Bourgondië is om de hoek

Cirque Divers Place Gabriel, Luik/Liège geopend vanaf 16u

Le Colombier de la Roture Rue Roture, Luik/Liège geopend: vanaf 16.00

Toegegeven, Luik heeft niet de meest sympathieke uitstraling. De stad heeft zo'n beetje hetzelfde charisma als Terneuzen, Newcastle of Le Havre: vale, verlopen industriesteden. Te veel grauwe hoogbouw, nuffige parkjes en lawaaierige verkeerspleinen, in de jaren zestig ontsproten aan het technocratisch brein van een Waalse ruimtelijke ordenaar. De gemiddelde Luikenaar had zó Bolmikolke of Klotterbooke kunnen heten.

Dit alles neemt niet weg dat de bewijsstukken van het hoge culinaire besef, dat bij de doorsnee zuiderbuur toch al veel beter is ontwikkeld dan bij 'd'n Ollander', ook in de straten van het 'Palermo aan de Maas' goed vertegenwoordigd zijn. En dan nog: in Palermo kun je ook goed eten.

Luik is bovendien dichterbij dan menigeen denkt: een slordige dertig treinminuten vanuit Maastricht, of een kleine twee rondvaartbootuurtjes vanuit dezelfde stad. Langs de Maasrotsen en heuvellandschap dat hoger is dan elders in de Lage Landen. En het is echt buitenland, op nog geen half uur over de grens!

De beste plek om goed te tafelen is ongetwijfeld de Rue Roture, in de wijk Outre-Meuse. Er zijn vast wel exquiser gelegenheden in de stad, maar het handige van dit antiekige straatje is dat er wel vijftien tentjes zijn verzameld. Variërend van mediterrane eethuizen, bistro's met een typisch Belgische keuken tot een Libanees en een restaurant dat uitsluitend verschillende soorten fondue serveert. Door deze variatie heeft het straatje wel iets van de Brusselse Botermarkt, maar in Luik tiert de toeristische beurzensnijderij nog niet zo welig als in de hoofdstad. De prijzen zijn alleszins redelijk.

De Rue Roture is wel even zoeken. Komend over de loopbrug over de Maas, de Passerelle, is het pal rechtdoor. Bij een kleine rotonde aangekomen is het rechts de 'Rue Puits-en-Sock' in. En dan is het opletten ter rechter zijde, waar zich een klein poortje bevindt. Dat is hem.

Aangezien de vijf in de klok zit - iets waar Belgen niet om malen, want die zitten op elk uur van de dag met een Jupiler voor de neus - kijken we eerst naar een borrelgelegenheid. Die vinden we in de vorm van Cirque Divers, gelegen aan een verbreding van het straatje, dat hierom meteen Place Gabriel heet. Het is een maf, hoog drinklokaal met prenten aan de muur voor achttien jaar en ouder.

Eten doen we in de wat prijziger Colombier de la Roture, gevestigd in een donker Middeleeuws pandje met een ongelijke vloer en een laag plafond. Het moet hier wel goed zijn, want er zitten op deze zaterdagavond veel mensen uit de buurt, vooral opgedofte echtparen van gevorderde leeftijd. Op de tafels damast. Van de duiventil (=le Colombier) is intussen niet veel te merken: zelfs niet op de menukaart. De amuse staat daar uiteraard evenmin op: een enerverende gerookte zalm met Balsamico-azijn.

We kunnen losse gerechten kiezen of uit twee menu's, één van 950 en één van 1350 Belgische frank. Elk van drie gangen. Hoewel het gebodene in deze vaste combi aanlokkelijk is - croustade de Saint-Pierre et ses pointes de asperges, of couronne d'agneau au basilic - nemen we vooraf een sla met spekjes en roquefort en salade folle, met foie gras, kikkerbillen en rivierkreeftjes. Het is dat we al een hoofdgerecht hadden besteld, anders waren we na deze weelderige eerste gang al in de Cirque Divers gaan uitbuiken. Om de smaakpapillen en de verzadigingssensoren weer in de nulstand te zetten, krijgen we een champagne-ijsje. En daar arriveren reeds de 'boeren entrecôte' en de 'tarbotjes met Hollandse garnalen', vergezeld van een Muscadet sur Lie. Heerlijk eten is het, maar de rijkdom van ook deze gang doet vermoeden dat Bourgondië om de hoek ligt.