Antillianen wachten nog op 'push'

Hoe krijgt de gemeente Amsterdam greep op Antilliaanse probleemjongeren? Wethouder Van der Aa pleitte onlangs voor speciale registratie. In ontmoetingscentrum Otrobanda wordt het langs een andere weg geprobeerd.

AMSTERDAM, 10 SEPT. Dit hulpverleningsproject in Amsterdam-Zuidoost voor Antillianen zou anders worden. Probleemjongeren onttrokken zich altijd aan het zicht van welzijnswerkers en hulpverleners. Maar nu zou mèt hen het ontmoetingscentrum Otrobanda voor oudere jongeren worden opgericht. Tien mannen en vrouwen uit de doelgroep zouden met Melkertbanen beginnen als assistent-beheerder.

Norris Pinas, één van de assistent-beheerders, wil er een jaar na de start niet al te veel over kwijt, maar eerlijk gezegd vindt ze het nog niet zo goed gaan. Een voorbeeld? “Nou eentje dan. De wapendetector bij de ingang hoort 24 uur per dag aan te staan. Maar dat is niet het geval.” En dan daarbij: “Antillianen zijn geen vogeltjes die opgesloten willen zitten.”

Aan de overkant van Otrobanda (Papiaments voor 'de andere kant') bij parkeergarage Kraaiennest hangen elke dag Antilliaanse mannen rond. Af en toe steken ze de weg over naar Otrobanda, maar de echte probleemgevallen - drugsverslaafden en dealers - zie je er zelden. Drugsgebruik is verboden. En ze vertrouwen het niet. Otrobanda werkt samen met de politie.

Als je rondhangende mannen vraagt naar de oorzaak van de problemen met Antillianen, dan zijn die volgens hen eenvoudigweg terug te voeren op het verschil tussen 'binnenmensen' en 'buitenmensen'. Antillianen zijn buitenmensen. Ze spelen buiten, drinken daar een biertje bij en fluiten mooie vrouwen na. Zo zijn ze. Is dat overlast? Mensen uit Europa zijn binnenmensen, vertellen ze. Daarom is de inrichting van hun huizen ook zo mooi. En die binnenmensen schrikken van het gedrag van de buitenmensen. En als de politie Antilianen dan sommeert 'op te rotten', ja, dan kan het wel eens escaleren.

De politie en het stadsdeelbestuur proberen al jaren iets aan de problemen te doen. De Antilliaanse jongeren spreken nog steeds schamper over 'de streep'. Bij een café in de parkeergarage had de politie een witte streep getrokken. Om de overlast binnen de perken te houden, mochten de Antillianen niet voorbij deze streep rondhangen, anders werden ze opgepakt. Het deed de frustratie alleen maar oplopen.

Hoe krijg je een greep op deze voor de Nederlandse overheid ongrijpbare Antillianen? Registreren bij binnenkomst, opperde de Amsterdamse wethouder Van der Aa (minderheden en jeugdzaken). Zo zijn ze later voor de hulpverlening bereikbaar en kun je voorkomen dat ze in het criminele circuit terechtkomen. Van der Aa's uitspraken leidden deze week tot veel politieke verontwaardiging. Discriminatie! Antillianen zijn toch Nederlandse staatsburgers, klonk het van alle kanten. Burgemeester Patijn steunde Van der Aa deze week. “Feit is dat in Amsterdam een groep Antilliaanse jongeren rondloopt die we in het geheel niet bereiken. In het belang van deze jongeren moeten we op een of andere manier met hen in contact te komen.” En dan moet je volgens Patijn “zo nu en dan proberen een probleem onder woorden te brengen”.

Want hoe was het afgelopen met de alarmerende opmerkingen over Antilliaanse jongeren die de toenmalige korpschef Nordholt begin jaren negentig maakte? Patijn: “Het is even een paar maanden nieuws, maar dan zakken oplossingen weer weg in het moeras van de brede maatschappelijke discussie. Wij moeten iets doen, omdat we deze jongeren anders alleen tegenkomen in politiecellen.”

We moeten iets doen, was ook al de overtuiging van welzijnsorganisatie BZO ruim een jaar geleden. Maar het viel de Antilliaanse oprichter en voormalig projectleider Ostrid Servinus van Otrobanda al niet mee om 'teambuilding' met de drie vrouwen en zeven mannen uit de doelgroep tot stand te brengen. Staand voor een flip-over had hij het probleem uitgelegd. Op een vel had hij horizontale strepen getrokken. Op de bovenste streep schreef hij 'baas', op de onderste 'onderdaan'. Dat was het model waarin de buitenmensen dachten. “Ze willen een baas”, zei Servinus, “ze willen van mij horen wat er moet gebeuren, anders doen ze niets.” En ze moesten dus toe naar een model met verticale strepen. Maar na zes weken met de jongeren te hebben gewerkt, vroeg Servinus zich af: “Willen ze dat model wel?” Uiteindelijk heeft hij toch een basis kunnen leggen, zegt hij nu.

“We zijn nog steeds niet één”, zegt assistent-beheerder Pinas. Het beheer in Otrobanda gaat wel goed. “Maar iedere avond bier zitten drinken is toch niets.” De assistent-beheerders hebben volgens haar nog te weinig inbreng. “We zetten er geen push achter. We zitten op hun te wachten”. Met 'hun' bedoelt ze de stuurgroep die voor Otrobanda is opgericht met vertegenwoordigers van het stadsdeel, BZO en politie. “Daarmee zouden we iedere twee maanden vergaderen. Maar er is nog maar één vergadering geweest.” Sinds een paar maanden is Servinus opgevolgd door Beverly Gibbs. Pinas heeft wel vertrouwen in haar. “Zij heeft goede ideeën. Ze wil snel beginnen met een computercursus.”

“Het gaat niet vanzelf. We hebben fouten gemaakt”, zegt BZO-medewerker J. Verhoog. “We wisten ook niet waar we aan begonnen.” Er is nog niet veel terechtgekomen van het begeleiden van de doelgroep bij het vinden van een baan, erkent hij. En in het ontmoetingscentrum zelf gebeurt 's avonds niet veel meer dan domino spelen en bier drinken. Cursussen Nederlands hadden eigenlijk al lang begonnen moeten zijn. “Ze roepen gemakkelijk wat ze willen, bijvoorbeeld meer sport. Maar of ze het echt willen en zich er voor willen inzetten, is dan nog maar de vraag.” Het organisatietalent van de Antillianen is wel groot, zegt Verhoog. “Als ze willen krijgen ze veel voor elkaar. Kijk maar naar de hossel-cultuur - mensen komen zonder baan en uitkering toch op allerlei manieren aan hun inkomsten.” Otrobanda is eigenlijk nog maar net begonnen, zegt hij. “Geef ons een kans.”