Het hotel in Havana waar Frank Sinatra graag overnachtte

Riviera Hotel. Regie: Bernie IJdis. In: Nederlands Filmmuseum, Amsterdam en Cinemariënburg, Nijmegen.

Cuba is vol clichébeelden: de brede, lege straten en boulevards, de verloren grandeur van de hotels en de gokpaleizen, de jaren vijftig auto's die nog steeds rijden. En dan natuurlijk de sloppen en de armoede, de nadagen van Castro en het communisme, de gekke geschiedenis van de Amerikaanse mafia, die er sigarenrokend resideerde. Het is allemaal te veel voor één documentaire, zeker als die documentaire doet alsof hij over de geschiedenis van het roemruchte Riviera Hotel in Havana gaat, maar ook nog al die andere dingen wil laten zien.

Documentairemaker Bernie IJdis (A Dreamscape: Gambling in America, 1993 en Jalan Raya Pos/De groote postweg, 1996) kon duidelijk niet kiezen. Uitgangspunt was weliswaar het in 1958 door de Amerikaanse mafioos Meyer-Lansky geopende Riviera Hotel, dat ook na de machtsovername van Fidel Castro een jaar later gewoon een ontmoetingspunt bleef voor sterren als Ava Gardner en Frank Sinatra en Al Capone en de zijnen, maar eigenlijk komen we maar bar weinig te weten van de ongetwijfeld talloze spannende, gemystificeerde en verbazingwekkende geschiedenissen die het voormalige hotelpersoneel over die periode zou kunnen vertellen. Ze lijken niet te durven ('de huidige bediening werkt voor de inlichtingendienst') en dan blijkt IJdis nog een verborgen politieke agenda te hebben. Een voormalige politiek gevangene moet alle frivole trivialiteiten die de geïnterviewden debiteren wat nuance geven. Want natuurlijk was er wel wat meer aan de hand tijdens de hoogtijdagen van Fidel dan dat gelanterfant van die rijke Amerikanen.

Riviera Hotel is niet alleen gefilmd in cliché-beelden, die kunnen er op zich best aantrekkelijk uitzien, maar verkondigt ook een clichématige politiek correcte boodschap en dat is wel erg gemakzuchtig.