Financiën vernietigde lijst van kleine joodse tegoeden

DEN HAAG, 9 SEPT. Het ministerie van Financiën heeft in 1992 'abusievelijk' de achiefstukken van kleine joodse tegoeden vernietigd. Dit heeft het ministerie van Financiën vanmorgen bevestigd.

Het gaat om ongeveer 1.500 in bewaring gegeven bedragen met een gezamenlijke waarde van 36.600 gulden. Financiën onderzoekt nog de toedracht van de vernietiging van het archief die aan licht kwam bij bij de naspeuringen door de Haagse advocaat R. Kiek voor enkele van zijn cliënten.

“Praktisch heeft de vernietiging niet zoveel betekenis, omdat niet veel mensen hun vinger nog zullen opsteken. Maar het is een teken van ongevoeligheid van het ministerie van Financiën. De stukken zijn niet beschouwd als dossier van gelden van mensen die zijn vermoord, maar als papier”, zegt Kiek.

De vernieting is pijnlijk voor het ministerie van Financiën, omdat het departement al eerder slordig lijkt te zijn omgesprongen met joodse archieven. Vorig jaar werden de archieven van de Duitse roofbank Lippmann Rosenthal aangetroffen in een verlaten grachtenpand in Amsterdam, waar in de jaren zestig het Agentschap van het ministerie van Financiën was gevestigd. De commissie-Kordes doet onderzoek naar de Liro-archieven.

In dit geval gaat het om archiefstukken van tegoeden aan spaarrekeningen of effecten, die minder waard waren dan honderd gulden. “De akten zijn er nog wel, maar de achterliggende stukken zijn vernietigd”, zegt een woordvoerder van het departement van Financiën. Volgens hem zitten de tegoeden wel nog in de Consignatiekas, een kas waarin de overheid het geld bewaart dat nooit is opgeëist, en zijn de “nog altijd opeisbaar”. De bedragen werden tussen 1938 en 1975 in bewaring gegegven bij de Staat door onder meer bewindvoerders van nalatenschappen en notarissen.

De vernietiging van de stukken is een onbedoeld uitvloeisel van de nieuwe wet op de Consignatiekas die in 1980 van kracht werd en waarbij de verjaringstermijn werd verkort van zestig jaar tot twintig jaar. In 1982 werden de aanwezige joodse tegoeden van meer dan honderd gulden gepubliceerd in de Staatscourant en besloten werd om de archieven hiervan na tien jaar te vernietigen. De kleinere tegoeden werden niet gepubliceerd en de archieven daarvan zouden ook zestig jaar bewaard blijven.

In 1992 werden de archieven van de grotere tegoeden inderdaad vernietigd. Per ongeluk werden toen ook de stukken van de kleinere tegoeden in de papierversnipperaar gegooid. “Hoe dat gegaan is, dat wordt nu nog uitgezocht”, zegt de woordvoerder van het ministerie van Financiën.

De Haagse advocaat Kiek deed voor een cliënt onderzoek naar mogelijke spaartegoeden van haar overleden ouders. Daarbij stuitte hij volgens zijn zeggen op veel verzet van ambtenaren. Uiteindelijk kwam volgens hem het Centraal Archief van de belastingdiensten met de verklaring dat de archiefstukken behorende bij die in consignatie gegeven gelden per ongeluk al na twintig jaar waren vernietigd.

R. Naftaniël van het Centraal Joods Overleg zei vanmorgen tegen het persbureau ANP dat hij wil dat minister Zalm (Financiën) er voor zorgt dat er geen archieven uit de Tweede Wereldoorlog meer vernietigd worden. Volgens Financiën gebeurt dat nu ook al niet meer.