CRISIS; De draken zijn herrezen

Straathandel, geldautomaten, vakantie aan de Costa Brava - veel nieuwe verworvenheden in Rusland lijken in één klap weggevaagd. 'Back to the USSR.'

BIJNA ALLES wat de Russen sinds de val van het communisme met bloed, zweet en tranen hebben opgebouwd, is in minder dan een maand verdampt. Om wat te noemen: de mogelijkheid van de middenklasse om aan de Costa Brava vakantie te vieren, een rijk assortiment in de winkels, een stabiele roebel, geld uit de muur.

Wie de tijdbalk van de jaren negentig afloopt, komt tot de ontdekking dat alle draken die Sint Joris had gedood de laatste dagen wonderbaarlijk zijn herrezen. Allemaal tegelijk zijn ze tegen de geschiedenis in opstand gekomen. Als het lege schap en de troosteloze rij symbolen zijn van de Sovjet-Unie, dan zou je de crisis kunnen typeren als Back to the USSR. Nog even en de laatste decade van deze eeuw zal in de boeken belanden als 'het vrije-marktintermezzo'.

Op een zwaarbewolkte dag in december 1991 werd geruisloos de Sovjet-vlag boven het Kremlin vervangen door de Russische. Er heerste hyperinflatie en schaarste - een erfenis van het ancien régime. Maar ook was er hoop dat de democratie en de markt de oude wonden zouden helen.

Met een shocktherapie probeerde de regering van premier Jegor Gajdar in vijfhonderd dagen de economie tot leven te wekken. Voor het eerst sinds 1917 stond hij straathandel toe: wie iets aan iemand anders had verkocht, hoefde niet langer de gevangenis in. Daags na het vrijgeven van de handel stond bij de speelgoedwinkel Djetski Mir ('De Wereld van het Kind') een rijtje vrouwen met koopwaar in de ene en het revolutionaire regeringsbesluit in de andere hand. Deze rij van roetsjniki, de handverkopers, zwol aan tot een legioen. Ze werden bevoorraad door een al even grote zwerm van tselnoki, tasjeshandelaren die op en neer reizen naar Polen, Finland, Turkije, China of zelfs Dubai om goedkope spullen in te slaan.

Maar de laatste dagen is de klasse der tselnoki in een klap uitgeroeid, en die der roestjniki gehalveerd. Turkse handelaren in Istanboel weten niet wat hen overkomt: de Russische inkopers van batterijtjes, panty's en tubes tandpasta blijven ineens weg.

De koopvaardijvaart op St. Petersburg en het transport over de weg hadden in de loop van de jaren negentig een enorme vlucht genomen. Ze liggen nu weer vrijwel stil. Van de levensmiddelen in de Russische winkels is 60 procent geïmporteerd, in Moskou zelfs 85 procent. Maar de aanvoerlijnen zijn afgesneden. Het is nog een kwestie van tijd voordat het niveau nul, van 1991, weer is bereikt.

Het terug-naar-af-gevoel is alomtegenwoordig. Reclamezuilen, billboards langs de wegen, hippe spotjes op televisie - het is in Rusland niet ouder dan een jaar of zeven, acht. En het dreigt weer te verdwijnen: Nescafé, L'Oréal en een hele reeks andere merken hebben hun advertentiecampagnes geannuleerd.

De komst van de eerste geldautomaat in Moskou, in 1994, was een regelrechte sensatie. Nu is het een kick om een bankomat te vinden die niet 'buiten gebruik' is. De creditcard, die zelfs bij Sovjet-instellingen als Intourist en Aeroflot ingang had gevonden, wordt nergens meer geaccepteerd. Op menukaarten in restaurants stonden tot 1995 de prijzen aangegeven in “voorlopige rekeneenheden' (dollars), te vermenigvuldigen met de dagelijks wisselende koers van de roebel. Vanaf 1996 was de roebel min of meer stabiel, zodat het bedrag op de prijskaartjes daadwerkelijk de prijs van het product in roebels aangaf. Sinds een paar dagen is de voorlopige rekeneenheid weer terug.

Tot twee keer toe, in 1992 en 1994, verloren de Russen hun spaargeld door de gierende inflatie. De loketten van de Sberbank, waar iedereen met een uitkering een rekening heeft, gingen eenvoudigweg dicht. Toen ze weer open gingen, was de waarde van de tegoeden verdampt. Het duurde tot 1997 voordat de Russen het fenomeen bank überhaupt begonnen te vertrouwen. En helaas, de loketten zijn al weer dicht, de Sberbank keert voorlopig niets meer uit, en er zijn al drie commerciële banken op de fles. Een andere gigant, de bank SBS-Agro, staat op de nominatie te worden genationaliseerd, net als onderdelen van de defensie-industrie.

Het is de omkering ten top: sinds 1991 voltrekt zich de grootste uitverkoop van staatseigendom uit de geschiedenis - zoals de privatisering van de Sovjet-economie wel is omschreven. Maar nog voordat de decade voorbij is, gaat de machinerie in zijn achteruit. Er worden weer wetten geschreven en plannen gemaakt om delen van de economie te nationaliseren. En dan te bedenken dat president Jeltsin het jaar 1998, na zeven magere jaren, had uitgeroepen tot het Jaar van de Economische Groei.

Om met een schone lei te beginnen, had Jeltsin op 1 januari van dit jaar drie overbodig geachte nullen van het roebelbiljet laten schrappen. Een briefje van 500, zo was de gedachte, verspreidt nu eenmaal minder de geur van inflatie dan eentje van 500.000. Het Moskouse Muntpaleis zocht een bestemming voor de zes miljard oude bankbiljetten: hergebruik als isolatiemateriaal in de bouw of als vulling voor matrassen. Bij wijze van proef is vijfhonderd ton bankpapier verwerkt in de sofa's en matrassen van de Vtordrev-meubelfabriek, honderd kilometer ten westen van Moskou. Een mooiere manier om van de boze droom van de geldontwaarding af te komen, leek nauwelijks denkbaar.

Maar het nieuwe 500-roebelbiljet was tot 17 augustus 160 gulden waard, een week later 110, en bij het ter perse gaan van deze krant nog slechts 50 - met de neiging ineen te schrompelen tot twee tientjes of minder. De uitgifte van extra, waardeloos geld was een paar jaar geleden gestopt, maar zal spoedig worden hervat. Nog even en ook de nullen op de roebelbiljetten zijn terug.

Het persbureau Interfax, op 7 september 1998: 'Voor het huidige wettelijke minimumsalaris van 83,49 roebel (die dag: acht gulden dertig) kun je een liter zonnebloemolie, twee blikjes vlees en een brood kopen.' Het had een bericht kunnen zijn uit 1992, aan het begin van Ruslands pijnlijke overgang van een commando- naar een markteconomie.

Wat universitair docente Natalja Ivanovna de afgelopen dagen deed denken aan de Sovjet-tijd, was de terugkeer van de lege boodschappentas. De tas is groot, stevig en opvouwbaar. Alle Russen plachten er een bij zich te hebben, zoals Britten hun paraplu. Je weet maar nooit of je onderweg iets te koop tegenkomt.

De overlevingskunst in Rusland is weer naar het oude plan getild. Iedere Rus is tegelijk ook deeltijdboer, ook al woont hij op een flat in de stad. Hele gezinnen leven op een menu van zelfverbouwde aardappels met ingelegde paprika's en augurken uit de moestuin. September is oogsttijd, en zelfs Slavo, arts, heeft pijn in zijn rug van het aardappels rooien op de datsja van zijn moeder.

Voor protestmarsen is pas tijd als de oogst binnen is en de groenten ingemaakt zijn, vandaar dat de vakbonden pas voor oktober grote nationale stakingen hebben afgekondigd. Al een paar dagen gonst het in Moskou van de vergelijkingen met 1917, de vooravond van de Russische Revolutie. Als dat scenario zich ontrolt, en tsaar Boris door de communisten van zijn Kremlintroon wordt gestoten (waar enkele Westerse investeerders in hun worst case-plannen alvast vanuit gaan), lijkt Rusland niet alleen de jaren negentig nog eens over te moeten doen, maar de hele eeuw.