Misdaadfilms naar Chandler en Elmore Leonard

VENETIë, 9 SEPT. De meest curieuze winnaar van een Gouden Leeuw was in 1990 Tom Stoppard, voor Rosencrantz and Guildenstern Are Dead, de enige regie van de toneelschrijver en scenarist tot nu toe. Dit jaar is hij terug op het festival van Venetië als scenarioschrijver van Poodle Springs, een film van Bob Rafelson naar de postuum door Robert S. Parker voltooide laatste roman van Raymond Chandler (1888-1959).

De film speelt zich af in 1963, in de weken voorafgaand aan de moord op president Kennedy, het einde van een tijdperk, maar een mijlpaal die Chandler zelf niet meer heeft meegemaakt. Art direction en kostuums wijken nauwelijks af van een film noir uit de jaren veertig, aangevuld met anachronismen als een autotelefoon, een elektrische tandenborstel en een bar met topless danseressen. Privé-detective Philip Marlowe (James Caan) is een oudere man geworden, die net drie dagen getrouwd is met een veel jongere, rijke dame. Mede daardoor dreigt Marlowe deel uit te gaan maken van zo'n Zuid-Californisch netwerk van corruptie en machtsmisbruik, waar hij zijn leven lang tegenaan heeft geschuurd. Caan is erg goed als een bittere en vermoeide Marlowe, maar Rafelson wist slecht raad met Stoppards slimme ondermijning van de conventies van het genre en besloot er dus maar een gewone, amusante film noir van te maken.

De veredelde pulpliteratuur van Elmore Leonard doet het bijna altijd goed op film. Op Tarantino's Jackie Brown na was Get Shorty tot nu toe de aardigste verfilming. Dezelfde scenarist (Scott Frank) en dezelfde producent leverden nu het materiaal voor de film naar Leonards Out of Sight, geregisseerd door Steven Soderbergh. Na de Gouden Palm voor zijn debuut sex, lies and videotape (1989) heeft Soderbergh nooit meer zo'n bevredigende film gemaakt als Out of Sight, een bizarre love story van een bankrover (George Clooney) en een politieagente (Jennifer Lopez). De geestig geconstrueerde en met vaart en charme geregisseerde film zit vol Leonardiaanse absurditeiten, bevat onvermelde gastrolletjes van Michael Keaton en Samuel L. Jackson en is alleen al wegens het ontspannen charisma van Clooney een geheide kassakraker.

Nog meer dan Rafelson en Soderbergh is Abel Ferrara een marginale Amerikaanse regisseur, die pas serieus genomen werd na een retrospectief op het International Filmfestival Rotterdam. Tegen de gewoonte in bevat Ferrara's laatste film New Rose Hotel nauwelijks expliciet geweld. Zelfs de verleiding door Asia Argento van een Japanse uitvinder in opdracht van de industriële spionnen Christopher Walken en Willem Dafoe geschiedt grotendeels buiten beeld. Wel wordt er heel veel gepraat in deze merkwaardige, bijna experimenteel vormgegeven film, met een lijzige en repetitieve toon, herinnerend aan de muziek van Velvet Underground. New Rose Hotel roept frustraties op bij de kijker, maar blijft lang nazeuren in je hoofd, als een potentiële cultfilm.