Mengeling van warm exotisme en correct medelijden

Gadjo dilo. Regie: Tony Gatlif. Met: Romain Duris, Rona Hartner, Izidor Serban, Ovidiu Balan. In 12 theaters.

Waar ter wereld Gadjo dilo van Tony Gatlif ook vertoond wordt, reageert het publiek enthousiast en tevreden.

In Locarno 1997 won Rona Hartner de prijs voor beste actrice en kreeg de film de publieksprijs, op de laatste dag van het festival van Rotterdam werd Gadjo dilo voor dezelfde onderscheiding op de laatste dag net gepasseerd door De Poolse bruid.

Die waardering heeft waarschijnlijk te maken met 'een goed gevoel' dat veel mensen aan de film overhouden: een mengeling van warm exotisme en politiek-correct medelijden met het lot van de Roemeense zigeuners. Muziek speelt een grote rol in het succes van films als Gadjo dilo: er wordt gezongen, gespeeld en gedanst dat de stukken er vanaf vliegen. Maar een goede film is Gadjo dilo niet, integendeel.

De Franse zigeuner Tony Gatlif maakt al sinds zijn ook in Nederland vertoonde debuut Les princes (1982) uitsluitend films over zijn eigen volk. In Gadjo dilo (dat betekent in de Roma-taal: 'gekke vreemdeling') komt een Franse jongeman op een winterse dag een zigeunerdorp in Walachije binnengelopen, gewapend met een cassetterecorder, om de liederen van ene Nora Luca te registreren. Eerst moet hij het op een drinken zetten met een oude zatladder, die zich de volgende dag ontpopt tot hoofd van de clan en muzikaal genie. Langzaam overwint de vreemdeling de angst en de xenofobie van de gekwelde zigeuners en krijgt zelfs iets moois met de zigeunerin met de felste ogen en het grootste temperament. De zoon van het clanhoofd komt aan het slot van de film terug uit de gevangenis en gaat de confrontatie aan met de Roemenen uit het naburige dorp die hem verraden hebben. Dat leidt tot een ware pogrom en het verjagen van de zigeuners naar een andere plek, waar hen ongetwijfeld hetzelfde lot te wachten staat. Uit bitterheid vernietigt de vreemdeling al zijn cassettebandjes en begraaft ze in de aarde, waar een zigeuner maar niet in lijkt te mogen wortelen.

Hoe authentiek en ongeromantiseerd de blik van Gatlif op de Roma ook moge zijn, toch is Gadjo dilo een film vol clichés, compleet met huilende zigeunerkinderen, woeste dansen op blote voeten en een wagen met, zoals de ondertitels ons leren, uitsluitend schuttingtaal bezigende zigeunerinnen. Het zal wel een kwestie van smaak zijn, dat ik daar niets aan vind.