Pelikaan van Strindberg ontpopt zich als een geforceerde vampier

Voorstelling: De pelikaan van August Strindberg door Noord Nederlands Toneel. Vertaling: Karst Woudstra; regie: Peter Eversteyn; decor: Catharina Scholten; spel: Fabiënne Meershoek, Emmanuelle Maridjan-Koop, Caroline Rochlitz, Dennis Költgen, Frank Lammers. Gezien: 6/9 De Machinefabriek Groningen, daar t/m 26/9. Inl. (050) 311 33 88.

De personages in De pelikaan van August Strindberg leven in een spookhuis. Catharina Scholten ontwierp voor het Noord Nederlands Toneel een modern troosteloos huiskamerdecor waarin de ramen zwarte gaten zijn of worden beschenen door een vals groen licht. Er zijn zes deuren, achter iedere deur kan zich een geest schuilhouden - de bewoners van het huis schrikken op bij ieder vermeend gerucht.

Het gevoel van dreigend onheil wordt versterkt door op de achterwand geprojecteerde zwart-wit beelden van kraaien in kale bomen. Hun naargeestig gekras vermengt zich met het geluid van ruisende regen. In de eerste minuten van de voorstelling tonen de beelden op de muur een onbedaarlijk snikkende vrouw.

Wat is hier gaande? Gek genoeg blijft het antwoord versluierd: Strindberg stipt in drie korte bedrijven slechts de contouren aan van een familiedrama waarin het spook van het verleden de figuren achtervolgt. Vast staat dat de vader van het door Strindberg ten tonele gevoerde gezin zojuist is overleden. Er is een vermoeden van een ongelukkig huwelijk. De weduwe lijkt het slachtoffer maar gaandeweg blijkt haar rol in de tragedie veel kwalijker dan gedacht. Zij die aanvankelijk de pelikaan uit de titel van het stuk symboliseert - de vogel die haar jongen voedt met haar eigen bloed - ontpopt zich als een vampier die haar man en twee kinderen leegzuigt en het intussen aanlegt met haar schoonzoon. De alcoholische zoon doorziet de situatie en ziet in zijn wanhoop geen andere uitweg dan het huis in brand te steken en met zijn zuster de vlammen af te wachten. Alleen door zelfvernietiging is een nieuw begin mogelijk.

Vanwegen de gecomprimeerde vorm van het stuk waarin thematiek en sfeer belangrijker zijn dan een uitgewerkte intrige legde Strindberg een relatie met kamermuziek en gaf hij zijn toneeltekst de ondertitel opus 4. De pelikaan is de laatste van de vier zogenaamde kamerspelen die hij in 1907 schreef voor het pas opgerichte Intieme Theater in Stockholm, een experimenteel theater waar het publiek dicht op de huid van de spelers zat.

De pelikaan is een stuk dat vraagt om intimiteit, alleen daarmee is de verstikkende sfeer ervan op te roepen. In de voorstellling die Peter Eversteyn bij het Noord Nederlands Toneel heeft geregisseerd heb ik die beklemming niet gevoeld. Zijn regie is te grof, te veel buitenkant en effectbejag. Dat bezwaar geldt ook het spel van de vijf acteurs die ik geen van alle echt overtuigend vond. Hun spel is te bestudeerd en met hun vaak heftige reacties overschreeuwen ze zichzelf.

Vooral Fabiënne Meershoek zet haar rol van de moeder te dik aan; haar fel emotionele uithalen doen geforceerd aan. Zodra ze de schijn van zelfverzekerde kalmte weet op te houden groeit ze in haar rol en ontstaat er een spanning tussen de moeder en de overige gezinsleden die de geladenheid van het stuk ten goede komt.