'Gouden mijter' voor witte raaf; Pensioenfondsen zoeken invloed

Veertig aanbevelingen voor goed ondernemerschap hebben bedrijven het afgelopen jaar op hun aandeelhoudersvergadering besproken. De pensioenfondsen, die ter plekke de discussie voerden, zijn teleurgesteld.

ROTTERDAM, 9 SEPT. De pensioenfondsen, beheerders van 750 miljard gulden belegd vermogen, zijn ontevreden over de zeggenschap die zij als aandeelhouders in het Nederlandse bedrijfsleven hebben. Op de recente aanbevelingen van de commissie Peters voor goed ondernemingsbestuur (corporate governance) en grotere invloed van kapitaalverschaffers hebben de bedrijven lauw gereageerd.

Minister Zalm van Financiën is bereid met wetgeving te komen om de zeggenschapspositie van beleggers te versterken, als blijkt dat het bedrijfsleven doof is voor de eisen. Voor de grootste pensioenfondsen, die in een stichting hun activiteiten met betrekking tot corporate governance coördineren en de afgelopen maanden voor het eerst de belangrijkste aandeelhoudersvergaderingen bezochten, wordt 1999 het jaar van de waarheid. Zes vragen aan voorzitter mr. P. de Koning, in het dagelijks leven directeur van het Spoorwegpensioenfonds, van het bestuur van de stichting.

De stichting van de pensioenfondsen geeft de bedrijven nog een jaar om werk te maken van grotere zeggenschap voor kapitaalverschaffers. Waarom nog een jaar?

“Je kunt niet verwachten dat elk bedrijf zich haast om daaraan direct gehoor te geven. Zij moeten wennen, en wij eerlijk gezegd ook. Het is onze bedoeling dat in de opstelling van de bedrijven iets meer verandert. Ik neem het hun niet kwalijk, maar wij hebben een sfeer geproefd van afwachting: het onderwerp corporate governance waait wel weer over. Dat is voor ons niet zo.”

Gaat u volgend jaar om deze tijd een beroep doen op de Tweede Kamer als het bedrijfsleven niet aan uw eisen tegemoetkomt?

“Die conclusie is wat snel getrokken. Vertegenwoordigers van de pensioenfondsen zijn het afgelopen jaar op de aandeelhoudersvergaderingen van de 27 grootste beursfondsen geweest (die samen de beursgraadmeter AEX-index vormen; red.) en zij hebben hun standpunten vervolgens nog een keer gecommuniceerd met de betrokken ondernemingen. Volgend jaar willen wij het onderwerp corporate governance opnieuw op de agenda's van de aandeelhoudersvergaderingen. Ik vertrouw erop dat er voldoende beweging komt, zodat wij tevreden zijn. En als dat niet zo blijkt te zijn? Dan moeten wij eerst binnen het bestuur de klokken gelijk zetten.”

De conclusies die de stichting uit de bezoeken trekt ademt teleurstelling en weigerachtigheid bij het bedrijfsleven. Is het echt zo droef?

“Peters had veertig aanbevelingen, waarvan 37 door de meeste ondernemingen in grote lijnen wel zijn opgevolgd. Dat is wel in orde. Op zich vind ik het best verrassend dat de meeste in een aparte bijlage bij hun jaarverslag aangeven hoe zij met de aanbevelingen omspringen. In zijn algemeenheid zijn wij niet alleen negatief. Op 30 november vergaderen wij over het onderwerp corporate governance en daar zullen wij ook de gouden mijter uitreiken aan de onderneming die zich op het gebied van corporate governance dit jaar in positieve zin heeft onderscheiden. Wij verwachten dat er een voldoende aantal kandidaten voor een nominatie zal zijn.”

De stichting heeft nu alle vergaderingen van de 27 grootste fondsen bezocht. Gaat u volgend seizoen uitbreiden?

“Ja. Het beleidsplan dat wij hebben opgesteld moet nog officieel worden goedgekeurd, inclusief de financiering. Daarin staat het voorstel om ook vergaderingen van de bedrijven uit de Midkap-index (de categorie bedrijven direct onder die uit de AEX-graadmeter; red.) te bezoeken.”

In de conclusies van de stichting staat dat de pensioenfondsen in eigen kring ook nog wel wat zendingswerk mogen verrichten. Nu zijn dertien pensioenfondsen en pensioenuitvoerders deelnemer. Wat is uw doel?

“Het was net iets te laat om dat al in het vergaderseizoen 1998 te bereiken, maar wij willen graag meer deelnemers. De vergadering op 30 november heeft ook als doel om de pensioenwereld duidelijk te maken waar wij mee bezig zijn. Er zijn een kleine duizend pensioenfondsen in Nederland. De grootste tweehonderd wil ik wel graag als deelnemer hebben.”

De levensverzekeraars, die meer dan 300 miljard gulden beleggingen hebben, zijn volledig afwezig op de aandeelhoudersvergaderingen. Hoe verklaart u dat?

“Daar heb ik geen verklaring voor. In Engeland zijn de verzekeraars juist heel actief. Misschien dat de verzekeraars hun houding hebben bepaald door de tegenstellingen met pensioenfondsen over de actieradius, of speelt een rol dat het vermogensbeheer van verzekeraars hier in tegenstelling tot Engeland een publicitair onopvallend bestaan leidt, of dat de verzekeraars zelf grote ondernemingen zijn die op aandeelhoudersvergaderingen aangesproken worden. Ik weet het niet. Ik zie ons nu eerder iets gezamenlijks ondernemen met buitenlandse pensioenfondsen, met name die uit de Angelsaksiche wereld. Niet alleen omdat zij door grote pensioenmarkten grote vermogens beheren. Het communiceert met hen door de taal makkelijker dan met Japanse pensioenbeheerders. Bovendien is corporate governance begonnen in de Angelsaksische wereld. Zij hebben een voorsprong, maar zij kijken met Angelsaksische ogen, wij met Nederlandse ogen. Wij willen blijven uitgaan van de Nederlandse situatie en niet het Angelsaksische model van aandeelhoudersdominantie en shareholder value invoeren.”