EU gebaat bij verdwijnen Russische wapens

De grootste bedreiging van de Russische massavernietigingswapens schuilt niet zozeer in het gevaar dat ze in verkeerde handen vallen, als wel in de potentiële aantasting van de gezondheid en het milieu. Niet alleen Rusland zelf, maar heel Europa loopt gevaar. André Gerrits vindt dat de Europese Unie, net als de VS, moet meebetalen aan de ontmanteling van de wapens en het weghalen van de gevaarlijke stoffen.

In april 1995 blies Timmy McVeigh het Federal Office in Oklahoma City op. 162 Mannen, vrouwen en kinderen vonden de dood. Wat zou er zijn gebeurd als McVeigh geen gewone explosieven maar antrax, miltvuurbacterie, had gebruikt? Het is een sindsdien veel gestelde vraag in de Verenigde Staten. Wat zou er zijn gebeurd als de terroristen die enkele jaren eerder poogden het World Trade Center in New York op te blazen de beschikking hadden over een bescheiden hoeveelheid hoogverrijkt uranium (de kennis die nodig is om er een bom van te maken schijnt in sommige kringen gemeengoed te zijn)? Vijftig kilo uranium, een koffertje vol, heeft hetzelfde effect als 10.000 tot 20.000 ton TNT. De beide torens van het World Trade Center zouden zijn ingestort, de zuidpunt van Manhattan zou zijn verwoest.

Massavernietigingswapens die in verkeerde handen vallen, terrorisme met nucleaire, chemische of biologische wapens, vormen een hot issue in de Verenigde Staten. In een toespraak tot het Congres sprak president Bill Clinton onlangs van een “ongebruikelijke en buitengewone bedreiging” voor zijn land. Contraproliferatie is een nieuwe industrie in Washington. Scharen deskundigen en adviseurs, overbodig geworden door het einde aan de Koude Oorlog, ontlenen er een nieuw bewustzijn aan.

Over de bron van veel problemen is vrijwel iedereen het eens: mogelijke 'lekken' in het enorme arsenaal massavernietigingswapens, vooral nucleaire wapens, dat in Rusland ligt opgeslagen. Hoe groter de chaos in Rusland des te groter de onrust in Amerika. Tijdens de topontmoeting van twee aangeslagen presidenten, Clinton en Jeltsin vorige week in Moskou, slaagden de Amerikanen er toch in een verdrag over de vermindering van de voorraden plutonium ondertekend te krijgen.

Is de Amerikaanse vrees voor de zogeheten loose nukes terecht? Springt Rusland inderdaad zo slordig om met de nucleaire erfenis van de Koude Oorlog? En mocht dat zo zijn, is 'lekkage', in de zin van ontvreemding, smokkel en mogelijk misbruik van NBC-wapens, inderdaad het belangrijkste gevaar dat uitgaat van de enorme voorraden massavernietigingswapens op Russische bodem?

De opwinding over de staat van Ruslands nucleaire wapens begon onmiddellijk na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie, eind 1991. De Russische economie verkeerde in een diepe crisis. De strijdkrachten waren gedemoraliseerd. Kernwapens bleken over een reeks nieuwe, instabiele staten verspreid. Criminaliteit en corruptie tierden welig, tot in de hoogste kringen. De eerste gevallen van diefstal en smokkel van nucleair materiaal waarvan de oorsprong in de voormalige Sovjet-Unie werd vermoed, kwamen aan het licht. De hype was ontstaan.

De verklaring voor de opwinding in Washington moet niet uitsluitend in Rusland worden gezocht. Ze is ook een psychologische kwestie. De Verenigde Staten, supermacht zonder gelijke, enige mondiale mogendheid, geeft meer aan defensie uit dan Rusland, China, Iran, Irak, Noord-Korea en Cuba bij elkaar, zo'n 250 miljard dollar, ruim twee keer meer dan de totale Nederlandse begroting. Maar diezelfde machtige Verenigde Staten zijn kwetsbaar. Ze zijn bij wijze van spreken een net zo kwetsbaar doelwit van chantage (of aanslagen) met nucleaire, chemische of biologische wapens als het eerste beste ontwikkelingsland. De commandant die het bevel voerde over de Amerikaanse militaire eenheid die in november 1994 600 kilogram hoogverrijkt uranium vanuit Oest-Kamengorsk (Kazachstan) naar een opslagplaats in Oak Ridge, Tennessee vloog, motiveerde zijn manschappen met de woorden: “Dit spul komt hoe dan ook naar Amerika. Of we brengen het zelf, in twee C-5 transportvliegtuigen, of het bereikt ons in de laadbak van een bestelauto of in het ruim van een boot van een stelletje terroristen dat het aflevert bij hetzelfde winkelcentrum waar jullie vrouwen de boodschappen doen.”

Onzin of niet, de commandant had het niet gezegd als hij meende dat het geen effect zou sorteren. De 'nieuwe' kwetsbaarheid van de Verenigde Staten is een paradoxaal effect van de afloop van de Koude Oorlog. De betekenis van massavernietigingswapens is radicaal veranderd. Ze staan al lang niet meer aan de grens van ons technologische kunnen. Ze zullen steeds meer de wapens van de armeren, de zwakkeren zijn.

Op deze dreiging biedt de klassieke veiligheidspolitiek (afschrikking en wapenbeheersing) geen antwoord. Sterker, de risico's van loose nukes zijn juist in belangrijke mate het gevolg van de nieuwe, ontspannen verhoudingen tussen Oost en West. Het is het ongewenste effect van de ingrijpende ontwapeningsverdragen die de laatste jaren met Rusland zijn getekend.

De Russische kernwapens ter land, ter zee en in de lucht worden merendeels beheerd door het ministerie van Defensie. In het midden van de jaren tachtig, toen het wapenarsenaal zijn grootste omvang bereikte, ging het om 45.000 kernkoppen. Nu zou er nog sprake zijn van maximaal 25.000 stuks. De nucleaire splijtstof die wordt gebruikt bij de productie van kernwapens en die overblijft na de ontmanteling van diezelfde wapens, valt onder de verantwoordelijkheid van het ministerie van Atoomenergie (Minatom). Deze voorraden groeien snel. In het tempo waarin Russische kernwapens nu worden gedemonteerd, krijgt Minatom ieder jaar vijftien ton plutonium en 45 ton hoogverrijkt uranium extra onder zijn hoede. Anders dan dikwijls wordt verondersteld, gaat het grootste gevaar op 'lekkage' niet uit van de Russische strijdkrachten. Alle, haast stereotiepe, voorstellingen over ondervoede, gedesillusioneerde en onbetrouwbare Russische militairen (en enkele gevallen van diefstal van splijtstof) ten spijt, lijkt de veiligheid van zowel de wapens te velde als in de opslagruimten redelijk gewaarborgd. De problemen komen pas als de wapens worden ontmanteld, als ze onder de verantwoordelijkheid van Minatom worden gebracht.

Het ministerie van Atoomenergie is een klassieke Sovjet-kolos. Het beheert het vervoer, de opslag en de bewerking van het overgrote deel van Ruslands nucleaire materiaal; het dekt eenvijfde van 's lands elektriciteitsbehoefte; en het biedt werk aan meer dan een miljoen mensen. Over het uitgestrekte rijk dat Minatom heet, zwaait één man de scepter: Viktor Michailov, de minister van Atoomenergie. Ook zonder zijn nauwe relaties met waarnemend premier Viktor Tsjernomyrdin zou Michailov een van Moskous machtigste mannen zijn.

Is Minatom berekend op zijn taak? Is het ministerie in staat de enorme hoeveelheden giftig materiaal op verantwoorde wijze te beheren? Hierover bestaat gerede twijfel. Het tempo van de ontwapening (de START I en II verdragen verplichten Rusland zijn nucleaire arsenaal tot eenderde terug te brengen) heeft het ministerie van Atoomenergie voor grote problemen geplaatst. De boekhouding van het nucleaire arsenaal blijkt gebrekkig en ook de opslag en beveiliging laten te wensen over. De 600 kilo uranium die de Amerikanen uit Kazachstan verwijderden, werd eerder bij toeval ontdekt in een loods van een oude fabriek. De bewaking was niet indrukwekkend: één vrouw van middelbare leeftijd.

Op honderden plaatsen, over de gehele Russische Federatie verspreid, ligt dergelijk materiaal opgeslagen. De aanwezigheid van zo'n 1.200 ton goeddeels overbodige splijtstof in een land, zo chaotisch, zo corrupt en zo gekrenkt als Rusland, is een enorm risico. De afgelopen jaren zijn vele tientallen gevallen gemeld van diefstal en smokkel van nucleair materiaal.

Een van de meest opmerkelijke incidenten betrof de door generaal Aleksandr Lebed, korte tijd secretaris van de presidentiële veiligheidsraad, gemelde verdwijning van 48 zogeheten kofferbommen. Rusland zou de beschikking hebben over 132 van dergelijke nucleaire explosieven. Lebed verordonneerde een inventarisatie. Eenderde van de kernwapens op zakformaat bleek verdwenen. Toch een “aardige bom”, bromde de generaal. De kwestie is nooit geheel opgehelderd. Lebed werd bijgevallen door Aleksej Jablokov, voormalig adviseur in milieukwesties van dezelfde president, maar de ministeries van Defensie en Atoomenergie ontkenden zijn beweringen vol overtuiging. Russische journalisten toonden zich eveneens sceptisch en de generaal is er, voorzover bekend, niet op teruggekomen.

De zorg van de Amerikanen (en hun bondgenoten) over loose nukes is terecht. En toch geloof ik niet dat de kans op 'lekkage', op de mogelijkheid dat massavernietigingswapens in handen vallen van terroristen of rogue nations ('boevenstaten'), die ze zouden kunnen gebruiken in hun 'heilige oorlog' tegen de Verenigde Staten, de grootste dreiging is die van Ruslands nucleaire archipel uitgaat. Het meest dringende en actuele gevaar is het vernietigende effect die deze nu goeddeels overbodige wapens hebben op de leefomgeving en op de gezondheid van tientallen miljoenen Russen - hier en nu. Rusland is een nucleaire en chemische vuilnisbelt. Rivieren, steden, zelfs hele regio's zijn ernstig vervuild door productie, opslag en testen van NBC wapens. Rusland mist de middelen om deze wapens op een verantwoorde wijze te ontmantelen. Alleen al de vernietiging van het chemische oorlogstuig zou tien keer meer kosten dan de productie ervan. De 'militaire verontreiniging' in de voormalige Sovjet-Unie is een bijproduct van de onafgebroken wapenwedloop waarin het land zich in de jaren dertig heeft gestort. De ontwapeningsverdragen die we de afgelopen jaren met Moskou hebben getekend, hebben de problemen alleen maar vergroot.

De (potentiële) gevolgen van de militaire verontreiniging reiken tot ver buiten de Russische grenzen. Samenwerking bij de ontmanteling van 's lands massavernietigingswapens is geen vorm van altruïsme maar een algemeen belang. Samenwerking vereist politieke verbeeldingskracht. Het zal moeilijk zijn de kiezers in West-Europa en de Verenigde Staten ervan te overtuigen dat ze twee keer moeten betalen voor de oorlog, de Koude Oorlog, die ze hebben gewonnen. De Amerikanen spenderen zo'n 400 miljoen dollar per jaar (twee promille van de totale defensiebegroting) aan technische bijstand en logistieke steun bij ontmanteling van Russische kernwapens (het zogeheten Collective Threat Reduction (CTR) programma van de senatoren Sam Nunn en Richard Lugar, 1991). De Europeanen leveren geen vergelijkbare gezamenlijke inspanning. Veel meer dan tot nu toe het geval is, zou de Europese Unie zich rekenschap dienen te geven van de omvang en de gevaren van de militaire verontreiniging in de voormalige Sovjet-Unie.

Samenwerking vereist ook tact en geduld. Kernwapens en de nucleaire technologie waarop ze berusten zijn een militair en economisch belang van Rusland. Als de aanspraak van Rusland op de status van grote mogendheid niet is gebaseerd op zijn nog steeds imposante nucleaire arsenaal, waarop dan wel?