Bewindman stimuleert commerciële tv

BUSSUM, 10 SEPT. De commerciële televisiezenders moeten een volwaardiger plaats krijgen in het omroepbestel. Dat vindt de nieuwe staatssecretaris voor Mediazaken, R. van der Ploeg.

Op het jaarlijkse Nationaal Omroep Congres hield de bewindsman gisteren een pleidooi voor een 'duaal bestel' dat duidelijk is geïnspireerd door het Britse bestel. Daar worden de commerciële zenders ITV en Channel4 als aanvulling gezien op de publieke BBC.

“Publieke omroep is belangrijk in dit land”, zei Van der Ploeg. “Maar dat geldt ook voor commerciële radio en televisie. Ik zal daarom in mijn beleid beide sectoren evenwichtig behandelen.” Daarmee breekt Paars II met de traditie dat commerciële omroepen door achtereenvolgende kabinetten werden gezien als een soort noodzakelijk kwaad. Eind jaren tachtig nam het huidige RTL4 zijn toevlucht tot een U-bochtconstructie via Luxemburg om op de Nederlandse buis te kunnen komen. Ook de voorganger van Van der Ploeg, A. Nuis, richtte zich nog vooral op de commerciële gevaren die de publieke omroep bedreigden. Maar Van der Ploeg onderschreef gisteren “de kritiek dat de publieke omroep te commercieel programmeert en de reactie van de commerciële omroepen dat zij zeer wel bijdragen aan het kwalitatieve niveau van de Nederlandse samenleving”.

De reacties van de twee hoofdrolspelers in de Nederlandse omroepwereld waren veelzeggend. President-directeur P. Porsius van de Holland Media Groep (RTL4, RTL5 en Veronica) zei eigenlijk “een aubade” te willen brengen aan de nieuwe staatssecretaris, terwijl voorzitter G.J. Wolffensperger van de raad van bestuur van de NOS zich uiterst geprikkeld toonde. Wolffensperger legde de woorden van Van der Ploeg onder het vergrootglas. “De staatssecretaris zei dat hij de commerciële en publieke omroep evenwichtig zal behandelen, in die volgorde!” Volgens de NOS-voorzitter raakt Van der Ploeg aan het wezen van de omroep: “De overheid is met duizenden draden verbonden aan de publieke omroep. Het commitment aan de publieke omroep is toch van een andere orde dan dat bij de commerciële tv.”

Van der Ploeg zei gisteren dat de politiek zich tot dusver voornamelijk heeft beperkt tot maatregelen die de “disfunctionele” kant van de commerciële omroep betreffen, zoals het beperken van tabaksreclame en het geweld op televisie. Van der Ploeg: “Ik wil bezien welke mogelijkheden er zijn om de programmering van de commerciële omroepen interessanter te maken.” Zo wierp hij de mogelijkheid op dat ook commerciële stations gebruik zouden mogen maken van speciale hoogwaardige informatieve en culturele producties. Hij stelt daarbij wel als voorwaarde dat de commerciële stations dan ook een financiële bijdrage leveren aan het Fonds stimulering culturele producties. Verder zei de bewindsman dat hij het “prachtig” zou vinden als er volgend jaar een commerciële radionieuwszender de lucht in zou gaan. Daarvoor hebben zich twee initiatiefnemers bij het ministerie gemeld. “Dat zou de diversiteit van het commerciële radiolandschap ten goede komen en concurrentie brengen op het punt van informatie met de publieke omroep”, aldus Van der Ploeg.

Voor de publieke omroep had de nieuwe staatssecretaris vooral kritische woorden over. De reorganisaties in Hilversum die een verschuiving van invloed van de oude omroepverenigingen naar de nieuwe raad van bestuur hebben laten zien, noemde Van der Ploeg “te weinig, te laat”. De nieuwe concessie-wet die het kabinet aan het voorbereiden is, gaat verder op dat pad van een grotere herkenbaarheid van de afzonderlijke netten.

Van der Ploeg wist zich echter niet los te wringen uit de situatie die in omroepland wel wordt aangeduid als de 'paradox van Nuis'. Van de omroepverenigingen wordt verlangd dat ze steeds nauwer gaan samenwerken, maar tegelijkertijd moeten ze zich onderscheiden om hun bestaan te legitimeren.