, legt Rusland al helemaal geen gewicht meer in de schaal. Tegen een conservatief geschatte roebelkoers van 20 tegen de dollar op dit moment, laat de Russische economie zich wat omvang betreft vergelijken met die van Israel.

Het werkelijke cijfer kan overigens wel hoger zijn. Door de jaren heen zijn de schattingen over de informele, zwarte economie opgelopen van een procent of tien tot ruim een kwart in 1996. Naarmate een groter deel van de bedrijvigheid zich door de crisis en het gebrek aan geld aan het officiële circuit onttrekt, loopt dat percentage verder op.

Het officiële bbp bedraagt op dit moment minder dan tweederde van dat in 1991. Zowel de industriële productie als de landbouwproductie is sinds dat jaar met een derde teruggelopen. Vorig jaar zou het eerste jaar van economische groei zijn geweest, met een kleine procent, maar die telling wordt breed gewantrouwd. De hoop dat 1998 het eerste echte groeijaar zou zijn, is inmiddels vervlogen. Bankanalisten rekenen nu bijvoorbeeld met een verdere krimp van circa 7 procent in zowel 1998 als 1999. Het handelsoverschot, sinds 1991 de kurk waarop Rusland dreef, slaat dit jaar om in een tekort. Tweederde van de export bestaat uit olie, gas en grondstoffen, waarvan de prijs door de Azië-crisis is gekelderd.

Het voorspelt allemaal weinig goeds voor de al tanende welvaart van de Russen zelf. Op een vergelijkende koopkrachtsbasis bedraagt het bbp per hoofd van de bevolking 4.531 dollar en is daarmee vergelijkbaar met dat van Ecuador. In harde dollars, tegen een koers van 6 roebel, is de Russische welvaart met 2.240 dollar per hoofd veel lager, en ligt tussen die van Namibië en Botswana. Tegen een koers van 20 roebel voor de dollar moet eerder worden gedacht aan Papua Nieuw-Guinea.

En dan zijn er nog de staatsfinanciën. Ruslands buitenlandse schuld bedraagt volgens de Bank voor Internationale Betalingen 71 miljard dollar. Maar de totale binnen- en buitenlandse schuld wordt geraamd op circa 200 miljard dollar. Op basis van het financiële plan dat de Doema deze lente goedkeurde, is het begrotingstekort 5 procent van het bbp - toen nog zo'n 17 miljard dollar. De meest conservatieve schatting over de achterstallige betaling van salarissen en pensioenen door de overheid komt op 10 procent van het bbp.

“Een land kan niet failliet”, zei een Amerikaanse bankier over de risico's tijdens de schuldenhausse in Latijns Amerika van twee decennia geleden. Rusland is te vergelijken met de man die een diamantmijn cadeau kreeg, met als enig gereedschap een tandenborstel. Hij is steenrijk en straatarm tegelijk. Ook Rusland kan niet failliet. Rusland is in surseance van betaling, het kan zijn pensioenen niet meer betalen, zijn ambtenaren niet meer, zijn binnen- en buitenlandse crediteuren niet meer en zijn soldaten niet meer.

Het geld kan er op twee manieren komen. Om de bevoren banktegoeden van de bevolking te financieren, de achterstallige salarissen en pensioenen te betalen en het begrotingstekort aan te zuiveren, kan de roebelpers sneller draaien. De massale geldontwaarding die daarvan het gevolg is, werkt dan als een draconische belastingheffing op de bevolking met onvoorstelbare sociale en politieke gevolgen.

Of het Westen kan opnieuw met geld over de brug komen. Rusland heeft op dit moment nog de beschikking over 11 miljard dollar aan deviezenreserves, nadat de laatste IMF-lening van 4,8 miljard dollar met de kapitaalvlucht meevloeide naar buitenlandse bankrekeningen. Het aanvullende steunbedrag dat nodig is zal, zelfs tegen een koers van 20 roebel voor de dollar, de 30 miljard dollar ver overstijgen. Dat vergt vertrouwen in de Russische instituties. En juist dat vertrouwen is, met het wegvallen van de façade van het Russische kapitalisme, volledig verdwenen. 'Structurele hervormingen' zijn de Westerse voorwaarde voor nieuwe financiële steun. Nieuwe steun is een voorwaarde voor die structurele hervormingen.

De grote industrielanden zullen, bij een ingelaste bijeenkomst in Londen, ongetwijfeld hun vertrouwen uitspreken in een goede afloop. Maar een Westerse centrale bankier toont zich onder vier ogen “diep, diep pessimistint”. Intussen wordt het winter in het paradijs.