In rijke landen leeft 7 tot 17 procent in armoede

DEN HAAG, 9 SEPT. In de Westerse industrielanden leeft 7 tot 17 procent van de bevolking in armoede. Het percentage is in de Verenigde Staten het hoogst: 16,8 procent. In Zweden is de situatie het gunstigst (6,8 procent); Nederland neemt de tweede plaats in (8,2 procent).

Dit blijkt uit het vandaag door het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties (UNDP) gepresenteerde Human Development Report, waarin dit jaar de consumptie centraal staat. Voornaamste auteur van het rapport is de Brit Richard Jolly, tevens adviseur van het UNDP. “Ondanks de economische groei bestaat er wel degelijk armoede in de rijkste landen ter wereld”, zegt Jolly.

Het UNDP komt dit jaar voor het eerst met de armoede-index voor de 'Eerste Wereld'. De rangorde is gebaseerd op vier maatstaven: het aantal mensen dat niet ouder wordt dan zestig, het percentage dat nauwelijks kan lezen en schrijven, het aantal dat minder verdient dan de helft van het gemiddelde inkomen en sociale uitsluiting (langer dan een jaar werkloos).

Opvallend is dat Canada (al jaren nummer 1 op de wereldranglijst van het UNDP voor 'menselijke ontwikkeling') in de armoede-index op de tiende plaats belandt. En de VS, die naar bruto binnenlands product per inwoner het hoogst scoren, moeten hier genoegen nemen met een laatste plaats. “Een bewijs dat economische groei en menselijke ontwikkeling niet automatisch hand in hand gaan”, aldus Jolly.

De totale wereldconsumptie bereikte dit jaar een recordhoogte van bijna 50 triljoen gulden; een verzesvervoudiging sinds 1950. Eenvijfde van de wereldbevolking, de rijkste twintig procent, neemt meer dan 85 procent van alle uitgaven voor zijn rekening. En een kind dat in Canada geboren wordt, zal tijdens zijn of haar leven 50 maal zo veel consumeren en vervuilen als een generatiegenoot in bijvoorbeeld Mozambique.

Op de Human Development Index - die tot stand komt op basis van drie criteria: levensverwachting, kennis- en opleidingsniveau en levensstandaard - vormen Canada, Noorwegen en Frankrijk de top drie. Nederland staat op een zevende plaats. Hekkensluiter, op nummer 174, is Sierra Leone. Een grote economische groei betekent niet automatisch een hoge positie. Zo staat het olieland Saoedi-Arabië op de 70e plaats, nog na bijvoorbeeld Bulgarije en Wit-Rusland. Dit wordt grotendeels veroorzaakt door het relatief hoge percentage analfabeten en het gemiddeld lage kennisniveau.

“Overvloedige consumptie is geen misdaad”, zegt Jolly over het buitensporige aandeel van het Westen in de wereldconsumptie. Hoewel de explosieve comsumptie de afgelopen eeuw volgens hem heeft bijgedragen aan de menselijke ontwikkeling - het is zelfs “de levensader” voor de menselijke ontwikkeling - is deze groei grotendeels voorbijgegaan aan het arme deel van de wereld. Een miljard mensen had bijna niets te besteden, en nog eens anderhalf miljard consumeerde te weinig (4 gulden per dag). De toenemende consumptie heeft bovendien nadelige effecten op het milieu.

Jolly bestrijdt de oplossing die door vele milieudeskundigen aangedragen wordt: terugbrengen van de consumptie. Dit is volgens hem geen noodzaak omdat bestedingen in beginsel positief zijn. “Er moet juist meer geconsumeerd worden, bij de armen tenminste.”

In de Eerste Wereld hoeft de besteding niet teruggedrongen te worden (“dat lukt toch niet”), maar daar moet het consumptiepatroon veranderen. Het moet vooral gericht zijn op duurzaamheid, zodat het milieu niet langer schade ondervindt. Om dit te realiseren is informatie nodig, het bevorderen van technologische vooruitgang en het uitbannen van marktverstorende elementen, zoals sommige subsidies. Jolly: “Deze laatste zijn wereldwijd een kostenpost van rond de 800 miljard dollar per jaar. Dit komt er in feite op neer dat de overheid op indirecte wijze geld pompt in de milieuvervuiling en de vernietiging van de aarde.”

Het geld dat zo zou vrijkomen, kan volgens het rapport op een milieuvriendelijker manier geïnvesteerd worden. Gebeurt dit niet, dan is er toch sprake van vooruitgang omdat het geld niet gebruikt wordt ten nadele van de natuur, aldus het rapport.