De Russische adviseur (slot)

De regering van Rusland - of wat daar op het ogenblik voor doorgaat - heeft vorige week een buitenlandse adviseur aangetrokken. Niet de Nederlandse professor Eduard Bomhoff, maar de Argentijnse econoom Domingo Cavallo. Cavallo is een harde monetarist. Toen hij begin jaren negentig minister van Financiën was, heeft hij een einde gemaakt aan de hyperinflatie en de peso gestabiliseerd. Sindsdien gaat het, na decennia van stagnatie, belastingontduiking en een waardeloze munt, goed met de Argentijnse economie.

In Moskou zei Cavallo dat de geldontwaarding onmiddellijk gestopt moet worden, wil Rusland enig perspectief op economisch herstel hebben. Met de roebel in vrije val, dollars op de zwarte markt en ruilhandel als alternatief voor geld wordt het nooit iets. Afgezien van de politieke vraag of stabilisatie op korte termijn zal lukken, is dit een beter advies dan de oproep van professor Bomhoff aan Rusland (20 juni) om de schulden aan buitenlandse bankiers niet te betalen zodat het vrijkomende geld beschikbaar is voor de arme Russen. Toen Rusland dit deed op 17 augustus, stortte niet alleen de roebel in, maar sloeg het hele wereldgeldstelsel op tilt.

In een volgende column (29 augustus) kwam Bomhoff daar met geen woord op terug en pleitte hij voor een autoritair bewind in Rusland om economisch orde op zaken te stellen.

Afgelopen zaterdag schreef Bomhoff ('Gangsterkapitalisme moet eerst weg') weer wat anders. Ten eerste zegt hij al vanaf 1990 te hebben gewezen op de gevaren van het ontbreken van een rechtsstaat voor een gezonde economische ontwikkeling. Ik geloof hem graag. Ten tweede heeft hij het over de verkiezing van een nieuwe president die hard moet optreden om de belastingen te hervormen en de rechtstaat op te bouwen. Gelukkig maar. Ik ben blij dat Bomhoff niet de democratie in Rusland wil afschaffen en afstand neemt van zijn eerdere oproep voor een autoritair bewind. Zou hij wèl voelen voor het plan van waarnemend premier Tsjernomyrdin voor een 'economische dictatuur'? Ik geloof niet in een onderscheid tussen politieke democratie en een vrije markteconomie.

Voor Bomhoff hebben aanpak van het gangsterkapitalisme, belastinghervorming en de vestiging van een rechtsstaat in Rusland prioriteit. Daarmee zal iedereen met gezond verstand het roerend eens zijn. Maar interessanter zijn andere vragen. Waarom is de introductie van een markteconomie in de voormalige commando-economie mislukt? En bestaat er een uitweg uit de huidige misère?

Het Internationaal Monetair Fonds - oneerbiedig gezegd de uitvoerende arm van de Verenigde Staten en Duitsland inzake Rusland - heeft mijns inziens met recht vanaf 1991 financiële steun gegeven aan hervormingsprogramma's. Rusland was - en is - niet alleen een economische, maar ook een militair-politieke uitdaging voor het Westen. Het IMF zal hoe dan ook financieel bij Rusland betrokken blijven.

Toen begin dit jaar onweerlegbaar was dat de hervormingen waren vastgelopen en dat de afgesproken macro-economische hervormingen niet werden nageleefd, besloot het IMF zijn hulp te bevriezen. Dat was rijkelijk laat, maar gerechtvaardigd. Voor het besluit om in juli toch weer met geld over de brug te komen, heb ik dan ook geen begrip.

Ik kan daar slechts twee argumenten voor bedenken: het IMF hoopte dat de onervaren premier Kirijenko er in zou slagen de macht van de oligarchen te breken. Of de Amerikanen wensten president Jeltsin financieel door de zomer te helpen zodat hij begin september Clinton nog in het Kremlin zou kunnen ontvangen. Hoe dan ook, het was weggegooid geld van het IMF.

Het bankroet van Rusland heeft direct te maken met de gekelderde energieprijzen op de wereldmarkt. Net als eind jaren tachtig, toen de ineenstorting van de olieprijzen de Sovjet-Unie onderuit haalde. In de Sovjet-tijd gingen de opbrengsten van de natuurlijke rijkdommen naar de zware en militaire industrieën. De nieuwe Russische rijken, die zich met de privatiseringen meester hebben gemaakt van de energieconglomeraten, gebruiken deze opbrengsten voor opzichtige consumptie van buitenlandse luxe-goederen of voor kapitaalvlucht.

In de zomer van 1998 trad een economisch mechanisme in werking dat slechts kon eindigen in een klassieke crash. Door de dalende olieprijzen kelderden de inkomsten, de uitgaven gingen onverminderd door en Rusland vertoonde een snel oplopend tekort op zijn betalingsbalans. Tegelijkertijd werden begrotingsuitgaven niet gedekt door belastinginkomsten maar door staatsleningen. De schuldenpiramide werd in stand gehouden door dollars uit het buitenland waarmee de roebel op koers werd gehouden. Toen de deviezen opraakten omdat de dollars harder wegstroomden dan ze binnenkwamen, stortte de boel in elkaar.

Nog een opmerking over Vladimir Kvint, die Bomhoff in zijn stukje van 29 augustus introduceerde. Wie is professor Kvint? Een toevallige collega van Bomhoff aan de universiteit van Nijenrode? Nee. Kvint is de auteur van een artikel in het tijdschrift Forbes dat Bomhoff zonder bronvermelding aanhaalde en waaruit hij een aantal zinsneden putte. Kvint is net zoveel 'Ruslandkenner' als Bomhoff 'Nederlandkenner' is, hij is namelijk een Russische econoom afkomstig van de universiteit van Novosibirsk.

De kern van mijn dispuut met Bomhoff is de vraag of Rusland, nu het land opnieuw is weggezakt in het moeras van economische rampspoed, gebaat is bij een hernieuwde poging tot financiële stabilistatie of bij autoritaire ingrepen in de economie. Die zullen neerkomen op de herinvoering van staatscontroles, default op de buitenlandse schuld en het onbeperkt drukken van geld. Hiervoor gaan veel stemmen op in Rusland, kennelijk met Bomhoffs instemming. Maar niet-betaling van buitenlandse schulden betekent dat er voor de 'kleptocraten' nóg meer dollars te stelen vallen en de uiteindelijke prijs van hyperinflatie wordt altijd door het volk betaald.

Zonder een minimum aan vertrouwen in een min of meer stabiele munt, zonder een einde te maken aan de monetaire paniek waardoor spaargeld verdampt en buitenlandse investeerders weggejaagd worden, bestaat er geen bodem voor wat voor economisch perspectief dan ook. Domingo Cavallo, de Argentijnse econoom, weet dat uit eigen ervaring. Het is ook aanzienlijk gecompliceerder dan de aanbevelingen van de professor uit Breukelen.