Topambtenaar soms meer dan louter boodschapper

Van tijd tot tijd laten topambtenaren in woord en geschrift blijken dat zij ook zelf opvattingen hebben over het beleid. Dat valt niet altijd in goede aarde.

DEN HAAG, 9 SEPT. Is de topambtenaar de boodschapper van zijn minister? Deze vraag was gistermiddag aan de orde in de Tweede Kamer naar aanleiding van de sombere boodschap van Sweder van Wijnbergen, secretaris-generaal van Economische Zaken, over de Nederlandse economie.

Nee, vindt de hoogste ambtenaar van EZ zelf.

Van Wijnbergen had dit weekeinde in het PvdA-vlugschrift de economische uitgangspunten van het nieuwe kabinet-Kok “niet behoedzaam genoeg” genoemd en aangedrongen op een snellere verlaging van het tekort.

Gevraagd of hij zijn uitlatingen eerst had voorgelegd aan zijn minister, Jorritsma, antwoordde: “Nee. Ik ben natuurlijk niet haar boodschapper.”

Ja, dat is hij wel, vindt de Tweede Kamer, waar het Kamerlid Rabbae (GroenLinks) premier Kok, Jorritsma en haar collega Zalm (Financiën) had laten verschijnen. Kamerlid Schutte (GPV), die geldt als het staatsrechtelijk geweten van de Kamer, zei: “Ambtenaren zijn uitvoerders van het beleid. Ambtenaren zijn natuurlijk wel de boodschappers van de minister.” Jorritsma was dit met hem eens: “De uitspraak van Van Wijnbergen was op dit punt niet correct.”

Ambtenaren worden geacht het beleid loyaal uit voeren en hun uitspraken vallen onder de verantwoordelijkheid van de minister. Desondanks nemen met name hogere ambtenaren wel eens de vrijheid om hun visie weer te geven op het bestaande of te voeren beleid.

Maar Van Wijnbergen had dat eerst binnenskamers moeten doen, vond Zalm. “Van Wijnbergen had zijn zorgen kenbaar kunnen maken aan de topambtenaren in de Centraal Economische Commissie, de CEC. Dan had hij die nog kunnen voorleggen aan de Raad voor Economische Aangelegenheden. Een vlugschrift is niet het medium om zich te wenden tot het kabinet.”

Volgens Rabbae heeft Van Wijnbergen nu met zijn publieke uitspraken verwarring gezaaid. “Blijkbaar leven in de boezem van het ambtelijk apparaat twijfels over het regeerakkoord. De burger vraagt zich af wie gelijk heeft, het kabinet of de hoogste ambtenaar van Economische Zaken.”

Premier Kok had de uitlatingen van Van Wijnbergen over het financieringstekort in elk geval niet ervaren als “steun voor het kabinetsbeleid.”

Met een “wijziging van enkele zinnen” had dit wel zo kunnen zijn, meende minister Jorritsma. “Namelijk als Van Wijnbergen had gezegd, dat we de problemen onderkennen, dat we vooral moeten doen wat is afgesproken en dat we ons houden aan de harde afspraken over de bezuinigingen”, gaf Jorritsma aan.

De Tweede Kamer spreekt wel vaker over de vrijheid van ambtenaren om zich publiekelijk uit te laten over het beleid. Dat gebeurde onlangs nog toen procureur-generaal D. Steenhuis had gesuggereerd dat de maximumsnelheid op sommige autosnelwegen wel naar 140 kilometer per uur zou kunnen. En de Kamer wijdde ook een debat aan het laatste, traditionele nieuwjaarsartikel van Van Wijnbergen, waarin deze voorstelde de fiscale aftrek voor pensioenen te beperken.

Het Kamerlid Te Veldhuis (VVD) refereerde gisteren aan deze gevallen: “Met deze meneer is eerder hetzelfde gebeurd. En dan hebben we ook nog die procureur-generaal gehad. Sommige topambtenaren permitteren zich te veel vrijheid van meningsuiting. Het kabinet moet paal en perk stellen aan deze vorm van eigenrichting.”

Zo ver gaat minister Jorritsma niet met haar sg. Maar Van Wijnbergen moet haar voortaan wel van tevoren melden wat hij van plan is publiekelijk te openbaren.

Of Van Wijnbergen kan doorgaan met het schrijven van het traditionele nieuwjaarsartikel in het economenblad ESB, daarover liet Jorritsma zich niet eenduidig uit. “Wat dit betekent voor het nieuwjaarsartikel weet ik nog niet.”