Laat zien, die geschiedenis!

Haast u! Nog slechts enkele weken heeft u de unieke kans in het Haagse Mauritshuis de geboorteakte van onze staat, het verdrag van de Vrede van Munster uit 1648, te zien. Tot 11 oktober wordt dit beroemde document tentoongesteld. Daarna gaat het onherroepelijk terug in het depot van het Algemeen Rijksarchief te 's-Gravenhage. Ook het schitterende roodfluwelen kistje met zilveren beslag dat de Spanjaarden ons schonken om het verdrag in te bewaren verdwijnt weer in de duisternis van het archief. Tot een volgende herdenking in 2048 bij het 400-jarig jubileum.

Hoe armzalig! Waarom mogen wij Nederlanders dit document, een onbetwist hoogtepunt uit onze geschiedenis, niet altijd zien? Waarom wordt het niet permanent uitgestald? Het is in ons land toch al belabberd gesteld met de kennis van ons verleden. 'Alva? Wie is dat?' vroeg mijn zwager, een 35-jarige doctorandus. Ik keek er niet eens vreemd van op, want met de invoering van de Mammoetwet is geschiedenis als verplicht vak in de hoogste klassen van de middelbare school afgeschaft. Het gevolg is dat er volksstammen rondlopen die nog nooit van Bonifatius, de Tachtigjarige oorlog of de Vrede van Nijmegen gehoord hebben. Dat is niet alleen om te huilen, het is ook om ons diep over te schamen.

'In het buitenland vinden ze ons gewoon geschift', zeiden treurige historici daarover in deze krant. En het zal nog erger worden, want in het nieuwe Studiehuis zal de nadruk op vaardigheden komen te liggen ('hoe zoek ik het op?') en minder op parate kennis.

Een 'tegendraadse actie' kwam kortgeleden van Frits van Oostrom, hoogleraar Nederlandse letterkunde. In de onder zijn redactie verschenen bundel Historisch tableau wordt met behulp van oude en nieuwe schoolplaten de achtergrond verteld van 28 belangrijke momenten in de vaderlandse geschiedenis. 'Het samenspel van een pakkende plaat plus een geïnspireerd verhaal is', aldus Van Oostrom, 'nog altijd een gouden formule om de geschiedenis te laten spreken.'

Ik noem graag nóg een manier om de geschiedenis te laten spreken: door haar daadwerkelijk te laten zien. En wel door originele documenten die hoogtepunten uit ons vaderlands verleden betreffen in een permanente expositie onder te brengen in plaats van te begraven in archiefdepots. Het Plakkaat van Verlatinghe (1581) bijvoorbeeld, waarin de Staten-Generaal koning Filips II afzweren. Dit voor die tijd staatsrechtelijk zeer vergaande document heeft grote invloed gehad op de 200 jaar later opgestelde Declaration of Independence (1776) van de Verenigde Staten en de Déclaration des droits de l'homme et du citoyen (1789) in Frankrijk. Daar kunnen we trots op zijn.

Andere archiefschatten zijn traktaten van belangrijke in Nederland gesloten vredes zoals die van Nijmegen (1678), Rijswijk (1607) en Utrecht (1713). Uit de negentiende eeuw zijn te noemen de beroemde Proclamatie (1813) waarmee het Driemanschap Van Hogendorp, Van der Duyn van Maasdam en Van Limburg Stirum het voorlopig algemeen bestuur van ons land op zich nam, en de nieuwe Grondwet van Thorbecke (1848).

Toevallig is het Rijksarchief op dit moment bezig met een interne verbouwing. Verder is er na de aankoop van het Mondriaan-schilderij nog 30 miljoen gulden over van de 110 miljoen die De Nederlandsche Bank geschonken heeft ten behoeve van ons cultuurbezit. Eén miljoen is dunkt mij voor verwerkelijking van dit plan wel voldoende. Dus wat let ons? Aan de slag!