Richting Doema

VOOR HET EERST in zeven jaar laat Boris Jeltsin zichzelf in de steek. Ooit was hij een groot crisismanager. Als het spannend werd, ging hij op een tank staan om het volk toe te spreken, bombardeerde hij het parlement als dat nodig leek of verkocht hij het staatsbezit teneinde de communisten de pas af te snijden.

Maar nu draalt Boris Jeltsin. Zijn trouwe kompaan Viktor Tsjernomyrdin is maandag door de volksvertegenwoordiging als premier afgewezen. Sindsdien heeft de president, residerend in de oude datsja waar Lenin is overleden, niets van zich laten horen. Pas vandaag heeft hij gesproken met Tsjernomyrdin en minister van Buitenlandse Zaken Primakov.

Het gebrek aan daadkracht van Jeltsin kan op twee ontwikkelingen wijzen. Of de president is bezig met een sluw scenario, waarbij hij als een heuse grootmeester elke zet op het schaakbord vantevoren reeds heeft ingecalculeerd. Of hij is het spoor bijster en is zelfs niet meer in staat te improviseren.

De laatste variant ligt meer voor de hand dan de eerste. De gebeurtenissen sinds het begin van de crisis op woensdag 12 augustus (de dag dat de Staatsbank de valutahandel van de commerciële banken aan banden legde) wijzen namelijk eerder in de richting van chaos in het Kremlin dan van een presidentieel plan. Het lijkt er op dat Jeltsin niet alleen geïsoleerd is geraakt ten opzichte van de maatschappij, maar ook in eigen kring. De ene na de andere potentiële premier (zoals burgemeester Loezjkov van Moskou en senaatsvoorzitter Strojev) laat publiek weten liever niet meer onder deze president te dienen. Zijn adviseurs binnen het Kremlin wekken bovendien de indruk vooral met elkaar ruzie te maken. De confrontatie met het parlement durft Jeltsin in ieder geval (nog) niet aan, hetgeen op zichzelf al een nieuw fenomeen is in het Kremlin, dat zich tot nu juist had laten kennen door zijn diepe minachting voor de volksvertegenwoordiging.

DE GEVOLGEN VAN DEZE impasse zijn immens. De economie in Rusland is nu al weken in een ongecontroleerde neergang verzeild geraakt. En niemand die zich de moeite geeft om deze spiraal een halt toe te roepen. Het politieke klimaat op zijn beurt begint steeds rauwere trekken te vertonen. Links en rechts wordt er geflirt met de straat en een beroep gedaan op het patriottisme van het leger. Zelfs naar het revolutionaire jaar 1917 wordt her en der al verwezen. Die historische analogie is minder hysterisch dan ze op het eerste gezicht lijkt. De verschillen zijn evident. Het Russische leger heeft nu geen wereldoorlog verloren - hooguit heeft de oligarchie in financiële zin het onderspit gedolven - en er zijn geen bolsjevieken meer voorhanden voor een machtsgreep. Maar er is ook een parallel waarneembaar. Ook in 1917 was er een machteloze regering en een tandeloze Doema die weigerden een consensus te zoeken en daarom de dubbele macht van Lenin alleen maar stimuleerden. Het is geen toeval dat vooral generaal Lebed, die Jeltsin vanmorgen openlijk heeft opgeroepen af te treden, als een der eersten naar 1917 heeft verwezen.

DE PARADOX HIERVAN is dat juist nu president Jeltsin doortastend zou moeten optreden. Hij kan namelijk maar één ding doen. Hij zou zijn antiparlementaire gemoed moeten overwinnen en de straat oversteken richting Doema, in de hoop daar overeenstemming te bereiken over een gezamenlijke kandidaat voor het premierschap. Dat hij daarmee toegeeft dat hij als president aan het einde van zijn Latijn is, moet hij dan maar op de koop toe nemen.

Juist omdat de Russische economie onherstelbaar is beschadigd en de sanering daarvan zeker jaren zal duren, is een compromis geboden. Helaas moet daaraan onmiddellijk worden toegevoegd dat de Russische politieke cultuur daartoe a priori niet in staat is. De politieke strijd zal waarschijnlijk eerst nog danig oplaaien voordat de politici zich realiseren dat hun kiezers moeten opdraaien voor de schuldenlast van zeven jaar Jeltsin.